De overgang (climacterium) is het tijdperk rond de laatste menstruatie (menopauze) in het leven van een vrouw. Het is de periode dat zij last heeft van overgangsklachten. Typische overgangsklachten zijn:
De overgang is een geleidelijk proces. De duur van de overgang en de leeftijd waarop een vrouw in de overgang komt, verschilt per persoon. De gemiddelde duur is vier jaar en de meeste vrouwen komen tussen hun 45ste en 60ste levensjaar in de overgang.
De laatste menstruatie wordt de menopauze genoemd; de periode hierna de postmenopauze. Na de menopauze is een vrouw niet meer vruchtbaar, doordat het proces van maandelijkse rijping van een eicel in de eierstokken is gestopt. Een rijpende eicel produceert vrouwelijke hormonen (oestrogenen en progestagenen). De hoeveelheid vrouwelijke hormonen in het lichaam neemt na de menopauze dan ook af; hierdoor ontstaan de overgangsverschijnselen.
Als na een menstruatie gedurende een jaar geen bloeding meer optreedt, is het waarschijnlijk dat hier sprake was van de menopauze. In Nederland treedt de menopauze bij de helft van de vrouwen op voor de leeftijd van 51 jaar. Eén op de tien vrouwen heeft al geen menstruatie meer op haar 45ste verjaardag, terwijl een even groot percentage vrouwen op haar 56ste nog met enige regelmaat menstrueert.
De overgang is te herkennen aan het optreden van de typische overgangsverschijnselen:
Veranderingen in het menstruatiepatroon
Het onregelmatig worden van de menstruatiecyclus is kenmerkend voor de overgang. Meestal volgen de menstruatiebloedingen in het begin van de overgang wat sneller op elkaar. Later worden de periodes ertussen steeds langer.
De menstruatiebloedingen kunnen heftig zijn en geven soms aanleiding tot bloedarmoede. Dit kan een gevoel van onbehagen, moeheid en futloosheid geven. Deze menstruatiestoornissen zijn vaak goed te beïnvloeden met de pil.
Opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen
Het hebben van opvliegers is het meest karakteristieke symptoom van de overgang. Bij een opvlieger zetten de bloedvaten in de huid zich plotseling uit. Dit geeft een gevoel van warmte, dat zich snel vanaf de borst kan uitbreiden naar hals, hoofd en soms het hele lichaam. Een opvlieger gaat gepaard met zweten. Bijna 80% van de vrouwen in de overgang heeft opvliegers (en/of de nachtelijke variant hiervan: aanvallen van sterk zweten tijdens de nacht). Opvliegers en zweetaanvallen komen meestal onverwachts. Opvliegers kunnen al vroeg in de overgang ontstaan, maar komen het meest (zowel in aantal als in hevigheid) voor in de periode ronde de menopauze. De nachtelijke opvliegers kunnen de slaap ernstig verstoren. Dit kan klachten geven van vermoeidheid, een gebrek aan energie, concentratiestoornissen en soms depressieve gevoelens. Voor meer informatie lees de folder: opvliegers
Droogheid van de vagina
Het hormoon oestrogeen zorgt ervoor dat het slijmvlies van de vagina vochtig en in goede conditie blijft. Het afnemen van de hoeveelheid oestrogeen veroorzaakt droogheid van de vagina. Bijna 30% van de vrouwen tussen de 50 en 75 jaar heeft hier last van. Klachten die hierbij kunnen optreden zijn: afscheiding , jeuk , droogheid en bloedvlies. Doordat de vagina droog is, kan de geslachtsgemeenschap pijnlijk zijn.
Plasklachten
Door de afname van de hoeveelheid oestrogenen wordt het weefsel rond de blaasuitgang slapper. Dat maakt dat vrouwen hun plas minder makkelijk kunnen ophouden. Ook lukt het leegplassen van de blaas minder goed; hierdoor kan gemakkelijk een blaasontsteking ontstaan. Dit geeft klachten van pijn of branderigheid bij het plassen en daarbij veel plassen.
Tijdens de overgang kunnen ook andere klachten voorkomen, namelijk:
Deze klachten worden ‘atypische’ overgangsklachten genoemd, omdat ze niet direct te verklaren zijn door de hormonale veranderingen die plaatsvinden in deze periode.
Algemene klachten
Klachten van gejaagdheid, moeheid, prikkelbaarheid, hartkloppingen en slapeloosheid komen tijdens de overgang vaak voor. Ook klachten als duizeligheid, vergeetachtigheid, gebrek aan zelfvertrouwen, een rusteloos gevoel in de benen, tintelingen in handen en voeten en hoofdpijn kunnen optreden. Soms komen deze klachten duidelijk in samenhang met opvliegers voor. In dat geval kunnen de klachten bij een behandeling met opvliegers verdwijnen. Als een vrouw ‘atypische’ klachten heeft zonder opvliegers, is een direct verband tussen deze klachten en de overgang niet waarschijnlijk.
Depressieve stemmingen
Veel vrouwen ervaren tijdens de overgangsjaren vaker een depressieve stemming. Hiermee wordt een wat sombere kijk op de wereld bedoeld. Er is altijd veel discussie geweest of dit nu een overgangsverschijnsel is of niet. Inmiddels wijzen onderzoeken erop dat een depressieve stemming niet door de overgang wor dt veroorzaakt. Wel komt bij vrouwen met veel opvliegers vaker een depressieve stemming voor. Dit heeft vooral te maken met de gevolgen van de opvliegers, zoals slecht slapen en zich moe voelen overdag.
Spierpijn en pijn in de kleine gewrichten
Veel vrouwen hebben tijdens de overgang pijnklachten in en rond de kleine gewrichten. Bij lichamelijk onderzoek en ook bij röntgenonderzoek zijn aan de gewrichten zelf meestal geen afwijkingen te vinden. Hoewel de gewrichtspijnen vaak voorkomen, is weinig onderzoek gedaan naar de invloed van behandeling met hormonen (oestrogeen) op deze klachten.
Vrouwelijke hormonen worden aangemaakt in de rijpende eicellen. Naarmate een vrouw ouder wordt, neemt het aantal eicellen geleidelijk af. Rond de overgang zij er praktisch geen functionerende eicellen meer over. De hoeveelheid vrouwelijke hormonen in het lichaam neemt af, waardoor de overgangsverschijnselen ontstaan.
Verminderde hormoonproductie en onregelmatige menstruatie
Het verminderen van de hormoonproductie door de eicellen geeft eerst een verkorting van de menstruatiecyclus. In plaats van 27-28 dagen wordt de cyclus nu 23-25 dagen. Als de productie nog verder terugloopt, blijft ook de eisprong uit en wordt de menstruatie zeer onregelmatig. Uiteindelijk worden door de eicellen geen hormonen geproduceerd en stopt de vrouw met menstrueren.
Verminderde hormoonproductie en opvliegers
In de hersenstam bevindt zich een thermosstaat die onze lichaamstemperatuur nauwkeurig reguleert. Deze thermostaat staat ook onder invloed van oestrogenen. Door een daling van de oestrogenen in het bloed reageert de thermostaat alsof er sprake is van een te hoge lichaamstemperatuur. Het lichaam reageert daarop met aanpassingen om de warmte kwijt te raken. De huidbloedvaten openen om meer bloed naar de huid te transporteren en de warmte wordt via de huid aan de omgeving over gedragen (zweten). Hierdoor daalt de lichaamstemperatuur weer.
Verminderde hormoonproductie, droogheid van de vagina en plasklachten
Door het afnemen van de hoeveelheid oestrogenen neemt de conditie van het slijmvlies en bindweefsel van de vagina en urinewegen af. Dit wordt in de medische termen ‘atrofie’ genoemd. De atrofie van het slijmvlies in de vagina is het meest opvallend; het slijmvlies wordt dun en kwetsbaar. Dun slijmvlies is minder goed in staat een stevige barrière te vormen tegen bacteriën, waardoor gemakkelijker vaginale infecties kunnen ontstaan. Doordat ook het bindweefsel minder stevig is, ontstaat er vaker een verzakking van de blaas of baarmoeder.
Ook de kwaliteit van het slijmvlies van de plasbuis en het ondersteunende weefsel rond de plasbuis –die bijdraagt aan een goede afsluiting van de blaas- en de blaas zelf vermindert. Plasklachten, zoals het niet goed kunnen ophouden van de urine (incontinentie), kunnen hierdoor ontstaan.
De overgang is een natuurlijk proces. Vooral opvliegers kunnen veel last geven, maar zijn onschuldig. Door kledingstukken en beddengoed van goed absorberend en ventilerend materiaal (katoen, zijde, wol) te gebruiken, in plaats van synthetisch materiaal dat moeizaam vocht opneemt en slecht ventileert, kunt u de klachten verminderen. Een op de drie vrouwen heeft tijdens de overgang echter zoveel last van haar opvliegers, dat een behandeling met hormonen (oestrogeen) te overwegen is.
De overgang en chronische ziekten later in het leven
Het verminderen van de oestrogenen heeft dus een ongunstige invloed op de functie van de geslachtsorganen en de blaas. De overgang heeft ook invloed op het botweefsel, de huid, de binnenbekleding van bloedvaten, glad spierweefsel en de hersenkernen.
Botontkalking (osteoporose)
Botontkalking is een aandoening van het skelet, gekenmerkt door broosheid van het bot, waardoor het gemakkelijk breekt. In bot is voortdurend een proces aan de gang, waarbij zowel nieuw bot wordt aangemaakt als oud bot wordt afgebroken. Bij vrouwen treedt na de menopauze, als gevolg van de lage oestrogeenspiegels, een versterkte botafbraak op. De botten kunnen zwakker worden, er is dan een verhoogde kans op botbreuken. Het aanmaken van nieuw bot kunt u bevorderen door calciumrijke voeding en veel lichaamsbeweging.
Hart- en vaatziekten
In de westerse wereld zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodoorzaak. Risicofactoren hiervoor zijn: roken, een hoog cholesterolgehalte, overgewicht, een hoge bloeddruk, suikerziekte en erfelijkheid. Ook een tekort aan oestrogenen behoort tot de risicofactoren. De kans op het krijgen van hart- en vaatziekten is na de overgang dan ook wat groter dan daarvoor.
Het is vooral aan te raden een afspraak met uw huisarts te maken wanneer u veel last heeft van uw klachten en/of als u ongerust bent. De huisarts kan u over uw klachten adviseren en in overleg met u eventueel een behandeling starten. Hevig vaginaal bloedverlies en opvliegers kunnen bijvoorbeeld met hormoontabletten of –pleisters worden behandeld.
Medicijnen tegen klachten in de overgang
De meest effectieve manier om overgangsklachten te behandelen, is het geven van oestrogenen. Deze behandeling noemt men ook wel hormoon substitutie therapie (HST). HST kan gebruikt worden voor: de behandeling van hinderlijke opvliegers en nachtzweten, cyclusproblemen, klachten over droogheid van de vagina en plasklachten. Soms wordt het ook gebruikt om botontkalking en het optreden van hart- en vaatziekten te voorkomen. HST kan op verschillende manieren worden toegediend, zoals met pillen, pleisters, neusspray, gel en implantaten.
De mate van hinder van overgangsklachten en de te verwachten verbetering met therapie spelen een rol bij het nemen van de beslissing wel of niet HST te gaan gebruiken. De behandelende arts kan hierbij alleen adviseren: de vrouw moet uiteindelijk zelf haar beslissing nemen.
De basisprincipes van hormoonsuppletie
Oestrogenen kunnen op verschillende manieren worden toegediend. Als er alleen klachten van de blaas of vagina zijn, zal gekozen voor plaatselijke (lokale) toediening. Bij algemene klachten (opvliegers) is het belangrijk dat de hormonen in het bloed komen (systemische therapie), dit kan bijvoorbeeld met pillen of pleisters. Over het algemeen maakt de manier van toedienen daarbij niet uit.
Onder invloed van oestrogenen gaat het baarmoederslijmvlies groeien. Het continue alleen oestrogeen gebruiken, kan de groei van het slijmvlies doen ontsporen. Hierdoor kunnen ernstige bloedingen ontstaan en kan de kans op baarmoederhalskanker groter worden. Deze ontsporing kan worden voorkomen door oestrogenen in combinatie met progestagenen te nemen. Daarbij worden iedere maand gedurende 10-14 opeen volgende progestagenen gegeven. Na het stoppen van de progestagenen volgt dan een ‘menstruatie’.
De bijwerkingen van hormoonsuppletie
Bij een lokale (vaginale) behandeling met hormonen, bijvoorbeeld bij klachten van droogheid van de vagina of plasklachten, doen zich geen duidelijke bijwerkingen voor. Het is wel mogelijk dat de vaginale afscheiding iets toeneemt.
De systemische oestrogeentoediening (toedienen van oestrogeen via het bloed) bestaat meer kans op bijwerkingen. Op korte termijn betekent dat vooral pijn in de borsten en vaginaal bloedverlies. Bij gecombineerde HST (oestrogeen en progestagenen) kan een opgeblazen gevoel ontstaan. Bij langdurig gebruik van vooral de gecombineerde HST bestaat een verhoogde kans op borstkanker. Het risico van het ontstaan van galstenen en het optreden van trombose is licht verhoogd (minder dan 1 per 100 vrouwen).
Behandeling van menstruatiestoornissen
Bij een onregelmatige menstruatiecyclus is een gewone anticonceptiepil een goed middel als eerste keus. De cyclus wordt weer regelmatig en het bloedverlies vermindert. De pil zorgt gedurende drie van de vier weken voor voldoende hormonen om geen overgangsklachten te hebben. Tijdens de stopweek kunnen wel klachten ontstaan; in dat geval kan overgestapt worden op de HST-pil.
Behandeling van opvliegers
Hormonaal
Opvliegers zijn normale verschijnselen van de overgang. Als een vrouw hier veel last van heeft, is een behandeling te overwegen. De beste manier op opvliegers te bestrijden is het toedienen van oestrogeen. De opvliegers verminderen dan meestal binnen twee weken, en na drie maanden behandeling is het effect optimaal. Soms is het dan nog nodig om de dosering aan te passen. Er bestaat namelijk een grote variatie in de mate waarin hormonen door het lichaam worden opgenomen. De ene vrouw heeft minder oestrogenen nodig dan de ander om het gewenste effect te bereiken.
Alternatieven
Omdat het warmtecentrum in de hersenstam ook wordt beïnvloed door andere stoffen, kunnen ook die gebruikt worden voor behandeling van opvliegers. Clonidine is een veel gebruikt middel. Het is een stof die vroeger in gebruik was als bloeddrukverlager. Minder hevige opvliegers kunnen hier vaak goed mee bestreden worden. Ook met homeopathische middelen, ademhalingstechnieken en acupunctuur kunnen goede resultaten worden verkregen, vooral bij minder ernstige klachten.
Behandeling van vaginale droogheid en plasklachten (door urogenitale atrofie)
Hormonaal
Lokale (vaginale) toediening van oestrogenen is effectief bij het verminderen van vaginale droogheid en plasklachten. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van zetpillen of zalven. Meestal is al na enige weken verbeteringen te verwachten. De behandeling moet minimaal vier tot zes maanden volgehouden worden, om het snel terugkomen van de klachten te voorkomen.
Alternatieven
Klachten van vaginale droogheid tijdens het vrijen, kunnen eventueel worden behandeld met glijmiddelen.
Leren omgaan met de overgang
Er is tijdens de overgang meer aan de hand dan alleen veranderingen in de vrouwelijke hormonen. Sommige vrouwen hebben het gevoel nu echt ouder te worden en maatschappelijk niet meer helemaal mee te tellen. Veel vrouwen merken dat hun plaats op hun werk en/of de arbeidsmarkt verandert en dat leeftijd wel degelijk telt. Bij sommige vrouwen ontstaat onvrede over hun relatie, en zowel kinderen als ouders kunnen veel aandacht eisen. Kinderen van moeders in de overgang zijn in de puberteit of net het huis uit en eisen meer en meer zorg.
De overgang is vooral in Westerse landen een gespreksonderwerp; in veel andere landen is dat niet het geval. In de meer ontwikkelde landen is de gemiddelde levensverwachting van vrouwen ongeveer 80 jaar. Opvattingen ten opzichte van de menstruatie verschillen van cultuur tot cultuur. Islamitische vrouwen worden zolang ze menstrueren bijvoorbeeld als ‘onrein’ beschouwd. Tijdens de menstruatie is het hen verboden om deel te nemen aan religieuze activiteiten. Na de menopauze krijgen zij dan ook veel grotere bewegingsvrijheid en aanzien als oudere, wijze vrouwen. Voor deze vrouwen is de overgang dus een overgang naar meer macht en prestige.
In de Westerse geïndustrialiseerde samenleving ligt dat anders. Ouder worden, en daar wordt de overgang toch mee geassocieerd, wordt eerder minder positief beschouwd. Een dergelijke benadering kleurt logischerwijs ook de ideeën over de overgang. Hoe vrouwen de overgang beleven, hangt ook samen met hun opleidingsniveau en het hebben van werk buitenshuis (dit geldt niet voor het ontstaan van opvliegers). Vooral financieel en emotioneel afhankelijke vrouwen met weinig liefhebberijen en vaardigheden buiten het gezinsleven, hebben last van de overgang. Veel vrouwen die nu rond de vijftig zijn of ouder, werden nooit aangemoedigd zelfstandig te worden en zich voor te bereiden op een tweede leven naast hun gezin. Dat gaat in de toekomst waarschijnlijk wel veranderen. Veel meer vrouwen werken tegenwoordig parttime of fulltime. En het verschijnsel herintreding wanneer de kinderen wat groter worden, is niet ongewoon meer. De aankomende generaties vrouwen zullen de overgangsjaren anders beleven dan de vijftigers van nu.
Informatie verzamelen
Door goed geïnformeerd te zijn, is het makkelijk de overgangsklachten en eventuele behandeling in een goed perspectief te zien. Vooral ook de ervaringen van anderen kunnen daarbij helpen. Het beslissen over wel of niet behandelen. Het geeft u ook een betere basis voor het gesprek met uw huisarts. Aan het einde van de folder vindt u tips om aan meer goede informatie over de overgang te komen.
Erover praten
De overgang is een natuurlijk stadium in het leven van een vrouw. Soms denken vrouwen dat zij de enige zijn met heftige opvliegers of vervelende menstruatieklachten. Praten over klachten en gevoelens met anderen delen kan helpen om uw klachten in een ander kader te plaatsen.
Gezond en evenwichtig eten
Een volwaardige en gevarieerde voeding ondersteunt het veranderingsproces dat zich tijdens de overgang voltrekt. Vooral bij een frequente en heftige menstruatie is een gezonde voeding met voldoende ijzer belangrijk. IJzerrijke voedingsmiddelen zijn vlees, volkoren producten, bladgroenten en gedroogde vruchten.
Extra calcium tijdens de overgang helpt om de botten steviger te houden. Calcium speelt een hoofdrol bij de opbouw van nieuw botweefsel, ook nadat men al uit de groei is. Dagelijks wordt een gedeelte van ouder botweefsel afgebroken en vervangen door nieuw botweefsel. Het lichaam gebruikt voor de aanmak van dat nieuwe botweefsel, het calcium dat we via voeding naar binnen krijgen. Bij een volwaardig dieet zult u niet snel calcium tekort komen. Alcohol en zout verhinderen de opname van calcium uit het voedsel. Ook een teveel aan voedingsvezels onttrekt calcium aan het lichaam. Voor een goede werking van maag en darmen is vezelrijk voedsel onmisbaar, maar het gebruik van extra z emelen is niet aan te raden.
Stoppen met roken
Uiteraard is stoppen met roken uiterst raadzaam, in welke periode van uw leven ook.
Veel bewegen
Regelmatig wandelen of sporten in de buitenlucht (minstens een half uur per dag) is tijdens de overgang en de jaren erna even belangrijk als tijdens de jeugd. Het houdt de spieren soepel en de gewrichten beweeglijk. Om de aanmaak van nieuw botweefsel te stimuleren, is vooral het belaste bewegen belangrijk. Bij belast bewegen draagt het lichaam zijn eigen gewicht, zoals bij dansen, wandelen en gymnastiek. Fietsen en zwemmen zijn uitstekend voor de spieren, maar de botten worden daarbij nauwelijks belast.
Bij opvliegers
Als u last heeft van opvliegers, kunt u het beste verschillende dunnen lagen kleren over elkaar dragen. Dat geeft de mogelijkheid om snel wat uit te trekken als het te warm wordt. Synthetische stoffen nemen veel minder goed vocht op en ventileren slechter dan katoen, wol of zijde. Dat geldt ook voor synthetische dekbedden. Een katoenen dekbed of wollen dekens zijn beter. U kunt dan een deken wegdoen als u het warm krijgt. Diep ademhalen kan ook verlichting geven. Doe dit echter niet te lang, want dan bestaat de kans op hyperventilatie en dat is zeker zo vervelend.
Verschillende voedingsstoffen kunnen opvliegers verergeren. Pepers zijn daar een goed voorbeeld van, maar ook nitriet dat veel gebruikt wordt om de kleur van vlees fris te housen. Ook hete dranken en alcohol kunnen een negatief effect hebben. Sommige medicijnen, speciaal geneesmiddelen die gebruikt worden tegen hoge bloeddruk, kunnen opvliegers geven. Het beste kunt u in dat geval met uw huisarts overleggen of die misschien vervangen kunnen worden.
Bij vaginale klachten
Vaginale klachten kunnen de seksuele relatie beïnvloeden. Het is dan ook belangrijk deze klachten met uw partner te bespreken. Soms kan het goed zijn om afspraken over het vrijen te maken, bijvoorbeeld:
U kunt de overgang niet uitstellen of voorkomen. Het is een natuurlijk proces.
Drs. W. van Donselaar
Dr. P.H.M. van de Weijer