In tegenstelling tot bij de combinatiepreparaten ontbreekt bij de progestageen-alleen preparaten het oestrogeen hormoon. Het progestageen hormoon kan worden toegediend in de vorm van een pil de zogenaamde minipil, als injectie, via een hormoonstaafje of een hormoonspiraaltje.
Ook de zogenaamde mannenpil, die waarschijnlijk over enkele jaren beschikbaar komt is een progestageen-alleen preparaat (het hormoonstaafje). Om de mogelijkheid van een erectie te behouden wordt naast het hormoonstaafje eens per 3 maanden een injectie met een testosteron preparaat toegediend.
Het progestageen blokkeert de afgifte van de natuurlijke hormonen in de hypofyse (het hersenaanhangsel) die nodig zijn om de eierstokken te stimuleren een rijpe eicel te produceren. Dat betekent dat er geen eitje meer vrijkomt en er dus ook geen bevruchting kan plaatsvinden. Bovendien wordt door het progestageen de samenstelling van het baarmoederhalsslijmvlies zodanig veranderd dat de baarmoederhals niet meer toegankelijk is voor zaadcellen.
Alleen bij het hormoonspiraaltje is de hoeveelheid van het progestageen in het lichaam zo gering dat soms toch een eisprong plaatsvindt. Omdat bij het hormoonspiraaltje de afgifte van het progestageen direct in de baarmoeder gebeurt is de concentratie van het hormoon in de baarmoederhals dusdanig hoog, dat zaadcellen niet in de baarmoeder kunnen komen en ook geen eicel kunnen bevruchten.
De minipil Cerazette® moet dagelijks worden geslikt. Het is aan te raden de pil op een vast tijdstip in te nemen, bijvoorbeeld ’s avonds. Op deze manier is de kans om een pil te vergeten het kleinst. Leg de pilstrip daarom op een vaste plaats bijvoorbeeld bij de tandenborstel of op het nachtkastje. Er kan maximaal 12 uur speling in het tijdstip van innemen zitten. De pil blijft dan betrouwbaar. Als de pil meer dan 36 uur na de vorige pil pas wordt ingenomen dan dienen de regels van het vergeten van de pil te worden gevolgd. Zie de folder mislukte anticonceptie. De minipil wordt zonder stopweek geslikt.
De prikpil Depo-provera 150® wordt eens per 12 weken diep in een spier ingespoten door een arts of een daartoe geautoriseerde praktijkverpleegkundige. De eerste prik kan het beste gegeven worden op de eerste of tweede dag van de menstruatie.
Het hormoonstaafje Implanon® en het hormoonspiraaltje Mirena® dienen ingebracht te worden door een arts, die getraind is in de techniek voor het plaatsen van het staafje of het inbrengen van het hormoonspiraaltje. Dat kan uw huisarts zijn of een huisarts in de buurt. Soms is verwijzing nodig naar een gynaecoloog.
Het staafje wordt ingebracht aan de binnenkant van de linker of rechter bovenarm en kan 3 jaar blijven zitten. Het hormoonspiraaltje wordt in de baarmoeder ingebracht en kan 5 jaar blijven zitten. Zowel het staafje als het spiraaltje kunnen ook eerder verwijderd worden bijv. als er kinderwensen zijn. Ook het staafje en het spiraaltje worden bij voorkeur ingebracht tijdens de eerste dagen van de menstruatie.
De betrouwbaarheid van de minipil Cerazette® is vergelijkbaar met de betrouwbaarheid van de gewone pil. De kans om zwanger te worden is kleiner dan 0,5% als de pil volgens voorschrift wordt ingenomen. In de praktijk blijkt de kans om zwanger te worden groter. De meest voorkomende oorzaak is het vergeten van de pil.
De kans om zwanger te worden met de prikpil, het hormoonstaafje en het hormoonspiraaltje is vrijwel nul als met de methode gestart wordt tijdens de menstruatie en er op dat moment niet al sprake is van een bevruchting. De betrouwbaarheid is zelfs groter dan de betrouwbaarheid van een sterilisatie. Een niet goed ingebracht staafje of een niet correct geplaatst spiraaltje kan soms ook een zwangerschap tot gevolg hebben.
Zowel bij de minipil, de prikpil, het hormoonstaafje als het hormoonspiraaltje zijn er gedurende de eerste drie maanden onregelmatige en soms ook langdurige bloedingen, meestal in de vorm van “spotting” (enkele druppels bloedverlies of wat bruinige afscheiding). De totale hoeveelheid bloedverlies is echter altijd minder dan wanneer geen hormonen worden gebruikt. De bloedingen worden geleidelijk minder en blijven in een aantal gevallen uiteindelijk helemaal weg. Ook als de bloeding helemaal verdwijnt blijft de methode betrouwbaar en er bestaat dan ook geen reden om aan zwangerschap te denken.
Soms kan er kort na het begin van de methode een korte periode van hoofdpijn ontstaan, die vanzelf weer binnen een week verdwijnt. Ook kan kortdurend iets vocht worden vastgehouden. Ook dat gaat als regel vanzelf weer over.
Na het stoppen met de minipil en na het verwijderen van het hormoonstaafje of het hormoonspiraaltje komt de normale cyclus vrijwel meteen terug. Meestal komt de eerste eisprong al na enkele weken en zwanger worden is dan weer mogelijk.
Na het stoppen met de prikpil duurt het langer voordat de normale cyclus weer op gang komt. Gemiddeld is dat een maand of drie, maar een uitloop naar een jaar is mogelijk.
Als gekozen wordt voor een vorm van progestageen-alleen anticonceptie is een recept van de huisarts nodig. Meestal is een tweede bezoek nodig voor het injecteren van de prikpil, het plaatsen van het hormoonstaafje of het inbrengen van het hormoonspiraaltje.
Bij gebruik van de prikpil zal iedere 12 weken een vervolgafspraak nodig zijn om de volgende prik te halen. Ook voor het verwijderen of vervangen van een hormoonstaafje of een hormoonspiraaltje is een bezoek aan de huisarts noodzakelijk. Het hormoonstaafje moet na 3 jaar worden vervangen, het hormoonspiraaltje na 5 jaar.
Een bezoek aan de huisarts is ook nodig bij:
Voor de meeste vrouwen is progestageen-alleen anticonceptie (minipil, prikpil, hormoonstaafje of hormoonspiraaltje) een geschikte vorm van anticonceptie. Met name is deze vorm van anticonceptie geschikt voor vrouwen, die geen oestrogenen mogen gebruiken, vrouwen die roken, vrouwen met een verhoogd risico op trombose en vrouwen die borstvoeding geven.
Progestageen-alleen preparaten mogen echter niet voorgeschreven worden aan vrouwen, die:
Hormoonstaafje en hormoonspiraaltje zijn bij uitstek geschikt voor vrouwen met een onregelmatig bestaan zoals stewardessen, piloten en vrouwen, die een beroep hebben met wisselende diensten zoals in de verpleging of verzorging. Omdat niet meer aan anticonceptie gedacht hoeft te worden zijn ze ook uitermate geschikt voor vrouwen, die regelmatig vergeten de pil te slikken. Hormoonstaafje en hormoonspiraaltje kunnen ook voorgeschreven worden ter behandeling van hevige en pijnlijke menstruaties. De minipil is een uitstekend anticonceptiemiddel voor vrouwen, die borstvoeding geven. Met de minipil kan al 3 weken na de bevalling worden begonnen.
Progestageen-alleen anticonceptiva beschermen alleen tegen zwangerschap, niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (geslachtsziektes). Om beschermd te zijn tegen seksueel overdraagbare aandoeningen is het gebruik van een condoom of vrouwencondoom noodzakelijk. Meer hierover is te lezen in de folder barrièremiddelen. Alleen in een stabiele seksuele relatie is extra bescherming niet nodig. Geadviseerd wordt om bij een nieuwe relatie extra bescherming te gebruiken en na 3 maanden beide partners te testen op de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoeningen als chlamydia en HIV. Testen kan via de huisarts, maar ook indien gewenst anoniem via een instelling van de GGD. Adressen van alle GGD’s in Nederland zijn te vinden op www.ggd.nl
Er zijn een aantal situaties die de werking van de minipil kunnen verminderen zoals braken, diarree of medicijngebruik. Bij braken binnen 4 uur na het innemen van de pil moet de pil als niet ingenomen worden beschouwd. Vaak kan de minipil dan alsnog opnieuw worden ingenomen binnen 12 uur na het normale tijdstip van inname. Lukt dit niet of wordt de pil dan opnieuw uitgebraakt dan dienen de regels van het vergeten van de pil te worden gevolgd. Zie ook de folder mislukte anticonceptie.
Diarree is als regel een aandoening van het laatste deel van de darmen. Omdat de pil al in het eerste deel van het maagdarmkanaal wordt opgenomen en wel in de maag en de twaalfvingerige darm heeft diarree als regel geen gevolgen voor de werking van de pil. De werking van de pil is wel verminderd als de diarree behandeld wordt met medicamenten als Norit® of Agarol®. Ook als er sprake is van langer durende waterige diarree kan de werking van de pil verminderd zijn.
Bij gebruik van de volgende medicamenten is de werking van de minipil verminderd:
Ook de overige progestageen-alleen preparaten kunnen bij gebruik van deze medicamenten met uitzondering van Norit® en Agarol® een verminderde werking hebben. Tijdelijk gebruik van aanvullende anticonceptie, bijvoorbeeld condooms, wordt dan geadviseerd.
Het gebruik van antibiotica heeft geen invloed op de werking van de progestageen-alleen preparaten.
Bij het langdurig gebruik van medicijnen die de betrouwbaarheid van de gebruikte middelen beïnvloeden, kan het verstandig zijn over te stappen op een ander anticonceptiemiddel.
Dr. R.J.C.M. Beerthuizen (auteur)
Drs. S. Verlinden (consulent)