Suikerziekte, ook diabetes mellitus of kortweg diabetes genoemd, is een chronische stofwisselingsziekte waarbij het suikergehalte in het bloed verhoogd is.
Er bestaan verschillende vormen van diabetes mellitus, de meest voorkomende vormen zijn:
In enkele gevallen wordt diabetes veroorzaakt door een andere ziekte of aandoening.
Dokterdokter.nl heeft twee informatiefolders over diabetes mellitus samengesteld. In deze informatiefolder leest u over diabetes type 2.
Diabetes type 2 wordt ook niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus genoemd. Ongeveer negentig procent van de mensen met diabetes heeft type 2.
Diabetes mellitus type 2 is een chronische stofwisselingsziekte, waarbij het suikergehalte in het bloed verhoogd is. Een ander woord voor suiker in het bloed is bloedsuiker of bloedglucose.
Bij gezonde mensen ligt het bloedsuikergehalte tussen 4 tot 6 millimol per liter (nuchter) en 8 millimol per liter (na een maaltijd). Bij mensen met diabetes liggen deze waarden (veel) hoger.
Suiker (glucose) komt uit de koolhydraten in onze voeding. Koolhydraten zitten onder andere in brood, pasta, rijst, aardappels en in zoete producten zoals jam, koek en snoep. Koolhydraten worden in het lichaam verteerd tot glucose. Daarna wordt glucose uit het bloed opgenomen door de lichaamscellen.
Bij mensen met diabetes wordt het glucose niet opgenomen uit het bloed. Het gevolg hiervan is dat de hoeveelheid suiker in het bloed te hoog is.
De klachten bij suikerziekte type 2 ontstaan vaak heel geleidelijk. Bij heel veel mensen wordt de suikerziekte daardoor pas laat ontdekt, vaak zelfs per toeval. Helaas kunnen in de loop van de tijd al wel complicaties van de suikerziekte zijn ontstaan. Bij sommige mensen zijn deze complicaties de eerste uiting van de ziekte. Verschijnselen van suikerziekte type 2 (diabetes mellitus type 2) kunnen zijn:
Bij gezonde mensen wordt de hoeveelheid glucose in het bloed gereguleerd door het hormoon insuline. Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed wordt opgenomen door de lichaamscellen.
Insuline wordt aangemaakt in bepaalde cellen van de alvleesklier (de pancreas). Deze cellen worden de bètacellen genoemd en liggen in groepjes: de zogenaamde eilandjes van Langerhans.
Bij patiënten met suikerziekte type 2 verlopen er twee dingen niet goed. De ernst hiervan kan van patiënt tot patiënt verschillen. Er is sprake van:
Er wordt aangenomen dat suikerziekte type 2 (diabetes mellitus type 2) begint met de vermindering van insulinegevoeligheid van de cellen. De cellen kunnen dan minder glucose uit het bloed opnemen. Dit is een erfelijk bepaald fenomeen, maar wordt versterkt door ouder worden en door andere factoren.
Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van diabetes type 2:
Door de afgenomen gevoeligheid van de cellen, is er meer insuline nodig om hetzelfde effect te bereiken. Wanneer het niet lukt om deze extra insuline te maken, wordt er niet genoeg glucose door de lichaamscellen opgenomen. De hoeveelheid glucose in het bloed stijgt.
Er is een aantal groepen mensen die een vergroot risico hebben op het krijgen van diabetes mellitus type 2, namelijk:
De klachten die patiënten met suikerziekte hebben, kunnen heel verschillend zijn.
De behandeling van deze ziekte bestaat over het algemeen uit:
Wanneer deze maatregelen niet voldoende zijn, is het nodig om ook tabletten te gebruiken. Sommige tabletten verhogen de gevoeligheid van de bètacellen voor insuline; sommige tabletten stimuleren de cellen tot het aanmaken van nog meer insuline. Bij een aantal patiënten is het na verloop van tijd toch nodig om insuline te geven, soms in combinatie met tabletten. Diabetes mellitus type 2 is een ziekte die nooit over gaat.
Te hoog of te laag bloedsuiker
Een ander woord voor te hoog bloedsuikergehalte is hyper(glycaemie) en voor een te laag bloedsuikergehalte is dit hypo(glycaemie).
Het bloedsuikergehalte kan te hoog of te laag worden als:
Het is belangrijk dat u de verschijnselen hiervan bij uzelf kunt herkennen en tijdig maatregelen kan nemen. Vertel mensen in uw omgeving dat u suikerziekte heeft en wat de verschijnselen van een hyper en hypo zijn. Wanneer u niet in staat bent om adequaat te reageren, kunnen zij dat voor u doen.
Hyper(glycaemie)
Bij een hyperglycaemie is het bloedsuikergehalte hoger dan 10 millimol per liter. Een lichte verhoging van het bloedsuikergehalte geeft geen of slechts vage klachten. Stijgt de bloedsuiker verder, dan kunnen de volgende klachten ontstaan:
Bij een gevaarlijk hoog bloedsuikergehalte wordt u zwak en suf en kost ademhalen u meer moeite. U loopt dan bovendien kans om uit te drogen. Het is belangrijk dat u in dit geval snel insuline spuit.
Hypo(glycaemie)
Bij een hypoglycaemie is het bloedsuikergehalte lager dan 3,8 millimol per liter. Klachten die kunnen optreden:
Bij een gevaarlijk laag bloedsuikergehalte kunt u suf, verward of agressief worden. U kunt stuipen krijgen en uiteindelijk in een coma raken. Het is belangrijk dat u bij de eerste verschijnselen van een hypo iets eet of drinkt waar veel suiker in zit. Het is handig om bijvoorbeeld altijd een rolletje druivensuiker bij u te hebben.
Instrueer mensen in uw omgeving dat zij u iets met suiker laten eten of drinken, mocht u ooit erg suf zijn door een hypo. Bent u eenmaal bewusteloos, leg mensen van tevoren uit dat ze een huisarts bellen. Als u bewusteloos bent, kan alleen een injectie met glucagon gegeven worden. Dit hormoon heeft de tegenovergestelde werking van insuline en verhoogt dus het bloedsuikergehalte.
Late complicaties
Diabetes kan leiden tot complicaties. Dit worden late complicaties genoemd, omdat ze vaak pas jaren na het begin van de diabetes ontstaan. Deze complicaties zijn het gevolg van te lang of te vaak een te hoog bloedsuikergehalte hebben gehad.
De kans op complicaties is kleiner wanneer u goed bent ‘ingesteld’, dat wil zeggen dat bij u door het spuiten van insuline de bloedsuiker binnen normale waarden blijft. Bij een goede instelling duurt het over het alg emee n ook langer voordat de complicaties optreden.
Late complicaties zijn:
Extra complicatie bij patiënten met diabetes mellitus type 2:
Gevolg hiervan:
Deze factoren (bloeddruk en bloedvetten) moeten bij deze patiënten nauwgezet onderzocht en gevolgd worden en zonodig behandeld met dieetadviezen en vaak tabletten daarbij.
Wanneer u vermoedt dat u suikerziekte heeft, is het belangrijk om naar de huisarts te gaan. Tijdige behandeling kan complicaties voorkomen of verhelpen.
Omdat suikerziekte type 2 vaak pas laat wordt ontdekt, is het ook raadzaam dat u naar de huisarts gaat wanneer u een van de eerder genoemde complicaties bij uzelf opmerkt.
Heeft u diabetes mellitus, dan is het belangrijk dat u regelmatig op controle komt. Wanneer u eenmaal goed bent ingesteld, komt u bij de meeste huisartspraktijken elke drie maanden op controle. Deze controle kan gebeuren door de huisarts maar wordt vaak gedaan door de assistente, een praktijkverpleegkundige of een medewerker van het eerstelijnscentrum waar uw huisarts bij is aangesloten.
Treden er veranderingen of bijzonderheden op, dan is het raadzaam dat u contact opneemt met de huisarts, bijvoorbeeld als:
U zult moeten leren om zo goed mogelijk met de ziekte en de behandeling om te gaan. Dit kan in het begin moeilijk zijn en gevoelens van onmacht, verdriet en boosheid oproepen. Hier hebben veel diabetespatiënten last van en dit is een heel normale reactie.
Om de kans op complicaties te verkleinen, is het belangrijk dat het bloedsuikergehalte binnen normale waarden blijft en niet te sterk schommelt. U kunt dit bereiken door op regelmatige tijden te eten, te bewegen en uw medicatie te gebruiken.
Probeer ook gezond te leven door gezonde voeding te nemen, voldoende te bewegen, niet te roken en te zorgen voor een gezond lichaamsgewicht.
Wees zelf alert op de controle van uw bloeddruk, bloedvetten, nieren en ogen.
Leven met suikerziekte
Een belangrijk doel van de behandeling en begeleiding van patiënten met diabetes is een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te behouden. Er wordt geprobeerd om de patiënt ondanks zijn ziekte, normaal te kunnen laten functioneren, zowel thuis als op het werk. Wanneer patiënten goed behandeld worden en zichzelf goed verzorgen en behandelen, zijn er maar weinig beroepen die niet uitgeoefend kunnen worden. Ook competitiesport hoeft geen probleem te vormen, zolang het bloedsuikergehalte maar goed in de gaten wordt gehouden.
Het kan prettig en zinvol zijn om uw eventuele problemen met uw dokter te bespreken. Hij kan u desgewenst ook doorverwijzen naar een andere hulpverlener. Ook kunt u contact zoeken met lotgenoten, om te praten over hoe zij met hun ziekte omgaan. De patiëntenvereniging Diabetesvereniging Nederland (DVN) biedt goede informatie, cursussen en andere bijeenkomsten.
Voedingsadvies bij suikerziekte
Diabetes hebben betekent allang niet meer een verbod op suiker of strenge dieetvoorschriften waarbij elk culinair genot wordt verboden. De diëtist stelt in overleg met de patiënt, een goed voedingspatroon samen, dat ook uitvoerbaar is.
Bij dit voedingsadvies komen de volgende elementen aan de orde:
Een goed voedingsadvies wordt samengesteld op basis van de specifieke problemen die bij een patiënt spelen. Dit betekent dat elk dieetadvies veerschillend kan zijn.
Zie het dieetadvies niet als een harnas of een absoluut verbod op de dingen die u juist zo lekker vindt. Het beste kunt u er gewoon verstandig mee om gaan, zodat u ook op de lange termijn het dieetadvies voldoende kunt volgen. Tenslotte: er is geen reden voor diabetespatiënten om 'suikervrije' producten te nuttigen.
Suikerziekte type 2 is voor een groot deel erfelijk: aan deze erfelijkheid kunt u niets veranderen. Wel kunt u ervoor zorgen dat uw lichaam in een goede conditie is, zodat de kans dat u de ziekte ook daadwerkelijk krijgt, wordt verkleind.
Probeer daarom te zorgen voor een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en probeer niet te roken.
Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur)
Dr. W.N.M. Hustinx (consulent)
Dr. L. Dijkhorst- Oei (consulent)