Wanneer is er sprake van overgewicht?

We spreken van overgewicht als iemand meer weegt dan 'normaal' voor zijn lengte. Obesitas is de term die gebruikt wordt bij ziekelijk overgewicht: dat is overgewicht die de gezondheid in gevaar kan brengen.
Overgewicht wordt meestal veroorzaakt door een ongezonde levensstijl: te veel eten, (met name vet en koolhydraten) in combinatie met te weinig lichaamsbeweging. Bij een enkeling is het overgewicht te wijten aan een stofwisselingsstoornis, bijvoorbeeld door een afwijking aan de schildklier.

Een toename van het gewicht bij het naderen van de middelbare leeftijd is normaal. Slechts enkele kilo's méér is natuurlijk nog geen obesitas. Obesitas komt het meest voor bij mensen van middelbare leeftijd, maar in principe kunnen mensen er op alle leeftijden last van krijgen.

Er zijn allerlei methodes om te bepalen of iemand zo’n overgewicht heeft dat hij risico's voor zijn gezondheid loopt. Vroeger werd voor het bepalen van het ideale gewicht alleen uitgegaan van het gewicht in verhouding tot de lengte, waarbij voor mannen en vrouwen andere normen golden.

Tegenwoordig zijn er ook andere methoden voor het bepalen van de omvang van de vetmassa. Het meest bekend is de Quetelet Index (QI), die ook wel Body Mass Index (BMI) heet.

U berekent uw Quetelet Index door uw gewicht (in kilo’s) te delen door het kwadraat van uw lengte (in meters).

De QI wordt als volgt geïnterpreteerd:

14 – 17 te mager
18 – 24 normaal gewicht
25 – 30 overgewicht
> 30 ernstig overgewicht

Er is sprake van overgewicht als de Quetelet Index 25 of hoger aangeeft. 

Maar er is nog een andere methode die eenvoudig zelf kan worden toegepast. Daarbij wordt de tailleomtrek gemeten. Deze blijkt een goede indruk te geven van de hoeveelheid lichaamsvet en de hoeveelheid vet in de buikholte. Het Voedingscentrum en de Nederlandse Hartstichting vinden zowel de QI als de middelomtrek redelijk betrouwbare indicatoren voor de beoordeling van het lichaamsgewicht.

Tailleomtrek
Appels en peren
Als het vet rond de buik zit is dit nadelig voor de gezondheid. Dit noemen we de appelvorm of mannelijke vetverdeling. Bij deze vorm treden vaker aandoeningen als suikerziekte, hoge bloeddruk, kortademigheid en hart- en vaatziekten op. Deze vetverdeling is gemakkelijker kwijt te raken van die van een peerfiguur.

Bij een peerfiguur zit het meeste vet rond de heupen en bovenbenen. Deze vetophopingen komen veel bij vrouwen voor. Dit wordt dan ook wel de peervormige of vrouwelijke vetverdeling genoemd. Deze vorm geeft risico's voor de gewrichten. Meestal is er geen sprake van ongezond overwicht. Lichaamsbeweging kan helpen.

De omtrek van de taille wordt gemeten tussen de onderkant van de onderste rib en de bovenkant van het bekken. De omtrek waarbij van een verhoogd risico sprake is, is afhankelijk van het geslacht en de etnische afkomst. Voor blanke Nederlanders geldt het volgende:

Buikomtrek in cm
Vrouwen 80 - 88:  verhoogd risico
Vrouwen < 88    :  ernstig verhoofd risico
Mannen 94 - 102:  verhoogd risico
Mannen > 102    :  ernstig verhoogd risico

Voordeel van de methode:
• De tailleomtrek is met behulp van een centimeter gemakkelijk te meten.
• Het gezondheidsrisico voor mensen met een lage QI maar een ongunstige vetverdeling wordt beter weergegeven bij de QI.

Andere methoden
Een andere methode is de middel-heup ratio (MHR). Dit is de verhouding tussen middel- en heupomtrek. De hoeveelheid vet in de buikholte wordt er redelijk door aangegeven, maar MHR zegt niets over de totale hoeveelheid vet in het lichaam.

Het meten van de dikte van huidplooien geeft een indruk van de hoeveelheid onderhuids vet. Aan de hand daarvan kan de hoeveelheid lichaamsvet worden geschat. Deze meting geeft geen indruk van de hoeveelheid buikvet.