Sperma bestaat uit:
De zaadcellen worden in de zaadballen (testikels) gemaakt. Daarna gaan de zaadcellen naar de bijbal (epidydimis). Dan worden ze in het laatste gedeelte van de zaadleider opgeslagen, onder de blaas.
Bij een zaadlozing (ejaculatie) worden de zaadcellen door de urinebuis (urethra) naar buiten gestuwd. Onderweg wordt vocht aan de zaadcellen toegevoegd door de zaadvloeistofblaasjes en de prostaat.
Tussen de aanmaak van zaadcellen en het tijdstip dat deze bij zaadlozing naar buiten komen, zit ongeveer twee weken.
De hoeveelheid sperma kan per zaadlozing sterk verschillen. Het varieert van twee milliliter tot vijf milliliter.
Wereldwijd spreken artsen van te weinig sperma als het minder is dan twee milliliter, opgevangen na drie dagen geen ejaculatie te hebben gehad.
Als u de indruk heeft dat de hoeveelheid sperma weinig is, kunt u dit meten. Nadat u drie dagen geen seks heeft gehad of heeft gemasturbeerd, vangt u sperma op. Dit kunt u doen in een condoom of een potje. Meestal ziet u direct of er voldoende sperma is: meer dan twee milliliter. Als u twijfelt, kunt u het volume meten. Dit kan na ongeveer 30 minuten, door het op te zuigen in een twee milliliterspuitje. Dit is verkrijgbaar bij de apotheek.
Sperma bestaat:
Het volume van het sperma wordt dus vooral bepaald door het spermavocht. Spermavocht wordt doorlopend aangemaakt.
Oorzaken waardoor de productie van spermavocht minder kan zijn:
De hoeveelheid sperma heeft bijna nooit verband met de vruchtbaarheid. Weinig sperma kan namelijk evenveel zaadcellen bevatten als veel sperma. In de regel gaat het om een voorbijgaand probleem. Als het om een bijwerking van een medicijn gaat, zal het spermavolume weer groter worden na het stoppen ermee. In geval van diabetes mellitus of na een prostaatoperatie, kan het echter wel blijvend zijn.
In de volgende situaties is het raadzaam om naar uw huisarts te gaan:
De huisarts stelt u een aantal vragen en doet lichamelijk onderzoek. Hiermee probeert hij erachter te komen wat de oorzaak is. Ook kan de huisarts het sperma (laten) onderzoeken op vruchtbaarheid. Als hij dat nodig vindt, kan de huisarts u verwijzen naar een uroloog.
De hoeveelheid sperma kan per keer sterk verschillen. Dit is normaal. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken. Tijdens de seks of tijdens het masturberen kunt u proberen, het klaarkomen uit te stellen. Hierdoor kan het spermavolume toenemen.
Drs. W. van Donselaar (auteur)
Dr. M. T. W. T. Lock (consulent)