Hormoonspiraaltje

Wat is het?

Een hormoonspiraaltje is een anticonceptiemiddel. Het spiraaltje bevat het hormoon progesteron. Het wordt in de baarmoeder ingebracht en voorkomt zwangerschap.



Hoe werkt het?

Het progestageen blokkeert de afgifte van de natuurlijke hormonen in de hypofyse (het hersenaanhangsel) die nodig zijn om de eierstokken te stimuleren een rijpe eicel te produceren. Dat betekent dat er geen eitje meer vrijkomt en er dus ook geen bevruchting kan plaatsvinden.

Bovendien wordt door het progestageen de samenstelling van het baarmoederhalsslijmvlies zodanig veranderd dat de baarmoederhals niet meer toegankelijk is voor zaadcellen.

Bij het hormoonspiraaltje is de hoeveelheid van het progestageen in het lichaam zo gering dat soms toch een eisprong plaatsvindt. Omdat bij het hormoonspiraaltje de afgifte van het progestageen direct in de baarmoeder gebeurt is de concentratie van het hormoon in de baarmoederhals dusdanig hoog, dat zaadcellen niet in de baarmoeder kunnen komen en ook geen eicel kunnen bevruchten.



Hoe gebruikt u het?

Het hormoonspiraaltje Mirena® dient ingebracht te worden door een arts, die getraind is in de techniek voor het plaatsen van het staafje of het inbrengen van het hormoonspiraaltje. Dat kan uw huisarts zijn of een huisarts in de buurt. Soms is verwijzing nodig naar een gynaecoloog.

Het hormoonspiraaltje wordt in de baarmoeder ingebracht en kan 5 jaar blijven zitten. Zowel het staafje als het spiraaltje kunnen ook eerder verwijderd worden bijv. als er kinderwensen zijn. Ook het staafje en het spiraaltje worden bij voorkeur ingebracht tijdens de eerste dagen van de menstruatie.



Hoe betrouwbaar is het?

De kans om zwanger te worden met het hormoonspiraaltje is vrijwel nul als met de methode gestart wordt tijdens de menstruatie en er op dat moment niet al sprake is van een bevruchting. Bij een niet goed ingebracht spiraaltje kan soms wel een zwangerschap ontstaan.



Zijn er bijwerkingen?

Bij het hormoonspiraaltje kan er gedurende de eerste drie maanden onregelmatige en soms ook langdurige bloedingen, meestal in de vorm van “spotting” (enkele druppels bloedverlies of wat bruinige afscheiding) optreden. De totale hoeveelheid bloedverlies is echter altijd minder dan wanneer geen hormonen worden gebruikt. De bloedingen worden geleidelijk minder en blijven in een aantal gevallen uiteindelijk helemaal weg. Ook als de bloeding helemaal verdwijnt blijft de methode betrouwbaar en er bestaat dan ook geen reden om aan zwangerschap te denken.

Soms kan er kort na het inbrengen van het hormoonspiraaltje een korte periode van hoofdpijn ontstaan, die vanzelf weer binnen een week verdwijnt. Ook kan kortdurend iets vocht worden vastgehouden. Ook dat gaat als regel vanzelf weer over.

Na het verwijderen van het hormoonspiraaltje komt de normale cyclus vrijwel meteen terug. Meestal komt de eerste eisprong al na enkele weken en zwanger worden is dan weer mogelijk.



Wanneer naar de huisarts?

Als gekozen wordt voor een hormoonspiraaltje is een recept van de huisarts nodig. Meestal is een tweede bezoek nodig voor het inbrengen van het hormoonspiraaltje.

Voor het verwijderen of vervangen van een hormoonspiraaltje is een bezoek aan de huisarts noodzakelijk. Het hormoonspiraaltje moet na 5 jaar worden vervangen.

Een bezoek aan de huisarts is ook nodig bij:

  • aanhoudende hinderlijke bloedingen met uitzondering van de bloedingen die ontstaan in de eerste 3 maanden van het gebruik van de methode
  • onverklaarbare (spier)pijn in een van de kuiten, evt. in combinatie met roodheid ter uitsluiting van trombose
  • onverklaarbare pijn op de borst ter uitsluiting van hartaandoeningen of embolie
  • een knobbeltje in de borst
  • verhoogde afscheiding uit de schede
  • toenemende pijnklachten bij het vrijen
  • afname van de zin in vrijen
  • sterke gewichtstoename
  • verergering van hoofdpijnklachten
  • het ontstaan van of verergering van depressieve gevoelens
  • het ontstaan of vergeren van acne (puistjes)



Is het voor u geschikt?

Voor de meeste vrouwen is een hormoonspiraaltje een geschikte vorm van anticonceptie. Met name is deze vorm van anticonceptie geschikt voor vrouwen, die geen oestrogenen mogen gebruiken, vrouwen die roken, vrouwen met een verhoogd risico op trombose en vrouwen die borstvoeding geven.

Progestageen-alleen preparaten (hormoonspiraaltje) mogen echter niet voorgeschreven worden aan vrouwen, die:

  • zwanger zijn
  • last hebben van onregelmatig bloedverlies, waarvan de oorzaak (nog) niet duidelijk is
  • een ernstig verhoogde bloeddruk hebben
  • een ernstig verhoogd cholesterolgehalte hebben
  • een leveraandoening hebben
  • een stollingsafwijking hebben
  • diabetes (suikerziekte) hebben in combinatie met ernstig vaatlijden, zoals hoge bloeddruk
  • trombose of een embolie hebben (gehad)
  • borstkanker hebben (gehad) o leverkanker hebben (gehad)
  • ooit een hartaanval hebben doorgemaakt
  • ooit een hersenbloeding of een TIA hebben doorgemaakt
  • medicamenten gebruiken die de werkzaamheid verminderen zoals bijv. een aantal medicamenten bij de behandeling van epilepsie
  • overgevoelig zijn voor een of meerdere bestanddelen van het gekozen preparaat


Het hormoonspiraaltje is bij uitstek geschikt voor vrouwen met een onregelmatig bestaan zoals stewardessen, piloten en vrouwen, die een beroep hebben met wisselende diensten zoals in de verpleging of verzorging. Omdat niet meer aan anticonceptie gedacht hoeft te worden zijn ze ook uitermate geschikt voor vrouwen, die regelmatig vergeten de pil te slikken.

Het hormoonspiraaltje kan ook voorgeschreven worden ter behandeling van hevige en pijnlijke menstruaties.



Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Het hormoon spriaaltje beschermt alleen tegen zwangerschap, niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (geslachtsziektes). Om beschermd te zijn tegen seksueel overdraagbare aandoeningen is het gebruik van een condoom of vrouwencondoom noodzakelijk. Meer hierover is te lezen in de folder barrièremiddelen.

In een stabiele seksuele relatie is extra bescherming niet nodig. Geadviseerd wordt om bij een nieuwe relatie extra bescherming te gebruiken en na 3 maanden beide partners te testen op de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoeningen als chlamydia en HIV.

Bij gebruik van de volgende medicamenten is de werking van het hormoonspiraaltje verminderd:

  • het tuberculostaticum rifampicine
  • het antimycoticum griseofulvine
  • de anti-epileptica fenytoïne, fenobarbital, primidon, carbamezapine en ethosuximide
  • Sint-Janskruid (in een aantal homeopathische middelen)

Tijdelijk gebruik van aanvullende anticonceptie, bijvoorbeeld condooms, wordt dan geadviseerd.

Het gebruik van antibiotica heeft geen invloed op de werking van het hormoonspiraaltje.

Bij het langdurig gebruik van medicijnen die de betrouwbaarheid van de gebruikte middelen beïnvloeden, kan het verstandig zijn over te stappen op een ander anticonceptiemiddel.



In samenwerking met

Dr. R.J.C.M. Beerthuizen (auteur)
Drs. S. Verlinden (consulent)



Bronnen

  • Het farmacotherapeutisch kompas
  • NHG Standaard Anticonceptie