
Testosteron regelt in een mannenlichaam meer dan de zin in seks. Het hormoon heeft veel te maken met het geheugen, botontkalking, de gemoedstoestand en hart-en vaatziekten.
Oudere mannen met een laag testosterongehalte hebben een iets grotere kans om te overlijden dan oudere mannen met een normaal testosterongehalte. Hoewel het nog niet hard bewezen is, wijzen onderzoeken er op dat oudere mannen met een relatief hoog testosteronpeil meer energie hebben en minder vatbaar zijn voor ouderdomsziekten.
Verschillende problemen
De productie van testosteron neemt langzaam af bij het ouder worden. Doordat testosteron overal in het mannenlichaam aan het werk is, betekent dit dat een tekort aan het hormoon ook voor verschillende problemen kan zorgen.
Van geheugen tot botten
In het bloed van een gezonde man schommelt de concentratie testosteron dagelijks tussen de 11 en 30 nanomol per liter. Vanaf het 40ste levensjaar kunnen mannen merken dat hun spierkracht en spiermassa iets afnemen. Dat gaat heel geleidelijk. Het kortetermijngeheugen zal langzaam maar zeker iets minder goed gaan functioneren en op latere leeftijd neemt de zin in seks wat af. Ook kunnen problemen met slapen ontstaan. Er is een verband tussen laag testosteron en botontkalking (osteoporose), maar het is nog onduidelijk of een laag testosteronniveau botontkalking veroorzaakt of dat het juist een gevolg daarvan is.
Metabool syndroom
Een laag testosterongehalte wordt ook vaak gezien in combinatie met het zogeheten metabool syndroom. Dat syndroom is een combinatie van factoren die kunnen leiden tot hart- en vaatziekten. Het gaat om hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte, een ongunstige bloedsuikerspiegel, aderverkalking en (extreem) overgewicht. Ook hier is niet duidelijk of een laag testosteronniveau dit alles veroorzaakt of dat het juist een gevolg is. De echte boosdoener is mogelijk het vet dat rond organen ligt opgeslagen.
Orgaanvet
Uit een groeiend aantal onderzoeken blijkt dat diep in de buik liggend vet de bloedsuikerspiegel en de cholesterolwaarden negatief beïnvloeden. Diepliggend buikvet of orgaanvet zet testosteron om in het vrouwelijk hormoon oestrogeen, dat vetopslag nog eens bevordert. Terwijl de vetmassa toeneemt en de spiermassa afbrokkelt, wordt het lichaam minder gevoelig voor insuline en neemt de kans op diabetes type 2 toe. De meeste mannen kunnen dit proces terugdringen of zelfs ten goede keren. Ze kunnen hun testosteronproductie weer opkrikken door hun leefstijl te veranderen.
Penopauze
Bij vrouwen die in de overgang komen verandert de hormoonspiegel relatief snel. Deze menopauze kent niet echt een mannelijke tegenhanger. Bij mannen wordt wel eens van een penopauze of andropauze gesproken, als de testosteronspiegel in het bloed niet meer boven de 12 nanomol per liter komt. Een tekort komt voor bij bijna 1 op de 10 mannen in de leeftijd tussen 40 en 79. Allerlei klachten kunnen ontstaan, die echter niet altijd worden opgemerkt of in verband worden gebracht met laag testosteron. De belangrijkste klachten zijn afname van het libido, depressieve gevoelens en botontkalking.
Vrij testosteron
Een man met een laaggemiddeld testosteron hoeft niet direct meer klachten te hebben dan iemand met bovengemiddeld testosteron. Leidt bij de ene man een testosteronpeil van 20 al tot klachten, bij een ander is er dan nog niets aan de hand. Dat heeft ook te maken met de hoeveelheid "vrij testosteron" in het bloed. Alleen de vrije, ongebonden vorm van testosteron is biologisch actief. De verhouding van gebonden en ongebonden testosteron in het bloed speelt dus ook een rol bij het wel of niet voorkomen van klachten bij een laag testosterongehalte.
Een arts kan met een test van gebonden en ongebonden testosteron bepalen of het zinvol is extra testosteron toe te dienen.
Gerelateerde informatie
Auteur: Jan Willem Wensink
Bronnen: De Testosteronfactor, WebMD
Gerelateerde artikelen:
Trefwoorden: Libido - Overgewicht - Spieren - Hormonen
NIEUW!
Deel tips en informatie en discussieer met anderen over gezondheid
Naar het forum >