| Geplaatst op: 28-01-2010 | Stuur door Print Lettergrootte |
Je kind gaat experimenteren met alcohol of drugs. Wat staat je te doen, als opvoeder?
Je kind kan met allerlei soorten drugs gaan experimenteren, zoals cannabis, XTC, GHB of zelfs cocaïne of heroïne. Ook kan het zijn dat hij op jonge leeftijd begint met het drinken van alcohol. Welke invloed heb je als opvoeder? Negen tips.
1 Houd contact met je kind
Praten over alcohol en drugs lukt alleen als je goed contact hebt. Praat over allerlei zaken die belangrijk zijn. Toon belangstelling voor grote en kleine gebeurtenissen in hun leven.
2 Informeer jezelf
Zoek naar informatie over drugs. Dat kun je ook samen met je kind doen. Bijvoorbeeld op dokterdokter.nl of het Trimbos instituut. Bezoek ook eens websites waar jongeren onderling met elkaar over deze onderwerpen praten, zoals het forum van www.partyflock.nl.
3 Wees eerlijk
Een onderwerp is bespreekbaar als jij en je kind het gevoel hebben dat jullie vrij kunnen zeggen wat je wilt. Dat gaat beter als je dat ook al doet als ze jong zijn en niet pas als ze zich in het uitgaansleven gaan storten. Praat er bijvoorbeeld over als ze er op school les over krijgen of als er aandacht voor is op tv.
4 Uitstellen is belangrijk
Alcohol en drugs zijn belemmerend voor de geestelijke en fysieke ontwikkeling. Als een kind op jonge leeftijd aan alcohol went, of aan het roken van cannabis, is de kans op verslaving op latere leeftijd groter. Wees niet bang om kinderen tot 16 jaar te verbieden om alcohol te drinken. Geef ze in elk geval geen alcohol als ze daar niet om vragen.
5 Stel grenzen
Kinderen hebben behoefte aan grenzen. Het overschrijden van die grenzen hoort bij de leeftijd. Juist dan is duidelijkheid van jouw kant belangrijk. Stel haalbare doelen en leg uit waarom je bepaalde regels stelt.
6 Begeleid je kind bij het keuzes maken
Begeleid ze naar zelfstandigheid. Stimuleer ze om goed na te denken over van alles: vriendschap, seksualiteit, vriendjes, alcohol, roken, omgaan met geld. Moedig jongeren aan om aan activiteiten deel te nemen die bijdragen aan hun zelfvertrouwen en zelfstandigheid.
7 Wees je bewust van je voorbeeldfunctie
Je hoeft geen geheelonthouder te zijn maar realiseer je: hoe jij je gedraagt, heeft invloed op de mening van je kind en op zijn of haar gedrag. Als jij rookt of drinkt, wil dat nog niet zeggen dat je je kind niet kunt begeleiden. Wees eerlijk over je eigen gebruik.
8 Informeer eens op school
Informeer bij de school wat er binnen en buiten de les gebeurt op het gebied van roken, drinken en drugs. Misschien kan de ouderraad of medezeggenschapsraad de school stimuleren om een tabak-, alcohol- en drugsbeleid te ontwikkelen. Bijvoorbeeld met behulp van het project De gezonde school en genotmiddelen. Je kunt de GGD of een instelling voor verslavingszorg uitnodigen een presentatie te geven.
9 Weet wat je kunt doen bij problemen
Het opvolgen van de adviezen biedt geen garantie dat er geen problemen ontstaan. Als je kind echt riskant omgaat met genotmiddelen, dan zijn deze tips niet genoeg. Je kunt altijd terecht bij de jeugdarts van de GGD in je regio of het zorgteam op school of bij de instelling voor verslavingszorg in je regio. Voor telefonisch advies: Drugs infolijn: 0900-1995 (€ 0,10 p/m), Alcohol Infolijn: 0900 500 20 21 (€ 0,10 p/m).
Auteur: Maaike Tindemans
Bron: Trimbos instituut