GEZONDHEID - ETEN & DRINKEN

Radioactieve straling en kanker – 10 veelgestelde kernvragen

Op: 17-03-2011 in eten & drinken | forum
Radioactieve straling en kanker – 10 veelgestelde kernvragen

Voor veel mensen heerst onduidelijkheid over de gevaren die radioactieve stoffen vormen voor de gezondheid. Met de toenemende angst voor radioactieve straling in Japan en omliggende landen, is het tijd om kernvragen te beantwoorden als: wat is radioactiviteit eigenlijk, wat voor schade richt radioactieve straling aan, welke lichaamsdelen zijn extra gevoelig en waarom is er een massale run op jodiumtabletten?


Kernvraag 1: Wat is radioactiviteit?
Stoffen zijn radioactief als ze straling uitzenden. Bij dat proces verandert de samenstelling van de atoomkern en daarmee de aard van de stof. Dat gebeurt ook tijdens kernsplijtingreacties in kerncentrales. Maar in de natuur komen ook veel radioactieve stoffen (‘radioactieve isotopen’) voor die spontaan straling uitzenden tijdens radioactief verval, bijvoorbeeld uranium in de bodem of kalium-40 in drinkwater. Deze straling kan je niet zien, horen, proeven, ruiken of voelen.

Kernvraag 2: Wat is radioactieve (ioniserende) straling?

In de volksmond spreken we van radioactieve straling, maar dit moet eigenlijk ioniserende straling zijn. De straling zelf is namelijk niet radioactief.  De straling is het gevolg van radioactiviteit, het gevolg van het spontane uiteenvallen van atomen.
Er zijn drie typen ioniserende straling met verschillende doordringende vermogens. Alfastraling wordt al tegengehouden door een vel papier, en ook bètastraling is gemakkelijk tegen te houden: een dun laagje metaal of normale kleding kan al voldoende zijn. Alfa- en bètastraling zijn vormen van deeltjesstraling.
Bij radioactief verval en kernsplijting komt vrijwel altijd gammastraling vrij. Dat is elektromagnetische straling zoals zonlicht of röntgenstralen. Alleen is gammastraling veel energierijker. Om gammastralen te weren is een dikke laag materiaal nodig : water, grond, loden wanden of blokken beton.

Kernvraag 3: Hebben mensen last van ioniserende straling rond een werkende kerncentrale?
In een kernreactor worden uranium-235-kernen gespleten tijdens een gecontroleerde kettingreactie. Dat levert enorm veel nuttige warmte op en energierijke gammastraling. Maar ook een reeks splijtingsproducten. Dat zijn radioactieve isotopen die snel (binnen minuten) of langzaam (dagen, weken, maanden) vervallen onder het uitzenden van bèta- en gammastraling. Normaal gesproken heeft de omgeving van zulke straling geen last door de dikke lagen staal en beton die het reactorvat als de schillen van een ui omringen.

Kernvraag 4: Hoe verspreiden radioactieve deeltjes zich?
Radioactief materiaal kan verspreid worden met kleine deeltjes (stof) of opgelost in kleine  druppels in de lucht. Dit kan direct geïnhaleerd worden in de longen. Ook kan het  door de regen in de zee en de bodem terechtkomen en eventueel gewassen, zeeleven en drinkwater besmetten. Ook consumptie van besmet voedsel of besmette dieren kan zo gevaar opleveren. Denk bijvoorbeeld aan het verbod op spinazie na het ongeval in Tsjernobyl of de mogelijkheid dat koeienmelk of visproducten besmet raken.

Kernvraag 5: Wat voor schade richt straling bij mensen aan?
Straling die in je lichaam doordringt, beschadigt het DNA. In principe beschikt je lichaam over mechanismen om die schade (deels) te herstellen. Hiervoor geldt dat je veilig bent wanneer het herstelproces sneller gebeurt dan de tijd die nodig is voor beschadigd of gemuteerd DNA om zich te kopiëren. Het is maar goed dat je lichaam een herstellend vermogen heeft, want je staat voortdurend bloot aan een beetje natuurlijke straling, afkomstig van bijvoorbeeld kalium-40 in drinkwater, kosmische straling of uranium in de bodem. Daarnaast sta je bloot aan kunstmatige straling zoals röntgenstralen in ziekenhuizen, radon-222 in beton en kosmische straling tijdens vliegreizen. Zulke achtergrondstraling zorgt er soms voor dat cellen blijvend ontregeld raken en kanker ontstaat. Als mensen daarbovenop een extra stralingsdosis oplopen, neemt de kans op ontregelde cellen toe en daarmee op kanker.

Kernvraag 6: Welke lichaamsdelen zijn extra kwetsbaar voor stralingsschade?

Sneldelende cellen zijn gevoeliger voor straling. Daarom kunnen extreem hoge doses straling leiden tot haaruitval, beschadigde slijmvliezen en kapot beenmerg. Maar dat gebeurt pas als de dosis binnen dagen of weken zeker duizend maal groter is als de achtergrondstraling per jaar. Ook zijn lichaamsdelen waarin radioactieve stoffen zich ophopen kwetsbaar, bijvoorbeeld de schilklier. Daarin kan jodium-131 ophopen. De explosie in de kerncentrale in Japan kan de bevolking blootstellen aan bestraling op lange termijn, dit kan het risico op kanker verhogen. Het met name om schildklier-, beenderkanker en leukemie.

Kernvraag 7: Waarom lopen kinderen meer risico op kanker bij blootstelling aan straling dan volwassenen?
Groeiende kinderen en ongeboren baby’s lopen meer risico, omdat hun cellen zich sneller delen dan volwassenen. Bovendien consumeren ze meer koeienmelk dan volwassenen, waardoor ze nog meer risico lopen. Koeien nemen radioactieve deeltjes op die neergedaald zijn op de weide. Zo komen de stoffen in melk terecht. Dit is wat er gebeurde in Tsjernobyl, maar toen werd deze informatie niet aan ouders meegedeeld. Bij kinderen vond er hierdoor een toename plaats van schildklierkanker. In totaal waren er bij die ramp 4000 extra gevallen.

Kernvraag 8: Waarom is er in Azië nu een massale run op jodiumtabletten?
Bij schade aan de splijtstofstaven in een kernreactor, zoals nu het geval in Japan is, kunnen radioactieve splijtingsproducten zich over de omgeving verspreiden. En dat is nu aan het gebeuren. Als eerste zijn  gasvormige isotopen zich aan het verspreiden zoals krypton, xenon, cesium en jodium. Om het risico te verkleinen dat radioactief jodium zich in de schildklier gaat ophopen, slikken mensen jodiumpillen. Zo raakt hun schildklier verzadigd met niet-radoactief jodium en neemt het dus geen (radioactief) jodium uit de omgeving op.

Kernvraag 9: Wat is de kans om kanker te krijgen als gevolg van blootstelling aan  straling?
Het precieze effect van straling wordt bepaald door het type straling, de geabsorbeerde stralingsdosis en de gevoeligheid van het getroffen weefsel voor straling. Maar simpel gezegd geldt: hoe meer je wordt blootgesteld aan radioactieve straling, hoe groter de kans op kanker. Toch blijft de kans om daadwerkelijk kanker te krijgen als gevolg van blootstelling aan radioactieve straling gering, volgens Harald Wychgel van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). ‘Zelfs als je in één keer honderd keer meer straling oploopt dan normaal in een jaar, neemt je kans op kanker nog maar met ongeveer 1% toe. Maar als je een extreem grote hoeveelheid radioactieve straling ineens ontvangt, dan wordt je veel sneller ziek en is er ook een grote kans dat je dat niet overleeft.’

Kernvraag 10: Wat is Sievert?
De Sievert is een maat voor stralingsbelasting. Als Nederlander loop je door natuurlijke en kunstmatige achtergrondstraling ongeveer 1,5 tot 2,5 milliSievert (mSv) per jaar op. Bovenop deze stralingsbelasting mag je als burger maximaal 1 mSv per jaar oplopen. Voor medewerkers in een kerncentrale gelden weer hogere waarden. Ter vergelijking: in Japan werd maandag 14 maart op het terrein van Fukushima 0,4 mSv per uur gemeten. Een ruwe vuistregel is dat elke extra 1.000 mSv zorgt voor 5 % extra kankergevallen. Maar voor kleine doses kan de extra bijdrage door stralingsbelasting niet goed vastgesteld worden. Dat komt doordat hij in het niet valt bij het grote risico dat mensen lopen om sowieso in hun leven kanker te krijgen: 1 op 3.

 

Gerelateerde informatie over straling


Auteur: Rachel van de Pol
Bronnen: NRC Handelsblad dinsdag 15 maart 2011, RIVM


Gerelateerde artikelen:


Trefwoorden: Kanker - Botkanker - Leukemie - Schildklierkanker - Straling


NIEUW!
Deel tips en informatie en discussieer met anderen over gezondheid
Naar het forum >

Reacties

01.

schildklieronderzoek

Hoe zit het dan als je radioactief jodium krijgt toegediend bij een schildklieronderzoek om te kijken of de snelle werking door een ontsteking wordt veroorzaakt.
rd | 15.06.11



02.

radioactiviteit

Ik eet voorlopig geen vis uit Japan!
Ben | 21.03.11



03.

radioactief

Ja, ik snapte er eerst geen zak van. Duidelijk verhaal, ik dacht je van radioactief materiaal direct ziek zou worden. Maar het kan dus ook veel later gevolgen hebben. Dat wist ik niet. Bedankt hiervoor.
Tessa | 21.03.11



04.

reactie

Deze informatie is zeer leerzaam en heeft me een duidelijk
Beeld gegeven over radioactiefmateriaal
reda | 20.03.11