In de keel, op de overgang van mond en neus, bevinden zich veel lymfeklieren. Zij vormen een onderdeel van ons afweersysteem. De lymfeklieren zorgen dat ziekteverwekkers onschadelijk worden. De neusamandel, ook wel het adenoïd genoemd, is een onderdeel van deze klieren.
De neusamandel bevindt zich achter in de neus, net boven het zachte gehemelte van de mond of keelholte. Vooral bij jonge kinderen is deze amandel relatief groot; rond het achtste jaar neemt deze in grootte af. Aan weerszijden van de neusamandel begint de buis van Eustachius: dit is een nauwe verbinding tussen de neus- en keelholte en de oren.
U kunt de neusamandel bij uw kind niet zelf zien zitten. De huisarts of de keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) bekijkt de neusamandel met een spiegeltje achter in de mond. Hij kan ook proberen om de neusamandel bij uw kind te voelen of een röntgenfoto laten maken.
Als de neusamandel veel ziektekiemen moet verwerken, kan deze zelf ontstoken raken. Deze raakt dan opgezwollen, rood en pijnlijk. Dit is onplezierig voor uw kind. Een ontstoken neusamandel kan leiden tot een chronische ‘loopneus’. Verschijnselen bij een ontsteking van de neusamandel zijn:
Wanneer een operatie aan de neusamandel nodig is, is afhankelijk van:
Als uw kind bijvoorbeeld zeer vaak last heeft van oorontstekingen, kan dat een teken zijn dat de neusamandel geknipt moet worden. Over het algemeen worden kinderen voor hun eerste of na hun tiende jaar, niet aan hun neusamandel geopereerd.
U kunt thuis al beginnen om uw kind voor te bereiden op de opname en de ingreep. Met een boekje of een dokterskoffertje kunt u uw kind spelenderwijs bekend maken met het ziekenhuis. Vertel uw kind:
In veel ziekenhuizen organiseren de pedagogisch medewerkers speciale voorbereidingsmiddagen. De pedagogisch medewerker maakt hierbij gebruik van een koffer met allerlei ziekenhuismateriaal, zoals een kapje met een ballon, een infuusslangetje, een operatiejasje, een schort, een muts en een smoeltje. Uw kind mag deze spullen bekijken en ermee spelen, zodat het er vertrouwd mee kan raken. De grotere kinderen kunnen een fotoboek of een video bekijken.
De opname
De dag van de operatie wordt uw kind opgenomen in het ziekenhuis. Het is raadzaam om het volgende mee te nemen naar het ziekenhuis:
Het is verstandig om waardevolle bezittingen thuis te laten.
Nuchter blijven
Meestal moet u 's morgens vroeg met uw kind naar het ziekenhuis komen. U kind mag thuis niets meer eten of drinken. Het nuchter blijven van uw kind is van groot belang. Als uw kind niet nuchter is, kan er door de narcose maaginhoud in de longen komen. Uw kind moet voor de operatie nuchter blijven. Vraag in het ziekenhuis na:
Als uw kind nog een zuigeling is, hoeft het korter nuchter te blijven, omdat het nog niet lang zonder voeding kan.
verkouden of ziek
Als uw kind verkouden of ziek is, is het belangrijk dat u contact opneemt met de kinderafdeling. Soms wordt de opname dan uitgesteld. Als uw kind in contact is geweest met een kinderziekte (zoals waterpokken), is het belangrijk dit te melden, in verband met besmettingsgevaar.
De voorbereiding op de operatie
In ieder ziekenhuis kan de voorbereiding weer iets anders zijn, maar in grote lijnen komt het op het volgende neer.
Op de afdeling krijgt uw kind een operatiejasje aan en een armbandje om. Meestal wordt ook zijn temperatuur nog een keer opgemeten. Daarna brengt u samen met een verpleegkundige of pedagogisch medewerker uw kind naar de operatiekamer.
Er is een speciale ruimte, waar u met uw kind kunt wachten tot u wordt opgehaald. In deze ruimte kunt u vast een schort, muts en sloffen aantrekken. Een verpleegkundige brengt u en uw kind naar de operatiekamer. In sommige gevallen gaat er ook een pedagogisch medewerker mee om u te begeleiden.
Uw kind mag bij de operatiekamerverpleegkundige op schoot zitten. U kunt bij uw kind zitten om het gerust te stellen. Uw kind krijgt plakkertjes op de borst waarmee de hartslag wordt bewaakt. Verder wordt een klein metertje met een pleister op één van de vingers geplakt voor de controle van het zuurstofgehalte in het bloed.
Afhankelijk van wat is afgesproken, krijgt uw kind een kapje voor de mond en neus of een prikje. De anesthesioloog dient de verdoving toe. In sommige ziekenhuizen kunt u bij uw kind blijven totdat het onder narcose is.
De operatie
De neusamandel wordt via de mond met een speciaal hiervoor ontworpen instrument verwijderd. Volledige verwijdering is niet mogelijk. Het gaat hier om het uitnemen van het middelste, meest verdikte gedeelte.
Na verwijdering kan de neusamandel bij jonge kinderen weer aangroeien en soms na verloop van tijd weer klachten veroorzaken. Het verwijderen van de neusamandel heeft geen grote gevolgen voor het afweersysteem van uw kind.
Kans op complicaties
Bij iedere operatie, dus ook bij het verwijderen van de neusamandel, is sprake van enig risico. Het risico wordt voornamelijk gevormd door de mogelijkheid van een nabloeding.
Bij kinderen kan na de operatie een zogenaamde 'open neusspraak' bestaan, vooral als de neusamandel zeer groot was. Deze veranderde stem is in bijna altijd tijdelijk aanwezig. In een enkel geval is gedurende korte tijd logopedische hulp nodig.
Na de operatie gaat uw kind naar de uitslaapkamer. De uitslaapkamer wordt ook wel recovery of verkoeverkamer genoemd. Op de uitslaapkamer wordt uw kind nog intensief bewaakt. Als uw kind aan het wakker worden is, wordt u gebeld en mag u naar hem toe.
Direct na de ingreep heeft uw kind mogelijk wat pijn in de neus en de keel. Vaak heeft hij nog wat oud bloed in de neus, en mogelijk in de mond. Als uw kind goed wakker is, mag hij terug naar de kinderafdeling. Veel drinken is erg belangrijk, meestal is heeft uw kind extra aansporing nodig. Uw kind mag ook vla of yoghurt hebben.
De volgende dag mag uw kind weer gewoon
eten en drinken. U kunt uw kind het beste niet de neus laten snuiten. Beter
kunt u de viezigheid wegvegen met een doekje. Door veelvuldig snuiten bestaat
de kans dat de neus langer blijft nabloeden.
Bij ontslag uit het
ziekenhuis krijgt u voor uw kind drie zetpillen mee tegen de pijn. De
verpleegkundige vertelt u welke en hoeveel pijnstillers u uw kind thuis mag
geven. Dit is afhankelijk van leeftijd en gewicht. Het is prettig voor uw kind,
als u met eigen vervoer naar huis kunt gaan, en geen gebruik hoeft te maken van
het openbaar vervoer.
De eerste dagen na de operatie kan uw kind zich nog wat ziek voelen. De pijn kan goed worden bestreden met zetpillen. Uw kind moet na de ingreep enkele dagen binnen blijven. Daarna mag het weer naar buiten en naar school. Uw kind mag een week niet zwemmen.
Het is zeer raadzaam om alert te zijn op een nabloeding. Als er bij uw kind ineens meer bloed uit neus of mond komt, kunt u het beste meteen contact opnemen met het ziekenhuis. Overdag kunt u contact opnemen met de polikliniek KNO; ’s avonds, ’s nachts en in het weekend met de spoedeisende hulp van het ziekenhuis.
U kunt zich voorbereiden door vooraf informatie op te vragen bij de kinderafdeling van de kinderafdeling van het ziekenhuis, waar uw kind wordt opgenomen. De meeste kinderafdelingen hebben een brochure met informatie hierover.
Dr. S.C.F. van den Borne (auteur)
Drs. S.J. de Vries (auteur)
Drs. Ch.P.J. Hanrath (auteur)
Dr. J.A.M. Engel (consulent)
Drs. A.V.M de Visscher (consulent)