Hoe herkent u het?

In het begin van de ziekte zijn de symptomen die op de ziekte van Parkinson kunnen wijzen heel mild. Het gaat dan om traagheid, een sombere stemming, spier- en gewrichtspijn of verminderd meebewegen van een arm bij het lopen.Later ontstaan de klassieke symptomen van de ziekte van Parkinson:
  • stijfheid van armen en benen (rigiditeit);
  • trillen van armen en benen in rust (tremor);
  • traagheid (hypokinesie);
  • gemakkelijk vallen (houdingsinstabiliteit);
  • langzaam uitvoeren van bewegingen (bradykinesie);
  • weinig mimiek in het gelaat (het zogenoemde maskergelaat);
  • moeite met opstaan (terugvallen in de stoel);
  • moeite met omdraaien tijdens het lopen of in bed;
  • verminderd optillen van de benen bij lopen en daardoor een sloffende gang;
  • lopen met kleine pasjes;
  • voorovergebogen houding met doorgezakte knieën;
  • moeite met starten en stoppen van een beweging;
  • voorover gebogen houding;
  • minder meebewegen van de armen tijdens lopen;
  • bewust moeten nadenken bij alle handelingen;
  • kleiner handschrift;
  • moeite met fijne vingerbewegingen;
  • zachte stem en monotone spraak;
  • moeilijker slikken;
  • speekselverlies;
  • een sombere stemming;
  • geheugenproblemen;
  • dwangmatigheid;
  • nachtelijke onrust.
  • Overige klachten (niet specifiek voor de ziekte van Parkinson)
  • vettige huid en toegenomen speekselvloed;
  • ’s nachts zweten;
  • moeizame stoelgang;
  • slaapproblemen (moeilijk inslapen en doorslapen);
  • lage bloeddruk;
  • problemen met plassen: vaak kleine beetjes plassen, ’s nachts moeten plassen;
  • verminderd ruiken;
  • seksuele problemen (onvoldoende stijfheid van de penis, minder zin in seks, meer zin in seks na dopamine-therapie).
  • In het begin van de ziekte van Parkinson zitten de verschijnselen vaak aan een kant van het lichaam, later kunnen beide kanten van het lichaam meedoen. Vaak blijft een kant erger aangedaan dan de andere.
    Niet elke patiënt krijgt alle symptomen die kunnen voorkomen bij de ziekte van Parkinson.

    Trillen van handen, benen, kin of tong komt bij de helft van de patienten met de ziekte van Parkinson voor. Dit trillen is aanwezig als armen of benen in rust zijn.Als de patiënt iets gaat pakken met een arm die trilt dan verdwijnt het trillen.
    Spanning en emoties verergeren het trillen. Tijdens de slaap is het trillen niet aanwezig.
    Het trillen is niet te onderdrukken.