Slapeloosheid
Slapeloosheid wordt ook wel insomnia genoemd. Er is sprake van slapeloosheid als sinds drie à vier weken het inslapen moeilijk gaat, of als u verschillende keren per nacht wakker wordt.
Ook kan het zijn dat u geen uitgerust gevoel heeft na het slapen en dat u te vroeg wakker wordt. Overdag heeft u een vermoeid, duf of geïrriteerd gevoel, zodat u de dagelijkse bezigheden moeilijk of niet kunt uitvoeren.
Slapeloosheid kan samengaan met problemen in uw leven, zoals een moeilijke examenperiode of liefdesverdriet.
Als het probleem is opgelost kan de slapeloosheid vanzelf verdwijnen. Sommige mensen hebben last van een langdurige (chronische) slapeloosheid.
Overmatige slaperigheid
Overmatige slaperigheid wordt hypersomnia genoemd. De belangrijkste klacht is overmatige slaperigheid overdag, waarbij er toch lange nachten worden geslapen.
Het opstaan ’s morgens gaat moeizaam. U houdt een slaperig gevoel, waardoor de dagelijkse bezigheden moeilijk of niet zijn uit te voeren.
Als gevolg van de overmatige slaperigheid kan het voorkomen dat u op ongebruikelijke momenten in slaap valt. Het kan voorkomen dat periodes van overmatige slaperigheid afgewisseld worden door periodes van goed slapen.
Als u minstens drie à vier weken last heeft van deze klachten, dan wordt er van overmatige slapeloosheid (hypersomnia) gesproken.
Plotselinge slaapaanvallen
Plotselinge slaapaanvallen, ook wel narcolepsie genoemd, komen niet vaak voor. Ongeveer 20 tot 97 op de 100.000 mensen lijden hieraan.
Iemand met narcolepsie valt op ongelegen momenten plotseling in slaap. Dit kan gebeuren tijdens monotone bezigheden, zoals tijdens een saai lesuur. De slaapaanval duurt ongeveer tien minuten.
Als de verschijnselen minstens drie maanden lang voorkomen, dan is er sprake van narcolepsie.
Slaapstoornis als gevolg van een onregelmatig slaappatroon
Slapeloosheid (insomnia) of overmatige slaperigheid (hypersomnia) kan ontstaan door een onregelmatig slaapritme.
Als iemand vaak op onregelmatige tijden wakker is, door bijvoorbeeld ’s nachts te werken of uit te gaan, dan loopt het slaap- en waakritme niet gelijk aan dat van de dag en de nacht.
Er kunnen dan slaapklachten ontstaan. Bijvoorbeeld overmatige slaperigheid in de periode waarin u wakker moet zijn, of slapeloosheid als u juist wilt slapen.
Er kan een patroon ontstaan van steeds later kunnen inslapen en steeds later kunnen opstaan. De periode van gaan slapen en opstaan wordt steeds verder verlegd. Een jetlag ervaart u als u naar een plaats in de wereld vliegt waarmee een groot tijdsverschil bestaat. U voelt zich wakker of juist slaperig op de verkeerde momenten. Dit is vaak van voorbijgaande aard.
Slaapgebonden ademhalingsstoornis
De slaap kan ontregeld worden door achtereenvolgende ademstilstanden (slaapapneu). U stopt dan tot zestig seconden met ademen, waarna u naar adem snakt. Dit gaat gepaard met hard snurken. Deze ademhalingsstoornis kan weer overmatige slaperigheid of slapeloosheid veroorzaken.
Stoornissen tijdens de slaap
Parasomnieën zijn stoornissen tijdens de slaap, waarbij gedragingen die doorgaans overdag plaatsvinden, ’s nachts voorkomen. 'Slaapwandelen' en 'nachtelijke paniek' komen voor tijdens de diepe slaap (deltaslaap). Meestal herinnert u zich hier ’s ochtends weinig of niets van.
'Nachtmerries' komen voor in de droomslaap (REM-slaap) en worden als levensecht ervaren. Iemand die wakker wordt uit een nachtmerrie voelt zich vaak helder en angstig.