Gerelateerde producten
(advertentie):
.gif)
Uw product hier?
Klik voor meer info!
1. Slijtage
De term slijtage wordt
vaak ten onrechte gebruikt bij rugklachten. In het dagelijks leven gebruiken we
deze term voor materiaal waarvan de kwaliteit vermindert.
Het proces in
de rug, waarvoor de term slijtage gebruikt wordt, is van een andere aard. De
veranderingen aan de wervels en tussenwervelschijven zijn fysiologisch. Dit is
een normaal proces dat hoort bij het ouder worden van het lichaam. De juiste
term hiervoor is degeneratie en niet slijtage. Bij degeneratie wordt de rug
stijver en kan de romp zelfs iets korter worden, doordat wervels en
tussenwervelschijven iets in hoogte afnemen. Verder ontstaan er geleidelijk ook
verkalkingen in de gewrichtsbanden tussen de wervels. Dit kan al op relatief
jonge leeftijd (bijvoorbeeld 35 jaar) op een röntgenfoto te zien zijn. De
verkalkte gewrichtsbanden zien er haakvormig uit. Dit zijn banden die kalk
bevatten en is niet ernstig.
Sommige mensen met rugklachten schrikken als
ze van hun arts horen dat er sprake is van slijtage met haakvorming. Onbewust
kan dit weer leiden tot krampachtig bewegen.
2. Verschoven of
vastzittende wervels
Veel mensen met acute rugpijn vertellen dat het
er plotseling 'inschoot'. Ze staan dan geblokkeerd in een licht gebogen
houding. Ze kunnen zich niet of nauwelijks bewegen. Sommigen gaan met zo'n
geblokkeerde rug naar een chiropractor of manueel therapeut en laten zich
'kraken'. Hierdoor neemt de pijn bij de meesten af en bewegen ze zich weer
makkelijker. Vaak wordt gedacht dat bij zo'n behandeling de wervels losgemaakt
worden. Dat is niet het geval.
Wat gebeurt er nu werkelijk?
Wervels zijn botdelen die niet vastzitten of verschuiven. Wervels worden door
spieren in een bepaalde stand gebracht en gehouden. Volgens moderne inzichten
staan de wervels bij een geblokkeerde rug niet vast, maar worden ze door
verkrampte spieren in een bepaalde stand gehouden.
Waarom werkt
manipuleren of kraken?
Manipulatie (of 'kraken') van de rug is te
vergelijken met de manier waarop iemand met kuitkramp wordt behandeld: men
drukt de voet langzaam in de richting van de gebogen knie. Hierdoor rekt de
kuitspier geleidelijk en verdwijnt de kramp. Zo eenvoudig is de situatie in de
rug niet: de rug heeft veel spieren en van buitenaf is het niet direct
duidelijk welke spier verkrampt is. Daarom is een speciale techniek nodig om de
rug te manipuleren. Manipuleren kan de pijn snel verminderen. Als de klachten
echter na twee of drie behandelingen niet aanzienlijk verminderen, is het niet
goed om hiermee door te gaan volgens de huidige inzichten. Overleg van tevoren
met uw huisarts of manipuleren voor u een geschikte behandeling is.
3.
Instabiele rug
De rug bestaat uit veel wervels. De wervels bewegen
ten opzichte van elkaar met kleine gewrichtjes. In het algemeen kan
instabiliteit van een gewricht ontstaan door onvoldoende spierbeheersing, of
door slappe of te lange gewrichtsbanden. Dit laatste kan ontstaan door een
ongeval, bekend zijn de knie- en enkelbandletsels bij sporten. Ook aan de rug
kan dit letsel voorkomen, dat is echter relatief zeldzaam.
Spieren
bewegen niet alleen het gewricht maar stabiliseren het ook. Als de spieren rond
de wervels moe worden, neemt de stabiliteit van de wervelkolom af. Er kan
makkelijker overbelasting ontstaan. Veel artsen spreken liever van een slechte
spierconditie dan van 'een instabiele rug'. Overigens zijn slappe
banden bij een normale conditie van de rug- en buikspieren geen oorzaak van
rugklachten.
4. Beenlengteverschil
Een verschil in lengte van
de benen, geeft bij het staan een geringe scheefstand van het bekken. De
lendenwervelkolom compenseert deze scheefstand. Dat is te zien als een kleine
slinger in de wervelkolom. De lendenwervelkolom en het bekken worden in deze
stand gehouden door de spieren van rug en bekken. Aan de ene kant zijn ze
actiever dan aan de andere kant. Veel mensen zien dit mechanisme als een
verklaring voor rugklachten. Uit onderzoek blijkt dat een beenlengteverschil
rugklachten kan veroorzaken, maar dan moet het verschil wel tenminste twee
centimeter zijn. Veel mensen blijken een beenlengteverschil van één á
anderhalve centimeter te hebben, zonder dat ze rugklachten hebben. Kennelijk
kunnen onze spieren dat aan zonder dat ze oververmoeid en overbelast raken. Als
het verschil in lengte van de benen tweeënhalve centimeter of meer is en er
bestaan rugklachten, dan is het te overwegen de hak en zool van de schoen aan
de kant van het kortere been iets te verhogen.