
Borstvoeding geven gaat niet altijd zo soepel als je zou willen. 9 tips waarmee je borstvoeding zo goed mogelijk laat verlopen.
Lactatiekundige Monique van 't Zelfde begeleidt moeders bij het geven van borstvoeding. Voor de website van het vakblad Kraamsupport houdt zij een weblog bij. Voor dokterdokter.nl geeft ze negen tips waarmee moeders problemen kunnen voorkomen.
1. Volg een borstvoedingscursus
Bereid je voor op het geven van borstvoeding door tijdens je zwangerschap al een cursus te volgen. Neem je man of vriend mee. Jullie leren hier alles over de werking van borstvoeding, het aanleggen, hoe je weet of je kindje genoeg voeding krijgt en het voorkomen en oplossen van problemen. De meeste kraamorganisaties verzorgen zo’n cursus of een informatiebijeenkomst.
2. Leg je baby na de geboorte op je blote huid
Huid-op-huidcontact na de bevalling is meer dan een beetje kroelen met je baby. De baby blijft goed op temperatuur en kan vaak zelf - of met een beetje hulp - de borst vinden. Dit heeft een positief effect op de duur en het verloop van de borstvoedingperiode.
3. Geef borstvoeding op verzoek
Borstvoeding werkt vaak het beste als je goedbedoelde voedingsschema’s aan de kant gooit en kijkt en luistert naar de voedingssignalen die je baby geeft, zoals als het zuigen op de handjes of het likken met de tong. Door te voeden op de momenten dat je baby daar behoefte aan heeft, ontwikkelt hij een eigen drinkritme. Dat schema kan gedurende de borstvoedingperiode trouwens variëren.
4. Geef alleen bijvoeding op medisch advies
Bijvoeding is alle voeding die je baby niet direct uit de borst drinkt. Als alles goed gaat en de baby drinkt goed en regelmatig, dan heeft de baby voldoende aan jouw melk.
Blijft de baby achter in gewicht, dan is het belangrijk (maar dat geldt voor alle klachten met het geven van borstvoeding) dat je de oorzaak achterhaalt. Kom je daar zelf niet achter, vraag dan advies, bijvoorbeeld bij een lactatiekundige.
5. Geef geen fopspeen
Het sabbelen op een fopspeen vereist een andere vaardigheid dan het drinken aan de borst: het mondje hoeft minder ver open en de tong maakt een andere beweging. Als baby’s in de eerste weken na de bevalling een (fop)speen krijgen, is de kans aanwezig dat zij niet de juiste drink techniek behouden. Sommige baby’s raken hiervan in de war en zo kan er zogeheten tepel-speenverwarring ontstaan.
Ook kan het zijn dat je de voedingssignalen van je kindje niet oppikt als je een speentje geeft. Je baby wil aan de borst maar krijgt een speentje en valt daar misschien op in slaap. Zo verstoor je het principe van vraag en aanbod en kan de borstvoeding teruglopen. Als je toch een speentje wilt geven, doe dit dan als je borstvoeding en het aanleggen probleemloos verloopt en als je zeker weet dat je baby klaar is met drinken.
6. Geef in de eerste weken geen bijvoeding met de fles
Om tepel-speenverwarring te voorkomen is het beter eventuele bijvoeding op een andere manier te geven dan met de fles, bijvoorbeeld met een cupje of via vingervoeden. De kraamverzorgende kan uitleggen hoe je dat het beste kunt doen.
Na een week of 4 is het een goed moment om een kolf te kiezen en om de baby aan het drinken uit een fles te laten wennen.
7. Laat je baby in de kraamtijd op je eigen slaapkamer slapen
Door je baby dicht bij je te hebben, vang je de subtiele voedingssignalen het beste op. Huilen is het allerlaatste signaal dat een baby kan geven.
8. Vertrouw op je eigen gevoel
Tijdens de kraamperiode word je waarschijnlijk overspoeld met goed bedoelde adviezen van zorgverleners en de mensen om je heen. Twijfel niet aan jezelf en probeer je eigen pad te kiezen. Kijk naar de baby, luister naar je hart en doe waar jij en de baby je goed bij voelen.
9. Schakel op tijd hulp in
Blijf niet rondlopen met klachten of onzekerheden, maar zoek hulp als je dat nodig vindt. Via de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk of de borstvoedingsorganisatie LLL kun je in contact komen met andere moeders die borstvoeding geven. Voor persoonlijke begeleiding kun je een lactatiekundige inschakelen. Deze vind je op de site van de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen. Meestal heb je maar één consult van 1,5 uur nodig om de problemen op te lossen. Zo’n consult kost gemiddeld 115 euro. De meeste zorgverzekeraars vergoeden de lactatiekundige zorg geheel of gedeeltelijk vanuit de aanvullende verzekering.
Gerelateerde artikelen:
Trefwoorden: Baby
NIEUW!
Deel tips en informatie en discussieer met anderen over gezondheid
Naar het forum >