In Nederland komen veel wespen voor. Regelmatig worden mensen door wespen gestoken. Dit geeft meestal alleen onschuldige, lokale verschijnselen. Soms treedt er echter een allergische reactie of overgevoeligheidsreactie op, die direct behandeld moet worden.
Een wespensteek is pijnlijk. Op het moment dat u wordt gestoken, voelt u een stekende, brandende pijn. De huid rondom de steek wordt dik en rood.
Bij sommige mensen ontstaat eerst een witte bult die later rood wordt. De plaats van de steek is vaak zichtbaar als een klein gaatje. Bij een wespensteek blijft de angel niet achter in de huid. In tegenstelling tot een bij, gaat een wesp niet dood nadat hij gestoken heeft. De huidreactie bij een wespensteek is vergelijkbaar met de reactie die optreedt na contact met een brandnetel. Binnen enkele uren verdwijnen de klachten meestal.
Sommige mensen zijn echter in meer of mindere mate allergisch voor wespensteken. De huid kan dan flink opzwellen en er kunnen reacties op andere plaatsen van het lichaam ontstaan, zoals het opzwellen van de oogleden en de lippen. Bij een ernstige allergie kan er een levensbedreigende situatie ontstaan.
Wespen steken als ze zich bedreigd voelen. Wild om u heen slaan om een wesp weg te jagen, heeft dan ook vaak een averechts effect. U kunt beter juist stil blijven staan, zodat de wesp zich niet bedreigd voelt.
Wanneer wespen te weinig voedsel kunnen vinden, kunnen ze agressiever worden en steken ze sneller. Bij het steken laat de wesp een giftige stof in het lichaam achter. Bij de meeste mensen veroorzaakt deze gifstof alleen lokale (op de plaats van de steek) verschijnselen en klachten zoals hierboven beschreven.
Sommige mensen reageren allergisch op het wespengif. Hun afweersysteem heeft na een eerdere wespensteek allergische antistoffen gemaakt. Bij een volgende steek koppelen deze antistoffen zich aan het wespengif.
Deze koppeling zorgt voor het vrijkomen van de stof histamine in het bloed. Histamine is verantwoordelijk voor de ernstige symptomen die in enkele gevallen kunnen optreden, zoals benauwdheid en shock. Directe medische behandeling is hierbij nodig.
De klachten en verschijnselen na een wespensteek zijn meestal kortdurend. Na een aantal uren heeft u er over het algemeen geen last meer van.
Mensen die overgevoelig zijn voor een wespensteek kunnen er langer last van hebben. In enkele gevallen leidt een wespensteek tot heftige verschijnselen, zoals benauwdheid en shock, die behandeld moeten worden.
Wanneer een van de volgende situaties op u (of een ander) van toepassing is, is het belangrijk dat u direct medische hulp inroept door het bellen van het alarmnummer 112:
Wanneer een van de volgende situaties op u (of een ander) van toepassing is, is het belangrijk dat u contact opneemt met uw (dienstdoende) huisarts:
Als uw huisarts een allergie vermoedt, kan hij besluiten bloedonderzoek te laten doen. In het bloed kunnen de allergische antistoffen aangetoond worden. Bij een ernstige allergie voor wespensteken kan de huisarts besluiten u adrenaline ( EpiPen ®) voor te schrijven voor noodsituaties. Dit medicijn moet met een injectie toegediend worden. U kunt instructies krijgen over hoe u dat bij uzelf moet doen.
Ook is het mogelijk dat uw huisarts u verwijst naar een allergoloog voor immunotherapie. Bij immunotherapie wordt door het regelmatig toedienen van kleine beetjes wespen-eiwit de allergische reactie verminderd.
Het resultaat van de behandeling is goed, maar het risico van een allergische reactie tijdens de behandeling is vrij groot.
Bent u gestoken door een wesp, dan kunt u aantal dingen doen om de verschijnselen te verminderen:
Het is raadzaam wespensteken zoveel mogelijk te proberen te voorkomen door de volgende maatregelen te nemen:
Bent u overgevoelig of allergisch voor wespensteken, tref dan aanvullende voorzorgsmaatregelen. Draag iets bij u (bijvoorbeeld een medaillon) waarop vermeld staat dat u overgevoelig/allergisch bent voor wespensteken. Wanneer uw (huis)arts u uit voorzorg medicijnen heeft voorgeschreven, is het verstandig dit ook te vermelden.
Zorg verder dat u altijd uw medicijnen bij zich heeft. Op het moment dat u gestoken wordt, kunt u dan direct deze medicijnen bij uzelf toedienen.
Is uw kind overgevoelig/allergisch voor wespensteken, breng dan de mensen uit zijn/haar directe omgeving hiervan op de hoogte en instrueer ze eventueel in het toedienen van de medicatie bij uw kind.
Andrea Liedtke (auteur)
W. van Donselaar (consulent)
R. Burger
(psycholoog)
Geraadpleegde literatuur: