Hepatitis B is een ernstige leverontsteking veroorzaakt door het hepatitis B virus, kortweg HBV genoemd. De lever heeft een belangrijke functie bij de afbraak en verwijdering van afvalproducten uit het lichaam en bevindt zich in de buikholte, rechts onder de ribbenboog. Het virus wordt via bloed verspreid.
Hepatitis B wordt gerekend tot de seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’ s), maar kan ook op andere manieren worden overgedragen, bijvoorbeeld door een prik met een besmette naald. Dit kan gebeuren in de gezondheidszorg, maar ook door het gebruik van besmette naalden bij tatoeages of druggebruik.
In Nederland heeft ongeveer twee procent van de mensen een hepatitis B infectie doorgemaakt. In veel landen ligt dit percentage aanzienlijk hoger.
Ongeveer drie maanden (90 dagen) na de besmetting treden de eerste ziekteverschijnselen op. Dit kunnen zijn:
Na enkele weken tot maanden nemen de klachten af of zijn ze verdwenen. Klachten van vermoeidheid kunnen langer aanhouden. Bij sommige mensen verloopt de infectie zonder verschijnselen en in enkele gevallen verloopt de infectie zeer ernstig of zelfs met dodelijke afloop.
Hepatitis B wordt veroorzaakt door een infectie met het hepatitis B virus. De meeste besmettingen vinden plaats tijden onbeschermde seks met iemand die het virus heeft. U kunt ook besmet raken wanneer uw bloed in contact komt met het bloed van iemand die het virus bij zich draagt. Het bloed van een met hepatitis B besmet persoon moet dan in uw bloedbaan terechtkomen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door bloedtransfusies, tatoeages, piercings, besmette naalden (bijvoorbeeld bij druggebruikers of werkers in de gezondheidszorg) en besmet medisch materiaal. Ook gezamenlijk gebruik van scheermesjes en tandenborstels kan leiden tot besmetting.
De kans dat een kind van een moeder die draagster is tijdens de zwangerschap of bevalling besmet wordt, is groot. Besmetting door bloedtransfusie is in Nederland niet mogelijk, omdat gedoneerd bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van hepatitis .
Wanneer iemand in uw omgeving hepatitis B heeft, kunt u normaal met deze persoon omgaan. Er vindt geen besmetting plaats via de lucht of de huid. U kunt deze persoon gewoon aanraken, knuffelen of een kus gegeven.
Na het doormaken van een hepatitis B infectie kunnen drie statussen ontstaan:
Om na te gaan welke situatie op u van toepassing is, zal regelmatig bloedonderzoek moeten plaatsvinden.
Volledige genezing
Negentig procent van de mensen die hepatitis B heeft opgelopen, is na zes maanden spontaan genezen. Voor hen hoeft dus geen behandeling plaats te vinden. Er bestaan, afgezien van klachten van vermoeidheid, vaak geen klachten meer en het virus is uit het lichaam verdwenen. Er is dan geen sprake meer van besmettelijkheid.
Chronische ontsteking
Bij een aantal mensen slaagt het lichaam er niet in om het virus te verwijderen. Het virus blijft in het lichaam aanwezig en veroorzaakt een chronische ontsteking van de lever. De klachten nemen wat af, maar de vermoeidheid blijft bestaan. Er is dan nog steeds sprake van besmettelijkheid. De chronische ontsteking kan uiteindelijk lijden tot onherstelbare veranderingen in de lever, zoals levercirrose en leverkanker. Bij een klein aantal mensen met een chronische ontsteking (ongeveer een procent per jaar) wordt het virus later alsnog door het lichaam verwijderd. In principe worden mensen met een chronische hepatitis B behandeld met een langdurige injectiekuur.
Dragerschap
Een kleine tien procent van de mensen met hepatitis B blijft het virus bij zich dragen, zonder dat sprake is van ziekteverschijnselen of leverafwijkingen. Het virus is dan in het lichaam aanwezig, maar ‘doet’ niets. Deze mensen worden regelmatig gecontroleerd om te kijken of het virus weer actief wordt. Soms blijkt het virus uiteindelijk toch uit het lichaam te verdwijnen.
Uit onderzoek is gebleken dat na tien tot twintig jaar ook bij dragers lever beschadigen kunnen optreden.
Neem in de volgende gevallen contact op met uw huisartsenpraktijk:
Ook als u klachten hebt die kenmerkend zijn voor een hepatitis B infectie is het natuurlijk belangrijk om altijd contact op te nemen met uw huisartsenpraktijk. Deze klachten en verschijnselen kunt u vinden onder het kopje ‘Hoe herkent u het?’.
Wanneer bij u inderdaad hepatitis B wordt vastgesteld, dan is de arts verplicht dit te melden aan de GG&GD. De GG&GD zal u voorlichten over hoe u kunt voorkomen dat u anderen besmet. Daarnaast wordt een zogenaamde bron- en contractopsporing uitgevoerd, waarbij wordt nagegaan van wie u de ziekte gekregen zou kunnen hebben en aan wie u de ziekte al doorgeven kunt hebben. Deze mensen worden benaderd (waarbij uw naam niet wordt genoemd) met de mededeling dat zij mogelijk contact gehad hebben met iemand met hepatitis B en dat zij zich kunnen melden voor onderzoek.
Als u eenmaal hepatitis B hebt, kun u zelf niet doen om de ziekte te genezen of de genezing te bespoedigen. Er zijn wel een aantal dingen u dan rekening mee moet houden:
Omdat alcohol de leverbeschadiging versterkt, is het belangrijk om alcoholische dranken te vermijden.
Voordat u geneesmiddelen gebruikt, ook wanneer u deze zelf hebt gekocht bij apotheek of drogist, is het van belang dat u overlegt of u deze kunt gebruiken. De lever speelt namelijk een belangrijke rol bij de opname en uitscheiding van medicijnen. Een beschadigde lever kan dit minder goed, waardoor te lage of te hoge concentratie van geneesmiddelen kunnen ontstaan. Deze kunnen schadelijk zijn voor uw gezondheid.
Tegen deze ziekte bestaat een goed en veilig vaccin, dat wordt aangeraden bij mensen met een verhoogd risico op hepatitis B infectie (bijvoorbeeld reizigers naar bepaalde gebieden buiten Europa, kinderen met het syndroom van Down, gezondheidszorg personeel). Uw huisarts of de GG&GD kunnen u voorlichten over maatregelen om deze vorm van hepatitis te voorkomen.
Tijdens de zwangerschap worden aanstaande moeders gecontroleerd op hepatitis B. Als er sprake is van een (chronische) infectie of dragerschap, wordt het kind na de geboorte gevaccineerd. Direct na de geboorte worden afweerstoffen toegediend en op de leeftijd van twee, vier en elf maanden wordt het kind op het consultatiebureau gevaccineerd.
Auteur: Drs. F.M. Brouwer
Consulent: P. Fockens