RSI (Repetitive Strain Injury) is een verzamelnaam voor pijnklachten in het gebied van vingers, handen, polsen, armen, ellebogen, schouders en nek. Naast pijn kunnen er klachten zijn van stijfheid, tintelingen, krachtvermindering, coördinatievermindering, temperatuur en kleur veranderingen. Deze symptomen kunnen tot belemmeringen in het normale functioneren leiden.
Specifieke neurologische en orthopedische aandoeningen (zoals een aandoening waarbij een zenuw in de pols beklemd zit, het ‘carpaal tunnel syndroom’, of een nekhernia) dienen uitgesloten te zijn om van RSI te mogen spreken. Het gaat hier om een zogenaamde ‘aspecifieke’ aandoening, wat wil zeggen dat er geen andere verklaring voor de klachten gevonden kan worden.
Meestal is er in de aanloop naar de klachten sprake geweest van overbelasting. Vaak gaat het daarbij om een herhalende beweging in combinatie met een te hoge spierspanning. Deze te hoge spierspanning komt bijvoorbeeld doordat u onder tijdsdruk moet werken of door een andere oorzaak extra stress ervaart. Sommige mensen zijn zich er helemaal niet van bewust dat ze bepaalde spieren aanspannen terwijl ze aan het werk zijn.
In Nederland spreken we vaak over ‘muisarm’. De klachten komen echter niet alleen voor bij computergebruikers, maar bijvoorbeeld ook bij musici, kappers, timmerlieden, metselaars, productiemedewerkers en veel andere beroepen.
In het begin zijn de klachten duidelijk gebonden aan een bepaalde activiteit, bijvoorbeeld aan het gebruik van de computermuis. Als deze activiteit gestopt wordt, verdwijnt de pijn.
Daarna kan de fase volgen waarin de klachten blijven aanhouden, ook als de bewuste activiteit gestaakt wordt. De klachten kunnen zich dan ook voordoen tijdens rust, waardoor ook het normale dagelijkse functioneren steeds meer belemmerd en beperkt kan worden.
De pijn bij RSI is gelokaliseerd in de spieren, pezen, peesaanhechtingen en zenuwen. De klachten ontstaan door overbelasting, waardoor onder andere spierverkrampingen en peesirritaties kunnen optreden.
Een combinatie van factoren is hiervoor meestal verantwoordelijk. Hierbij moeten we denken aan de activiteit zelf, de persoon die het betreft en de omgeving waarin de persoon functioneert:
In het vroege stadium moeten de klachten gezien worden als een alarmbel. Het is tijd om bovengenoemde risicofactoren te analyseren en maatregelen te treffen, zodat verergering van de klachten wordt voorkomen en herstel kan plaatsvinden. Als er ‘niet geluisterd wordt naar het lichaam’ verergeren de klachten meestal, hetgeen kan leiden tot verzuim en toenemende belemmeringen in het dagelijks functioneren.
Naarmate de klachten langer duren, zal ook het herstel langere tijd in beslag nemen.
Daar het vaak gaat om een arbeidsgerelateerde klacht, kunt u in eerste instantie ook een bezoek aan de bedrijfsarts brengen.
Het is verstandig om in een vroeg stadium een arts te bezoeken, zodat er snel onderzoek kan plaatsvinden naar de oorzakelijke factoren en maatregelen getroffen kunnen worden. Het snel aanpakken van de klachten helpt een lange duur ervan te voorkomen. De bedrijfsarts of huisarts zal eerst onderzoek doen om te kijken of er niet een andere reden voor het ontstaan van de klachten is.
Het snel herkennen van RSI-klachten zodat u al in een vroeg stadium actie kunt ondernemen, is belangrijk. Het terugbrengen van de belasting die de klachten veroorzaakt, kan dan soms al voldoende zijn om de klachten te doen verdwijnen.
Om (verergering van) klachten te voorkomen, kunt u een aantal tips opvolgen en maatregelen treffen (zie ‘Adviezen en voorzorgsmaatregelen’).
Het voorkómen van klachten (preventie) is uiteraard belangrijk. U kunt aan de volgende zaken denken om klachten te voorkomen of bestaande klachten te verminderen:
Als er eenmaal klachten zijn ontstaan, zijn bovenstaande aandachtspunten nog steeds van groot belang. Het is nooit te laat om de conditie te verbeteren en te leren assertief te zijn. Vraag hierbij eventueel advies aan deskundigen op dit gebied, zoals de bedrijfs- of huisarts.
Dr. P.M. Stuurman (auteur)
Drs. W. van Donselaar (consulent)
R.
Burger (psycholoog)
Geraadpleegde literatuur: