In Nederland is het geven van borstvoeding een keuze. Vanwege het bestaan van kwalitatief goede zuigelingenvoeding, is de noodzaak van borstvoeding verdwenen. Toch is borstvoeding eerste keuze. Borstvoeding is de natuurlijke en beste voeding voor baby´s.
De Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef pleiten voor het geven van borstvoeding vanwege de vele voordelen ervan. Bijna tachtig procent van de Nederlandse moeders kiest direct na de geboorte voor borstvoeding. Na één maand krijgt ongeveer de helft van alle kinderen borstvoeding, en na drie maanden nog maar twintig procent.
De snelle
afname van het aantal borstgevoede kinderen in de eerste maanden is
waarschijnlijk te wijten aan onvoldoende uitleg over en ondersteuning van de
borstvoeding. Ook denken veel moeders dat ze te weinig moedermelk hebben en dat
borstvoeding alleen de eerste zes weken van belang is voor de gezondheid van de
baby (bron: Voedingscentrum).
Daarnaast ervaren veel vrouwen dat mensen in
hun omgeving het ongehoord vinden om (lang) borstvoeding te geven. Deze
negatieve reacties kunnen de reden zijn dat een vrouw stopt met de
borstvoeding, terwijl dit in veel gevallen in het geheel niet nodig is!
Borstvoeding is volledig afgestemd op de behoefte van de baby, is altijd
aanwezig, op de goede temperatuur en bovendien kosteloos. In tegenstelling tot
flesvoeding bevat moedermelk antistoffen die de baby beschermen tegen
infecties. Het geven van borstvoeding is erg intiem en geeft het kind een
gevoel van warmte en veiligheid.
Overigens kan dit laatste ook
bewerkstelligd worden bij flesvoeding als het kind tijdens het voeden dicht bij
de moeder ligt en wordt gekoesterd.
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat moedermelk de gezondheid van het kind ten goede komt. De kans op allergieën, middenoorontstekingen en overgewicht op kinderleeftijd is lager dan bij flesgevoede kinderen. Op volwassen leeftijd is het kind beter beschermd tegen hart- en vaatziekten. Deze voordelen van moedermelk treden op als het kind tenminste een half jaar uitsluitend de borst heeft gehad.
Ook voor de moeder heeft borstvoeding voordelen. De baarmoeder trekt zich na de geboorte sneller samen waardoor de kans op nabloedingen vermindert. Ook is de kans op het krijgen van borstkanker na de menopauze licht verlaagd.
Het milieu waarin wij leven is door de welvaart vervuild. Een aantal giftige stoffen uit het milieu is in lage concentraties aanwezig in moedermelk. Het gaat vooral om PCB's en dioxinen. Het is niet helemaal duidelijk of deze stoffen schadelijk zijn voor het kind.
In elk geval lijken de voordelen van borstvoeding groter dan dit nadeel. Inmiddels wordt er van alles aan gedaan om deze stoffen uit het milieu en dus uit de moedermelk te halen. Het zal echter nog tientallen jaren duren voordat deze maatregelen effect hebben; zolang duurt het namelijk voordat verdwenen is wat nu al in ons milieu terecht is gekomen.
Borstvoeding valt of staat met de techniek. De houding tijdens het voeden en de aanlegmethode zijn belangrijke pijlers voor een goede borstvoeding. Door te oefenen kunt u zich al tijdens de zwangerschap hierop voorbereiden.
Een veel gehoord advies voor zwangere vrouwen, is dat zij hun tepels kunnen 'harden' ter voorbereiding op de borstvoeding. Dit zou dan moeten gebeuren door de tepels te masseren met een ruwe handdoek of met een borsteltje. Dit is echter geen goed advies! Het enige wat u hiermee bereikt is dat de tepels ruw en geïrriteerd raken waardoor de kans op tepelkloven alleen maar toeneemt. Wat u wel kunt doen is regelmatig uw beha enkele uren uitdoen. Tijdens het douchen kunt u uw tepels ook beter niet met zeep wassen. Afspoelen met koud water stimuleert bovendien de doorbloeding van uw tepels, hetgeen goed is als voorbereiding op hun 'werk'.
Er zijn verschillende houdingen mogelijk waarin u uw kind kunt voeden. Het is een kwestie van uitproberen om die houding te vinden waarin u en uw kind zich het prettigst voelen. Tijdens de zwangerschap kunt u de houdingen met een babypop vast oefenen. Daarmee voorkomt u dat u het straks met uw kindje moet oefenen waardoor het onrustig kan worden en slechter drinkt.
Naast de 'standaardhoudingen' zijn er natuurlijk veel variaties mogelijk. Belangrijk is dat uw kindje rustig ligt zodat het zich kan concentreren op het drinken. Als u zich ontspannen voelt, zal de melk sneller toeschieten en de borstvoeding gemakkelijker verlopen. Om irritatie van uw tepels te voorkomen, kunt u verschillende houdingen afwisselen. Overdag bijvoorbeeld voeden in de madonnahouding en 's nachts in de lighouding.
Veel vrouwen voeden hun kindje met name in de madonnahouding. U gaat op een stoel of een bank met een goede rugleuning zitten en neemt legt uw kindje liggend op schoot, met het hoofdje op uw onderarm. Het kindje ligt met zijn hele lijfje naar de borst toegedraaid.
De lighouding is met name 's nachts prettig. U ligt op uw zij gedraaid in bed en uw kindje ligt ook op de zij met zijn buikje tegen uw buik. Het hoofdje ligt ter hoogte van uw borst. Door zelf een beetje te draaien, kunt u ook de andere borst in deze houding geven zonder uw kind te hoeven verplaatsen.
Een kind kan het beste aangelegd worden als het rustig is. Stel het voeden daarom niet uit als uw kind aangeeft te willen drinken. Het kind zal alleen onrustiger worden waardoor het aanleggen steeds moeilijker wordt.
Als u een goede houding heeft aangenomen, kunt u de tepel zachtjes tegen de lipjes van uw kindje houden. Het kind zal zijn mondje wijd openen. Op dit moment beweegt u uw kind naar uw borst toe. Uw kind zal de tepel en een deel van de tepelhof in zijn mond nemen. Alleen de tepel is niet goed, het kind krijgt dan vrijwel niets binnen en uw tepels raken snel geïrriteerd De lipjes van het kind liggen omgekruld tegen uw borst. Het tongetje ligt onder de tepel en maakt een golvende beweging. De kaakjes masseren de melk uit de borst. Dit kunt u duidelijk zien en u hoort uw kind slikken. Om het kind weer van de borst te halen, steekt u uw pink in het mondhoekje. Hiermee verbreekt u het vacuüm dat is ontstaan en kan uw kind de tepel gemakkelijk loslaten.
Goed aanleggen lukt meestal beter wanneer zowel de moeder als het kind zich kunnen concentreren. Trek u daarom gerust terug om uw kind te voeden. Neem een ontspannen houding aan en neem de tijd. Het helpt vaak al veel als u in de drukke kraamtijd bijvoorbeeld de telefoon tijdelijk op het antwoordapparaat schakelt.
Als moeder en kind het aanleggen onder de knie hebben is het niet meer nodig om voor het voeden een stil plekje op te zoeken. Als u uw kind goed aanlegt, doet borstvoeding geen pijn. Het is een aangenaam gevoel. Sommige vrouwen ervaren een erotisch gevoel. Dat is normaal. Na de voeding kunt u uw tepels het beste aan de lucht, en in de zomer in de zon, laten drogen.
Tegenwoordig is men ervan overtuigd dat voeden naar behoefte het beste is. Dat wil zeggen dat u geen strakke tijdschema’s aanhoudt maar uw kindje voedt, wanneer hij daarnaar vraagt. De eerste voeding vindt meestal kort na de geboorte plaats. Als het kind na de geboorte warm op de buik van de moeder ligt, zal het langzaamaan interesse gaan tonen. Het voelt met zijn handjes en maakt smakkende geluidjes. Dit is een teken om het kind aan te leggen.
Een pasgeboren kindje zal minimaal acht tot twaalf voedingen op een dag vragen. Het spijsverteringssysteem van de zuigeling en de samenstelling van moedermelk zijn afgestemd op doorgaand frequent voeden, ook na de eerste weken.
Veel vrouwen denken onterecht dat ze niet voldoende melk hebben omdat hun baby na de eerste weken of maanden 'nog steeds' meer dan zes tot acht voedingen per etmaal wil, waarvan ook een of meer 's nachts. Dit is echter volkomen normaal. Voor de meeste baby's geldt dat er overdag niet meer dan 3 uur tussen twee voedingen mag zijn en 's nachts vier tot vijf uur.
Als moeder en kind goed op elkaar zijn ingespeeld, wordt de borst snel leeggedronken. Binnen zeven minuten heeft een kind dan 90% van de melk gedronken. Maar een kind drinkt niet alleen aan de borst voor voeding, ook aan zijn grote zuigbehoefte moet worden voldaan. Daarom kan de tijd dat een kind aan de borst ligt, wisselen.
Als stelregel geldt dat als een kind een uur of langer nodig heeft om te drinken, er waarschijnlijk iets niet goed wordt gedaan. Advies van een deskundige kan dan nodig zijn. Eens in de zoveel tijd, treden er regeldagen op in de borstvoeding. Uw kindje wil vaker drinken dan anders en heeft snel weer honger. Dit komt omdat de behoeftes van het kindje zijn veranderd, bijvoorbeeld door een groeispurt. Het aanpassen van de melkproductie aan deze vraag, kan enige dagen duren.
Het beste is om uw kind aan te leggen wanneer het daarom vraagt. Op deze manier is het evenwicht tussen vraag en aanbod het snelst weer hervonden. Na een aantal dagen zal het kind dan vanzelf weer teruggaan naar het gebruikelijke voedingsschema.
Het moment waarop de borstvoeding wordt gestopt, is
in Nederland vaak maatschappelijk bepaald. Het weer aan het werk gaan van de
moeder is een belangrijke reden. Daarnaast vinden veel mensen het ongehoord om
een kind lang borstvoeding te geven. De zogende moeders krijgen steeds de vraag
gesteld wanneer ze nu eens stoppen.
Unicef en de
Wereldgezondheidsorganisatie raden aan om een baby in de eerste zes maanden van
zijn leven uitsluitend borstvoeding te geven en borstvoeding naast geschikte
andere voeding tot in het tweede levensjaar of daar voorbij. Uiteindelijk zijn
u en uw baby diegenen die bepalen wanneer de borstvoeding wordt gestopt. De
baby zal in de loop van de tijd steeds minder en minder vaak gaan drinken,
totdat hij op een dag helemaal niet meer aan de borst drinkt.
Borstvoeding kan, als het nodig is, worden afgebouwd door
telkens een voeding te vervangen. Veel vrouwen beginnen met de voorlaatste
voeding omdat die vaak het moeilijkste verloopt.
De eerste dagen zult u
rond de tijd waarop u normaal de borst gaf, last krijgen van stuwing. Als u
daar erg veel last van heeft, kunt u een klein beetje melk afkolven om de
ergste druk weg te nemen. Uiteindelijk zal het lichaam zich aan de nieuwe
situatie aanpassen waarmee ook de stuwing verdwijnt. Na ongeveer een week kunt
u dan een volgende voeding vervangen.
Als u eenmaal bent gestopt, maar u
heeft spijt gekregen, is het in sommige gevallen mogelijk om de borstvoeding
weer op gang te brengen. Hierbij kunt u zich het beste laten adviseren en
ondersteunen door een lactatiekundige.
Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur)
C.G.A. van Veldhuizen - Staas (consulent)
Geraadpleegde literatuur: