Griep en verkoudheid zijn ziekteverschijnselen die verband houden met de luchtwegen. De klachten die hierbij horen, kunnen zeer licht tot matig ernstig zijn. Een lichte vorm van griep en verkoudheid gaat vaak gepaard met: een loopneus, hoesten, keelpijn, hoofdpijn en/of oorpijn. Bij een zwaardere vorm van griep en verkoudheid kunnen ook klachten als moeheid of longontsteking ontstaan.
Verkoudheden worden meestal veroorzaakt door rhinovirussen; bij kinderen en ouderen kan ook het zogenaamde RS-virus (respiratoir syncytieel virus) de oorzaak zijn. Meestal veroorzaken deze virussen slechts milde klachten. De 'echte' griepinfectie daarentegen wordt veroorzaakt door de influenzavirussen. Deze virussen geven meestal een wat ernstiger ziektebeeld. In het overgrote deel van de gevallen verlopen griep en verkoudheden geheel onschuldig.
Een verkoudheid kunt u herkennen aan klachten, als:
Zijn vier of meer kenmerken uit onderstaand rijtje op u van toepassing, dan heeft u waarschijnlijk griep:
Heeft u zes van de bovengenoemde kenmerken, dan is het zeer waarschijnlijk dat u griep heeft. Tijdens een griepepidemie wordt al griep vastgesteld wanneer vier punten op u van toepassing zijn.
Iemand met een gewone verkoudheid kan zich overigens door allerlei factoren zieker voelen dan iemand met griep, en andersom. Het kan dus vóórkomen dat griep wordt vastgesteld bij een verkoudheid, of andersom. Dit maakt in principe niet uit, omdat de behandeling hetzelfde is.
Besmetting
Griep ontstaat door contact met het influenzavirus. Dit virus wordt meestal overgebracht via druppeltjes in de lucht, dus door praten of hoesten in elkaars nabijheid. U kunt ook besmet raken door bijvoorbeeld besmette deurknoppen of bestek beet te pakken, of door iemand de hand te schudden.
Ziek worden
Iedere keer dat u inademt, dringen er talloze in de lucht aanwezige virussen, het lichaam binnen. Meestal worden deze ziekteverwekkers meteen onschadelijk gemaakt door het afweersysteem. De ziekteverwekkers worden daarbij gevangen in het slijmvlies en door kleine trilhaartjes afgevoerd naar buiten.
Een paar keer per jaar slaagt een virus er echter in, zich in ons lichaam te nestelen. Het dringt dan de cellen binnen en kan zich daar gaan voortplanten. De cellen in het slijmvlies van onze luchtwegen zwellen vervolgens op en produceren meer vocht dan normaal. Door de toegenomen vochtproductie kunt u bijvoorbeeld last krijgen van een loopneus. Door de zwelling van de slijmvliezen worden normale uitgangen in de neusholte soms afgesloten. Hierdoor kunnen klachten als oorpijn, hoofdpijn en kaakpijn ontstaan. De beschadiging van de slijmvliezen geeft soms ook pijnklachten, zoals keelpijn.
Griepvirussen geven vaak vervelender klachten dan verkoudheidsvirussen. Griep gaat eerder gepaard met klachten als moeheid, slapte, spierpijn en een algeheel gevoel van ziek zijn. Een griepinfectie kan echter ook mild verlopen; het is mogelijk dat u griep heeft, en hier haast niets van merkt.
Vatbaarheid
Niet iedereen is even vatbaar voor griep en verkoudheid. Sommige mensen zijn viermaal per jaar ziek, terwijl anderen een aantal jaar achtereen niet ziek zijn. Gemiddeld worden volwassenen driemaal per jaar verkouden, en kinderen zesmaal. Over het algemeen krijgen we per jaar krijgen we maximaal één keer griep.
Vatbaarheid voor griep en verkoudheid heeft te maken met een (tijdelijk) verminderde weerstand. Het is daarom belangrijk om uw weerstand goed op peil te houden. Hoe u dat kunt doen, leest u onder het kopje ‘Wat kunt u er zelf aan doen?’.
Naast de lichamelijke factoren die daar worden besproken, is uit onderzoek gebleken dat ook emotionele en sociale omstandigheden de afweer beïnvloeden. Factoren als spanning, zorgen, stress en drukte kunnen de weerstand verlagen, als er niet voldoende rust wordt genomen. Als u het idee heeft dat u vaker ziek bent dan normaal, is het raadzaam om bij uzelf na te gaan of u lekker in uw vel zit en voldoende ontspanning krijgt. Heeft u het bijvoorbeeld druk de laatste tijd? Neemt u voldoende tijd om uit te rusten? Kunt u met uw zorgen bij anderen terecht? Het kan prettig zijn om deze zaken met iemand uit uw omgeving te bespreken, bijvoorbeeld uw partner, een collega of een vriend.
Bij gezonde mensen is griep in principe een onschuldige aandoening. Vaak voelen mensen met griep zich zo ziek, dat ze het liefst in bed blijven. De infectie duurt meestal drie tot vijf dagen. Het is wel mogelijk dat u zich pas na twee weken weer helemaal de oude voelt.
In sommige gevallen leiden verkoudheden, en met name griep, tot complicaties. Onder het kopje 'Wanneer naar de huisarts?' wordt gesproken over risicogroepen. Mensen die daaronder vallen, zijn minder goed gewapend tegen het virus of zijn er gevoeliger voor. Bij mensen met een longziekte bijvoorbeeld, kunnen de extra slijmvliesbeschadigingen die door het virus ontstaan, net de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Bij mensen met een chronische ziekte kan een griepinfectie hun reeds bestaande ziekte verergeren. Bij mensen met suikerziekte bijvoorbeeld, kan griep leiden tot ontregeling van de bloedsuikerwaarden. Om dit te voorkomen, worden mensen uit risicogroepen gevaccineerd tegen het griepvirus. Hier leest u meer over onder het kopje 'Wanneer naar de huisarts?'. Ook bij mensen die niet binnen een risicogroep vallen, kan een nieuwe klacht of ziekte als gevolg van de griepinfectie ontstaan (een complicatie). Een mogelijke complicatie is bijvoorbeeld een bijholte- of longontsteking.
Met het opbouwen van goede weerstand kunt u de kans op complicaties aanzienlijk verkleinen.
In de meeste gevallen verloopt een griepinfectie onschuldig. In de volgende gevallen is het echter raadzaam om uw huisartsenpraktijk te raadplegen:
Heeft u geen de van bovengenoemde verschijnselen, dan zult u zich de komende dagen waarschijnlijk steeds beter gaan voelen. In dat geval is het dan ook niet nodig om contact op te nemen met uw huisartsenpraktijk. Mocht u vragen hebben of zich toch zorgen maken, dan kunt u altijd contact opnemen met uw huisartsenpraktijk.
Griepvaccinatie
Griep en verkoudheid zijn meestal onschuldige aandoeningen die vanzelf weer overgaan. Voor een aantal groepen mensen, de zogenaamde risicogroepen, is griep echter wel een reden om contact op te nemen met de huisartspraktijk. Zij moeten tegen het griepvirus worden gevaccineerd. Huisartsen voeren meestal een actief beleid om mensen uit deze groepen op te sporen en te benaderen. U behoort tot een risicogroep, als:
Indien u niet tot één van deze risicogroepen behoort, hoeft u niet gevaccineerd te worden tegen griep. Als u dit toch wilt, kunt u zich op eigen initiatief laten vaccineren bij uw huisartsenpraktijk.
Nieuwe ontwikkelingen
Sinds ongeveer een jaar is het middel Zanamivir op de markt. Dit middel moet worden geïnhaleerd (ingeademd). Uit onderzoek is gebleken dat wanneer dit middel binnen 24-36 uur na de eerste griepverschijnselen wordt ingenomen, de ziekteduur met één tot anderhalve dag wordt verkort. Bij mensen uit risicogroepen is dat twee tot drie dagen. Het middel wordt niet vergoed door ziektekostenverzekeraars.
In de bedrijfsgeneeskunde bestaat ook belangstelling voor dit middel, aangezien werknemers hierdoor minder lang ziek zijn. Ook in ziekenhuizen wordt over de toepassing van het middel nagedacht; niet alleen worden medewerkers minder (lang) ziek, ook wordt de kans op overdracht naar andere mensen kleiner.
Griep en verkoudheid zijn meestal vervelende, maar onschuldige aandoeningen. De huisarts kan u geen medicijnen voorschrijven waardoor de griep of verkoudheid geneest. Er is wel een aantal dingen die u zelf kunt doen om de klachten te verlichten.
Huismiddelen
Als u verkouden bent of griep heeft, is er een aantal huismiddelen die uw klachten kunnen verlichten.
Uitzieken
Als u griep heeft, is het belangrijk om goed uit te zieken. Hiermee geeft u uw lichaam de kans om helemaal te herstellen. Het is raadzaam om op de volgende zaken te letten:
Medicijnen
Omdat verkoudheid en griep worden veroorzaakt door virussen, hebben antibiotica geen effect. Het is wel mogelijk dat de huisarts deze soms voorschrijft aan mensen uit risicogroepen, die meer kans hebben op complicaties. Gezien deze complicaties meestal worden veroorzaakt door bacteriën, hebben antibiotica in deze gevallen wel zin.
Hoewel het dus meestal niet zinvol is antibiotica te gebruiken, is er een aantal medicijnen die u zelf kunt nemen om de klachten te verlichten. Vindt u het moeilijk om zelf te beslissen welke medicijnen u het beste kunt gebruiken, overleg dan met uw apotheek. Het is belangrijk dat uw voor gebruik altijd de gebruiksaanwijzing leest.
Voorkomen dat je met een verkoudheidsvirus of het griepvirus in aanraking komt, is moeilijk. In sommige landen dragen verkouden mensen monddoekjes, zodat zij anderen niet kunnen besmetten. In Nederland voert dit wat ver, maar er zijn tal van andere hygiënische maatregelen die u kunt treffen, om te voorkomen dat het virus zich verspreidt:
Bij het hoesten en niezen een doekje voor uw mond houden
Het griepvirus verspreidt zich voornamelijk via druppelinfectie. Dat houdt in dat besmetting plaatsvindt door het inademen van speekseldruppeltjes van iemand die net geniest of gehoest heeft. Dit kunt u voorkomen worden door niet in de lucht te niezen of te hoesten, maar met een doekje voor de mond. Dit kan het beste een papieren zakdoekje zijn dat daarna wordt weggegooid.
Voor schone handen zorgen
Het griepvirus kan ook overgedragen worden door besmette voorwerpen. Regelmatig uw handen wassen is daarom belangrijk. Als u niet besmet bent, is het bovendien belangrijk om niet te vaak met de handen de mond en de neus aan te raken, want dit bevordert besmetting.
Een goede weerstand
Door uw weerstand goed op peil te houden, verkleint u de kans dat u griep krijgt of verkouden wordt. Mocht u toch besmet worden, dan verloopt de verkoudheid of griep milder en is de kans op bijkomende klachten (complicaties) kleiner. U kunt uw weerstand op peil houden door:
Griepvaccinatie
Voor een bepaalde groep mensen vormt griep een risico op het krijgen van ernstige ziekten. Deze mensen worden jaarlijks door de huisarts of zijn assistente gevaccineerd tegen griep. Onder het kopje 'Wanneer naar de huisarts?' kunt u nagaan of u tot een risicogroep behoort.
Oproep
Elk jaar worden de mensen uit de risicogroepen in oktober of november door hun huisarts opgeroepen om de griepprik te komen halen. Dit moet jaarlijks gebeuren omdat het griepvirus steeds een beetje verandert. De griepprik van vorig jaar, werkt dus niet meer tegen het griepvirus van dit jaar. Als u dan ook een oproep ontvangt, is het belangrijk dat u daar gehoor aangeeft. U kunt daarmee voor uzelf veel (ziekte)problemen voorkómen.
Werking
Het griepvaccin bevat gedode virusdeeltjes en veroorzaakt daarom geen griep, maar zet wel een afweerreactie in gang. Binnen tien dagen wordt een zodanige hoeveelheid antistoffen gevormd, dat het levende griepvirus veel minder kans meer heeft. Als u dan besmet wordt, wordt het virus direct aangevallen en effectief gedood door het afweersysteem. De kans op complicaties bij mensen uit de risicogroep neemt daardoor met 70 tot 80 procent af.
Bijwerkingen
Een mogelijke bijwerking van de griepprik is een huidreactie op de plaats van de injectie. De huid kan daar rood, warm en pijnlijk worden. Dit treedt op bij ongeveer één op de vijf mensen en verdwijnt binnen één tot twee dagen. De griepprik kan zelf géén griep veroorzaken. In het vaccin zit dood virusmateriaal en griep kan alleen worden veroorzaakt door een levend virus. Wat wel kan, is dat iemand ten tijde van de vaccinatie besmet wordt met één van de andere verkoudheidsvirussen. In dat geval kunt u du s griep krijgen, ma ar dat komt dan niet door de vaccinatie.
Heel zelden komt het voor dat iemand een algemene ontstekingsreactie ontwikkelt na de vaccinatie. De oorzaak daarvan is een overgevoeligheid voor één van de bestanddelen van de griepprik.
Wanneer niet?
De griepvaccinatie moet worden uitgesteld bij mensen die ziek zijn en daarbij koorts hebben, of net ziek zijn geweest. Mensen die tijdens een eerdere (griep)vaccinatie overgevoelig zijn gebleken voor één van de bestanddelen, mogen ook geen injectie krijgen. Een allergische reactie wordt per blootstelling steeds heftiger en kan na herhaaldelijke contacten steeds heviger verlopen.
A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur)
R.H. Jamin (auteur)
A.M. van Loon (consulent)
P.J.G. Schreurs (consulent)
M.C.P.J. Verpalen (consulent)