![]()
Sterilisatie is een chirurgische ingreep waarbij de vrouw onvruchtbaar wordt gemaakt. In Nederland is bij veertig procent van de samenwonende (echt)paren boven de veertig jaar één van de partners gesteriliseerd, waarvan meestal de man.
Bij sterilisatie worden de eileiders van de vrouw ondoorgankelijk gemaakt. De eicel en de zaadcellen kunnen zo niet met elkaar in contact komen. Er kan dan geen bevruchting plaatsvinden. Het ondoorgankelijk maken van de eileiders kan op een aantal manieren gebeuren. De eileiders kunnen worden doorgebrand, er kan een clip of ring worden opgezet of ze kunnen worden opgevuld met siliconen. Deze laatste behandeling wordt het ovabloc (ovariumblokkade) genoemd en kan poliklinisch plaatsvinden. De overige behandelingen vinden plaats onder algehele narcose tijdens een dagbehandeling. Er worden dan twee kleine sneetjes in uw buik gemaakt en via deze openingetjes voert de arts de operatie uit. Na de operatie bent u meteen onvruchtbaar.
Wanneer u bent gesteriliseerd, hoeft u verder niets meer te doen om zwangerschap te voorkomen.
Sterilisatie is een betrouwbaar anticonceptiemiddel. Per jaar heeft u minder dan één procent kans om zwanger te worden. Wanneer de eileiders bij u zijn opgespoten met siliconen, is de kans op zwangerschap wat groter (tot 3 procent). Sommige vrouwen krijgen achteraf spijt van de sterilisatie. Een hersteloperatie kan worden uitgevoerd maar verloopt moeizaam en de kans op zwangerschap is niet groot. Beschouwt u sterilisatie daarom als een definitieve vorm van anticonceptie.
De absolute risico's die verbonden zijn aan het uitvoeren van een sterilisatie zijn gering. Als echter de kans op complicaties bij sterilisatie van de vrouw wordt vergeleken bij die van de man is de kans op ernstige complicaties bij de vrouw ca. 20 keer groter dan bij de man. Bij een man kan de sterilisatie onder plaatselijke verdoving plaatsvinden, terwijl dit bij een vrouw niet kan. Om een idee te geven: wereldwijd overlijden 1,5 tot 4 per 100.000 vrouwen t.g.v. de ingreep door complicaties bij de narcose of t.g.v. een sepsis of bloeding. Bij 1 tot 6 vrouwen per 1000 treden beschadigingen op aan darm, ureter, blaas of bloedvaten.
Na sterilisatie van de vrouw kunnen er vrouw menstruatieproblemen ontstaan na verloop van enige jaren, vooral als voorafgaande aan de sterilisatie een hormonale vorm van anticonceptie zoals bijv. de pil is gebruikt. Dit is naar schatting het geval bij ongeveer 1 op de 4 vrouwen die gesteriliseerd zijn of van wie de partner is gesteriliseerd. De kans hierop is groter als eerder met de pil werd begonnen wegens heftige of pijnlijke menstruaties.
Wanneer u gesteriliseerd wilt worden, moet u door de huisarts verwezen worden naar het ziekenhuis. Vaak voert de huisarts met u een gesprek over wat uw redenen zijn om u te laten steriliseren. De huisarts probeert op deze manier te zorgen dat u zich om de juiste redenen wilt laten steriliseren, zodat u daar later geen spijt van krijgt.
Na de sterilisatie is een bezoek aan de huisarts nodig als:
De kans op herstel van de eileiders met daaropvolgende zwangerschap is het grootst (ca. 80%) na sterilisatie met ringetjes of clips. Na hysteroscopische sterilisatie is herstel niet mogelijk. In die situatie kan zwangerschap soms nog via buitenbaarmoederlijke bevruchting (IVF) tot stand worden gebracht. De kans op zwangerschap is dan ca. 50%.
Hoe meer tijd er zit tussen de sterilisatie en de hersteloperatie, des te kleiner is de kans op herstel van de vruchtbaarheid. Dit komt omdat na de sterilisatie nogal eens antistoffen aangemaakt worden tegen de eigen zaadcellen, waardoor de kans op vruchtbaarheid sterk afneemt.
Sterilisatie is met name geschikt voor vrouwen die zeker weten dat zij geen kinderen meer willen krijgen, en die liever niet de rest van hun vruchtbare periode voorbehoedsmiddelen moeten gebruiken. Overigens worden meer mannen dan vrouwen gesteriliseerd.
Sterilisatie beschermt alleen tegen zwangerschap, niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (geslachtsziektes). Om beschermd te zijn tegen seksueel overdraagbare aandoeningen is het gebruik van barrièremiddel zoals een condoom of vrouwencondoom noodzakelijk. Meer hierover is te lezen in de folder barrièremiddelen.
Alleen in een stabiele seksuele relatie is extra bescherming niet nodig. Geadviseerd wordt om bij een nieuwe relatie extra bescherming te gebruiken en na 3 maanden beide partners te testen op de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoeningen als chlamydia en HIV. Testen kan via de huisarts, maar ook indien gewenst anoniem via een instelling van de GGD. Adressen van alle GGD’s in Nederland zijn te vinden op www.ggd.nl
Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur)
Dr. R.J.C.M. Beerthuizen
Drs. W. van Donselaar (consulent)
Drs. E.G.C. van Seumeren (consulent)