Wat is jicht?

Jicht is een ziekte waarbij één of meer gewrichten ontstoken zijn. De aandoening komt bij mannen bijna twee keer zo vaak voor als bij vrouwen. Vroeger werd jicht vooral gezien bij welgestelden. De kwaal komt de laatste 30 jaar steeds meer voor, waarschijnlijk door het toegenomen gebruik van  plastabletten. De gemiddelde leeftijd waarop jicht bij mannen begint ligt rond de 40 jaar, bij vrouwen rond de 55 jaar.

Symptomen bij jicht

Jicht zit meestal in het basisgewricht van de grote teen (50 procent van de gevallen), maar kan ook in de middenvoet, enkel, knie of pols zitten. Bij jicht is er een ontsteking in een gewricht. Het gewricht is pijnlijk, rood, dik en warm. Soms treedt lichte koorts op.

Typerend voor jicht is dat het in aanvallen komt. Jicht ontstaat in een paar uur tijd, vaak in de nanacht, en is na 12 – 24 uur op haar hoogtepunt. Een jichtaanval is meestal binnen één tot drie weken weer over. Als iemand eenmaal een aanval heeft gehad, is de kans op herhaling groot.

Hoe ontstaat jicht?

Het ontstaan van jicht hangt samen met een verhoogd urinezuurgehalte in het bloed. Urinezuur is een afbraakproduct van eiwitten. Een verhoogde concentratie in het bloed kan het gevolg zijn van een overproductie van urinezuur of van een verminderde afvoer door de nieren. Meestal gaat het om een verminderde uitscheiding door de nieren. Het urinezuur vormt in het gewricht kristallen die daar een ontsteking veroorzaken. De opeenhoping van kristallen kan zich manifesteren als een verdikking rond de gewrichten en aan de randen van de oorschelp. Deze verdikkingen worden tophi of jichtknobbels genoemd.

De jichtkristallen kunnen ook nierstenen vormen. Overigens krijgt slechts 10 procent van de mensen met een verhoogd urinezuurgehalte in het bloed last van jicht. De kans op jicht is groter bij mensen met suikerziekte, gestoorde nierfunctie, hoge bloeddruk, overgewicht, stress en als deze kwaal vaak in de familie voorkomt.

Alcoholgebruik, eiwitrijke maaltijden, stress, plaspillen en chemotherapie kunnen een aanval uitlokken. Ook na een operatie, verstuiking of overbelasting van het gewricht kan jicht optreden. In een klein aantal gevallen kan jicht het gevolg zijn van een andere ziekte zoals stofwisselingsstoornissen en leukemie. Een verhoogd urinezuurgehalte dat geen klachten geeft, hoeft niet te worden behandeld.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Ruim 60 procent van de mensen heeft binnen een jaar een tweede aanval. De aanvallen nemen vaak geleidelijk toe in frequentie. Naarmate men meer aanvallen heeft gehad, duren de aanvallen langer en is de kans groter dat ze in meer dan één gewricht jicht geven. Heeft iemand meer dan drie aanvallen per jaar, dan spreekt men van chronische jicht. Bij chronische jicht kunnen op de lange duur misvormingen van de gewrichten optreden.

Wanneer u een enkele maal een aanval heeft zal uw arts meestal besluiten tot het geven van medicijnen gedurende de periode van klachten. Vaak gaat het daarbij om pijnstillers die ook een ontstekingsremmend effect hebben. Bij erge klachten kan medicijnen ook in het gewricht geinjecteerd worden.

Wanneer u meer dan drie aanvallen per jaar heeft kan een behandeling gestart worden met medicijnen die het urinezuurgehalte in het bloed verlagen.

Wanneer naar de huisarts?

Het is goed om de huisarts in te schakelen wanneer u verschijnselen van een ontstoken gewricht heeft, zeker wanneer de ontstekingen vaker terugkomen.

Wanneer de diagnose jicht bij u gesteld is en u krijgt opnieuw een ontstoken gewricht, dan kunt u zelf starten met medicijnen. Wanneer binnen 3-5 dagen uw klachten niet verminderen is alsnog een bezoek aan uw huisarts aan te raden. Ook bij meer dan drie aanvallen per jaar is het verstandig dit met uw huisarts te bespreken.

Wat kunt u er zelf aan doen?

  • Geef een gewricht dat dik, rood, warm en pijnlijk is, voldoende rust. Leg het been hoog als jicht in de voet of in het been zit. Draag de arm met jicht in een mitella of leg de arm op een kussen op tafel te rusten.
  • Koelen met een natte doek of met ijs geeft verlichting. Doe geen plastic om de natte doek (daardoor wordt het gewricht juist warm) en houd de doek steeds koel. Bij gebruik van ijs is het verstandig om de ijsklontjes in een plastic zakje te doen en dat te omwikkelen met een theedoek zodat de huid niet bevriest.
  • Zodra de klachten minder worden, is het belangrijk om regelmatig te bewegen. Dit voorkomt stijfheid en door een betere bloeddoorstroming wordt het herstel bevorderd. Zware of lange belasting moet wel vermeden worden.
  • Om nieuwe aanvallen te helpen voorkomen is het goed elke dag een ruime hoeveelheid water te drinken. Het is beter alcohol te vermijden en zuinig te zijn met eiwitrijke (vlees)voeding. Vegetarische voeding heeft geen invloed op een acute jichtaanval, maar kan de frequentie van aanvallen wel gunstig beïnvloeden.
  • Als u plastabletten gebruikt, is het soms raadzaam om met uw huisarts te overleggen over stoppen of vervangen.
  • Bij een jichtaanval helpen ontstekingsremmende medicijnen (NSAID’s), zoals ibuprofen (4 x per dag 600 mg) of naproxen (starten met 750 mg éénmalig, dan na 8 uur 500 mg éénmalig en daarna 3 x per dag 250 mg) . Deze middelen zijn zonder recept bij apotheek en drogist verkrijgbaar. Zij geven snel een verlichting van de pijn en doen de ontsteking afnemen. In het algemeen wordt aangeraden ze gedurende vier tot zeven dagen in te nemen. Maagklachten zijn een mogelijke bijwerking van deze medicijnen. Als de klachten na 2-3 dagen niet verminderen of er veel bijwerkingen zijn adviseren wij u contact op te nemen met uw huisartspraktijk. De huisarts heeft de mogelijkheid om u andere medicijnen voor te schrijven.
  • Bij overgewicht kan afvallen een gunstig effect hebben op de frequentie van de aanvallen. Het vermageren moet geleidelijk gebeuren. Gebeurt dit te snel, dan kunnen jichtaanvallen juist worden uitgelokt.

In samenwerking met

Drs. P.A. van Dijk (auteur)
Drs. P.L.M. van Oijen (consulent)

Bronnen

  • Berkow R et al. Merck manual. Bohn Stafleu van Loghum. Houten, 2000.
  • Jacobs JWG, Bijlsma JWJ. Jicht de huidige visie op ontstaan, diagnostiek en therapie. Ned Tijdschr Geneesk. 1996; 140:187-191.
  • Lisdonk van de EH, Bosch van den SJHM, Lagro-Janssen ALM, Schers HJ. Ziekten in de huisartsenpraktijk vijfde druk  2008.  Reed Business, Amsterdam.
  • NHG Standaard: Artritis