Per jaar worden in Nederland 40.000 mensen door hun huisarts behandeld voor een bijtwond. In negentig procent van deze gevallen gaat het om een hondenbeet. De meeste beten worden toegebracht door mannelijke, niet aangelijnde honden die behoren tot het ras van de rottweilers, herders, terriërs of retrievers.
Hondenbeten komen vooral voor bij mensen jonger dan dertig jaar. De wond bevindt zich meestal in de hand of de arm. Kinderen worden vaak in het gezicht gebeten.
Hondenbeten veroorzaken meestal flinke, onregelmatige wonden. Bij een beet kan veel weefsel beschadigen. Het weefsel rond de wond is vaak gekneusd. De wond zelf kan erg bloeden. Na enkele dagen kunnen ontstekingsverschijnselen optreden. De wond wordt dan dik, warm, rood en pijnlijk.
In Nederland worden ongeveer een miljoen honden als huisdier gehouden. De meeste hondenbeten worden toegebracht door de eigen hond of door de hond van een bekende. De meeste bijtwonden komen voor in één van de volgende situaties:
Tijdens de beet komen ziekteverwekkers uit het gebit van de hond in de wond. Deze ziekteverwekkers kunnen zich in de wond vermenigvuldigen en een ontsteking veroorzaken. Sommige mensen zijn hier gevoeliger voor dan anderen. U leest hier meer over onder het kopje ‘Wanneer hulp zoeken?’.
Het beloop en de genezing van een hondenbeet is van een aantal factoren afhankelijk:
De grootte, diepte en plaats van de wond
Oppervlakkige wonden genezen sneller dan diepe wonden. Wonden aan armen en handen genezen sneller dan wonden in het gezicht. Vaak laten hondenbeten bij de genezing littekens achter. Een infectie van de wond vertraagt de genezing.
Uw gezondheid
Sommige mensen hebben meer kans op het ontwikkelen van complicaties ten gevolge van een hondenbeet. U leest hier meer over onder het kopje ‘Wanneer hulp zoeken?’.
De eerste hulp maatregelen
Een snelle en accurate behandeling verkleint de kans op een infectie en versnelt de genezing. Het is bij hondenbeten niet nodig om uit voorzorg een antibioticum te gebruiken, tenzij de wond erg diep is, in gelaat zit of als u gevoeliger bent voor het krijgen van een infectie. Bijtwonden worden vaak niet gehecht, omdat dit de kans op een infectie vergroot.
De gezondheid van de hond
Een klein deel van de hondenbeten veroorzaakt de zogenaamde kattenkrabziekte. Dit is een in principe onschuldige aandoening. U kunt het herkennen aan pijnlijke zwellingen van de lymfeklieren. Als een hond hondsdolheid (rabiës) heeft, kan deze ernstige ziekte met een beet worden overgedragen. In Nederland komt rabiës zelden voor, vooral ook omdat veel honden tegen deze ziekte gevaccineerd zijn.
In de volgende gevallen is het belangrijk dat u op de dag van de beet wordt gezien door een huisarts, of als dat niet mogelijk is, door een arts op de eerste hulp van het ziekenhuis:
In de meeste gevallen kan de huisarts u zelf behandelen. Ongeveer drie procent van de mensen met een bijtwond wordt doorgestuurd naar het ziekenhuis.
Wanneer u bent gebeten door een hond, is het belangrijk dat u de wond goed schoonmaakt. Dit kunt u doen door de wond onder lauw, stromend water schoon te spoelen. Wanneer u niet naar de huisarts hoeft (zie het kopje ‘Wanneer hulp zoeken?’) kunt u de wond daarna afdekken met een schoon, nat verband. Dit voorkomt infectie en bevordert de genezing. Vervang dit verband de eerste dag elk uur. De dagen daarna dekt u de wond af met een droog verband, dat u tweemaal per dag vervangt. Controleer de wond regelmatig op tekenen van infectie en neem contact op met uw huisartspraktijk als u een infectie vermoedt. Het is raadzaam om bij uw huisartsenpraktijk na te vragen of het nodig is dat u wordt ge(re)vaccineerd tegen tetanus. Bij kinderen is dit nodig indien zij nog niet gevaccineerd zijn, en bij volwassenen wanneer de laatste vaccinatie langer dan tien jaar geleden was.
U kunt een aantal maatregelen nemen om de kans op een hondenbeet bij u (of een ander) te verkleinen:
A.A.H.H. Liedtke-van Eijck (auteur)
W. van Donselaar (consulent)