Een keelontsteking (of faryngitis) is een ontsteking van de wand van de keel. Vaak zijn de amandelen (tonsillen) daarbij ook ontstoken. Twee vormen van keelontsteking:
acute keelontsteking:
chronische keelontsteking:
Keelontsteking kan onder andere ook voorkomen bij de ziekte van Pfeiffer, leukemie en difterie.
De klacht die het meest op de voorgrond staat:
Vooral in het begin is er vaak:
Andere klachten kunnen zijn:
Als u met een spiegel in uw keel kijkt, is er vaak een opvallende roodheid te zien met soms ook wit beslag. In uw hals kunnen opgezette klieren te voelen zijn. Bij zuigelingen en peuters kan slecht drinken en eten een aanwijzing zijn dat er keelpijn is.
De wand van de keelholte is bedekt met slijmvlies. Door contact met virussen en bacteriën kan dit slijmvlies ontstoken raken. De kans hierop is groter wanneer de algemene weerstand lager is of wanneer het slijmvlies licht beschadigd is (bijvoorbeeld door roken). Het lichaam reageert op een infectie door het maken van afweerstoffen, dit gaat gepaard met koorts. De virussen en bacteriën worden naar de lymfklieren vervoerd om daar afgebroken te worden. De lymfklieren zwellen dan. Bij keelinfecties zijn dit vooral de keelamandelen en de klieren in de hals.
Een virale keelontsteking is vervelend maar over het algemeen een onschuldige ziekte die binnen een week vanzelf weer over gaat. Een behandeling is meestal niet nodig. Ook de keelontsteking bij de ziekte van Pfeiffer, die soms heel heftig kan zijn, gaat vanzelf over. Een keelontsteking veroorzaakt door een bacterie heeft vaak een heftiger verloop. De pijn is erger en de koorts is hoger, toch zullen ook deze ontstekingen meestal vanzelf genezen.
Neem contact op met uw huisartsenpraktijk in de volgende situaties:
Bij kinderen moet u direct met de huisarts overleggen:
De huisarts onderzoekt de keel en voelt naar de klieren in de hals. Soms kan de huisarts ook bloedonderzoek doen.
Meestal is een behandeling niet nodig. Redenen voor de huisarts om daartoe eventueel wel te besluiten zijn:
Behandeling
De behandeling kan bestaan uit een antibioticakuur. Antibiotica zijn alleen werkzaam bij een bacteriële oorzaak. Over het algemeen zal (pijn)klachtenvermindering het belangrijkste doel zijn. Bij behoefte aan pijnstilling zal bij voorkeur paracetamol geadviseerd worden. Deze dient op vaste tijden en voldoende hoog gedoseerd ingenomen worden.
Antibiotica zal de ziekteduur iets verkorten en helpt om zeldzame, maar gevaarlijke, complicaties te voorkomen. Zoals acuut reuma, uitbreiding van de ontsteking rondom de keelamandelen en abcesvorming.
Soms ontwikkelt zich toch een abces, de pijn neemt dan toe, het slikken wordt steeds moeilijker en soms lukt het zelfs niet de mond open te doen. Een abces zal meestal door de KNO-arts geopend moeten worden.
Antibiotica
Wanneer de arts u een antibioticumkuur voorschrijft, is het belangrijk dat u de kuur afmaakt en niet stopt als de klachten verminderen. Als u te vroeg stopt, kan het gebeuren dat de bacterie niet voldoende is uitgeroeid en dat de klachten weer terugkomen. Als de klachten, ondanks het afmaken van de kuur, niet verdwijnen of zelfs verergeren, neem dan weer contact op met uw huisarts.
U kunt de pijn verzachten door het zuigen op dropjes of zuigtabletjes. Sommige mensen hebben ook baat bij het gorgelen met thee of zout water. Doe het een paar dagen wat rustiger aan, u kunt een pijnstiller nemen (paracetamol). Niet roken en geen alcoholische dranken nuttigen helpt ook. Bij droge lucht in huis kan een luchtbevochtiger of het neerzetten van bakjes water helpen.
Keelontstekingen zijn nauwelijks te voorkomen. Hoe beter uw conditie, hoe groter uw weerstand tegen infecties. Neem daarom voldoende rust en zorg voor een gevarieerde voeding waarbij u ook genoeg groenten en fruit eet.
Drs. P.A.J. Meulenbroek (auteur)
Dr. J.A.M. Engel (consulent)
Drs. A.V.M de Visscher (consulent)