

Bij hooikoorts is er sprake van een allergie voor stuifmeelkorrels van bepaalde grassen, planten of bomen. De naam hooikoorts is bedacht in 1819 door de Engelse arts John Bostock. Ieder jaar, rond de hooiperiode, kreeg hij last kreeg van een koortsig gevoel. Later werd pas duidelijk dat het hooien niet de oorzaak was van de klachten. Ook is er geen koorts aanwezig.
Hooikoorts is een vorm van allergische rhinitis ( neusontsteking) en wordt ook wel pollinose genoemd. Het ontstaan van de klachten ( jeuk, niezen, loopneus) komt voor in bepaalde seizoenen. De oorzaak is een overmatige reactie van het afweersysteem. Bij hooikoorts ontstaan er antistoffen die zich binden aan specifieke pollen. Deze verbinding veroorzaakt het kapot gaan van bepaalde cellen ( mestcellen) in het slijmvlies van de neus. De stoffen die hierbij vrijkomen (histamine) zorgen voor prikkeling van de zenuwuiteinden in de neus. Het gevolg is slijmproductie, jeuk en niezen.
Hooikoorts treedt vooral op tussen het 5e en 45 jaar. Tussen de 10 en 20% van de mensen is bekend met hooikoorts. In de afgelopen jaren is het aantal mensen met hooikoorts toegenomen. Bij het ouder worden verminderen of verdwijnen de klachten vaak.
Het is niet precies bekend waarom sommige mensen allergisch worden. De aanleg om allergisch te kunnen worden is waarschijnlijk vanaf de geboorte aanwezig. In sommige families komt hooikoorts vaker voor. Er zijn aanwijzingen dat het krijgen van borstvoeding een preventief effect heeft op het krijgen van klachten. Mensen met hooikoorts hebben daarnaast vaker last van astma, eczeem en/of galbulten. Ook dit zijn aandoeningen waarbij een allergie een rol kan spelen.