Hepatitis A is een vorm van leverontsteking. De lever bevindt zich in de buikholte, rechts onder de ribbenboog. Als de lever ontstoken is spreekt men van hepatitis. Soms is de lever ontstoken door chemische middelen zoals bijvoorbeeld alcohol. Maar ook een aantal micro-organismen kan voor een leverontsteking zorgen, bijvoorbeeld een aantal virussen. Het afweersysteem van de mens reageert op het contact met het virus door het maken van antistoffen. De virussen die een leverontsteking kunnen veroorzaken, hebben voor het gemak een letter gekregen: het hepatitis A, B, C, D, E, F en G virus.
Het eerst ontdekte en het meest bekende virus is het hepatitis A virus. Vroeger, tot het einde van de tweede wereldoorlog, kwam hepatitis A ook veel voor in de Westerse wereld, waaronder Nederland. Door de aanleg van een goede riolering en drinkwaterzuivering komt het in Nederland nu veel minder voor. De kans op besmetting is in Nederland veel kleiner geworden.
In grote delen van de wereld komt het virus nog wel veel voor. In die delen van de wereld zijn vrijwel alle kinderen vanaf ongeveer 10 jaar al besmet geweest. Maar iemand die de infectie nog niet heeft doorgemaakt en in dergelijke landen komt heeft een reële kans om hepatitis A op te lopen.
De meeste Nederlanders hebben deze infectie niet op de natuurlijke manier doorgemaakt. Bij ons is ons immuunsysteem nog niet bekend met het virus. Toch worden ook in Nederland jaarlijks vele mensen besmet met hepatitis A. In principe hoeft dat helemaal niet ernstig te zijn. Meestal verloopt de ziekte als een soort verkoudheid. Soms moeten patiënten een tijdje rust houden. Slechts in zeer weinig gevallen verloopt de infectie ernstig.
De meest opvallende symptomen van een hepatitis A infectie zijn:
Bij mensen ouder dan 10 jaar kan de ziekte ernstiger verlopen.
Het virus bezet de levercellen. Levercellen die besmet zijn met het virus functioneren minder goed. Daardoor functioneert de gehele lever minder goed. De lever heeft een belangrijke functie bij het zuiveren van ons bloed. Doordat de lever tijdelijk minder functioneert is deze zuiverende werking minder. Stoffen waar de lever normaliter geen moeite mee heeft geven tijdelijk wat meer problemen: vette voedingsmiddelen, alcoholische dranken, sommige geneesmiddelen, soms koffie etc. Dat soort voedingsmiddelen wordt dan ook minder goed verdragen.
De lever scheidt afvalstoffen af als gal. Ook het hepatitis A virus komt op die manier in de darm en met de ontlasting in het riool. Het virus is vrij sterk en kan in het riool en in een andere vochtige omgeving (rivier, zee, schaal- en schelpdieren) vrij lang overleven. Als men deze met het virus besmette voedingsmiddelen eet en niet goed schoonmaakt en doorkookt, kan men besmet raken.
In principe is een hepatitis A infectie onschuldig. Vaak verloopt een dergelijke infectie zelfs onopgemerkt of als een lichte verkoudheid. Soms moeten mensen een tijdje bedrust houden. Vooral bij kinderen (tot 10 jaar) kan de infectie erg onschuldig verlopen. Vroeger kwam de ziekte ook in Nederland en andere “westerse landen” veel voor. Door betere hygiëne, zoals riolering en schoon drinkwater, is dat sinds het einde van de tweede wereldoorlog duidelijk minder geworden. In ontwikkelingslanden waar de hygiëne minder goed is komt de ziekte nog heel veel voor.
Als iemand op een natuurlijke manier hepatitis A heeft doorgemaakt is hij levenslang beschermd. Het lichaam heeft zelf afweerstoffen gemaakt. Of in medische termen: er is natuurlijke immuniteit verworven.
Wel is het zo dat men een tijdje, dat wil zeggen van een aantal weken voor de eerste verschijnselen tot en met enkele dagen erna, besmettelijk is voor de omgeving. Mensen in de directe omgeving (familieleden, verzorgers) lopen dus het risico ook besmet en ziek te worden. Het is dus verstandig voor zowel de patiënt maar vooral ook de mensen in de nabije omgeving om erg goed op de hygiëne te letten. Dat wil zeggen:
Als een infectie langer aanhoudt of bij heftig verloop (zwaar ziek) is het verstandig met de huisarts te overleggen. Ook als iemand andere ziektes onder de leden heeft (hepatitis C, immuunstoornissen, suikerziekte, etc.) is het verstandig met de huisarts te overleggen als u vermoedt een hepatitis A infectie onder de leden te hebben.
Er bestaan goede en veilige vaccins tegen hepatitis A. Aan alle reizigers van 5 jaar of ouder die naar een land gaan waar hepatitis A veel voorkomt en die (nog) geen hepatitis A hebben doorgemaakt wordt bescherming door middel van een vaccinatie aangeraden. Landen waar veel hepatitis A voorkomt zijn vrijwel alle landen in Afrika, Zuid-Amerika, Azië, het Midden- en Verre Oosten, Oceanië etc. Algemeen gesproken kan men aannemen dat in de zogenaamde “westerse wereld” (Noord-Amerika, Europa, Australië) minder hepatitis A voorkomt.
Hepatitis A wordt overgebracht door verontreinigd voedsel. Het virus komt via de ontlasting van besmette patiënten in het water. Via het water kan het weer in ons voedsel komen. Vooral in tropische landen zit het virus vaak in het water van de riolen. Door te zwemmen in de buurt van waar het riool in zee komt kan men makkelijk besmet raken. Ook komt het virus daar voor in zeevruchten als oesters, mosselen en andere schaal- en schelpdieren. Door het eten van rauwe schaal- en schelpdieren kan men dus besmet raken. Ook sla, bestek en borden die in besmet water zijn gewassen kunnen een besmetting overbrengen.
Hepatitis A wordt veroorzaakt door infectie met een virus. De overdracht gebeurt eigenlijk altijd door de mond (via de zogenaamde "feco-orale weg"), dus via besmette handen, besmet voedsel (berucht zijn schaal- en schelpdieren) en besmet drinkwater. Ook bloed en andere lichaamsvochten kunnen besmettelijk zijn. Om besmetting te voorkómen is het dus van belang goed op te letten wat via uw mond in het lichaam komt. In Nederland en andere "westerse landen" is het over het algemeen redelijk veilig. Hoewel kleine "epidemieën" ook in Nederland in kinderdagverblijven, op scholen, in kazernes en in studentenhuizen etc. voorkomen. In andere, met name tropische landen is hepatitis A zeer veel voorkomend en daar is bijna iedereen die ouder is dan tien jaar besmet geweest.
De ziekte kan voorkómen worden door vaccinatie. Er zijn twee soorten van vaccinatie; de zogenaamde "actieve vorm" en de "passieve vorm".
De actieve vorm
Hierbij wordt het kunstmatig verzwakte virus ingespoten. Omdat het virus verzwakt is kan het zich niet meer vermenigvuldigen en dus geen kwaad meer doen bij de ontvangende persoon. Men merkt er in het algemeen ook vrijwel niets van. Het afweersysteem van de persoon die het gedode virus krijgt toegediend reageert als bij een "gewone" besmetting. Deze natuurlijke reactie houdt in dat het afweersysteem de zogenaamde antistoffen gaat maken. Op de 14e dag na de eerste vaccinatie heeft 90% van de gevaccineerden al antistoffen in het bloed. Op dag 30 is dit nagenoeg 100%. Een herhalingsinjectie wordt na 6 tot 12 maanden gegeven. De beschermingsduur bedraagt daarna minstens 10 jaar.
De passieve vorm
Hierbij zijn antistoffen uit het bloed gehaald van mensen die de ziekte hebben doorgemaakt. Deze antistoffen worden bij de "passieve immunisatie" ingespoten. Dit is het zogenaamde gammaglobuline. Het voordeel hiervan is dat men vrijwel gelijk beschermd is. Het nadeel is dat het "vreemde" gammaglobuline in de loop van ongeveer 6 weken tot 3 maanden weer afgebroken wordt. Dit kan dus alleen gebruikt worden voor korte reizen naar gebieden waar hepatitis A veel voorkomt. Deze vorm van vaccinatie wordt nog slechts bij bepaalde doelgroepen toegepast.
Personen die vroeger een infectie doormaakten en dus "van nature" antistoffen in het lichaam hebben hoeven niet gevaccineerd te worden. Dit kan onderzocht worden door middel van bloedonderzoek.
Ontbreekt!
Ontbreekt!