Ongewenste zwangerschap

Wat is een ongewenste zwangerschap?

Een ongewenste zwangerschap is een zwangerschap die door de betrokkene niet wordt geaccepteerd. Er kunnen uiteenlopende redenen zijn waarom u niet zwanger wilt of kunt zijn:

  • u heeft geen partner waarmee u het kind kunt opvoeden
  • u voelt zich (nog) niet in staat om een kind op te voeden/groot te brengen
  • voor uw lichamelijke of geestelijke gesteldheid is het niet verstandig om zwanger te zijn
  • uw gezin was al voltooid
  • u beschikt niet over de financiële middelen of een huis om het kind te onderhouden
  • u bent zwanger door seksueel contact waartoe u gedwongen bent
  • u bent zwanger van een gehandicapt kind en u kunt en/of wilt die situatie niet aan
  • uw anticonceptie heeft gefaald

Jaarlijks raken 30.000 vrouwen in Nederland ongewenst zwanger.



Symptomen ongewenste zwangerschap

U kunt vermoeden dat u zwanger bent omdat u seksueel contact heeft gehad met een man terwijl er geen anticonceptie is gebruikt.

Ook lichamelijke verschijnselen die plaatsvinden door de zwangerschap, zoals ochtendmisselijkheid, braken en gespannen borsten, kunnen maken dat u het gevoel krijgt zwanger te zijn. Dit vermoeden kan gesterkt worden doordat de menstruatie op en na de verwachte menstruatiedatum uitblijft.

Een zwangerschapstest, die u kunt kopen bij de drogist of halen bij de huisarts, kan uitwijzen of u zwanger bent. Als de test negatief is maar u toch sterke vermoedens hebt dat u zwanger bent, kunt u de test enkele dagen later nog eens herhalen.

Meer informatie hierover kunt u lezen in de informatiefolder ‘De eerste tekenen van zwangerschap’.



Hoe ontstaat een ongewenste zwangerschap?

Er zijn verschillende redenen waarom u zwanger kunt zijn, terwijl u dat eigenlijk niet wilt:

  • u bent vergeten anticonceptie te gebruiken:
    door de romantische sfeer of schaamte om het onderwerp anticonceptie ter sprake te brengen heeft u geen anticonceptie gebruikt maar toch gevreeën
  • u heeft de anticonceptie niet op de juiste manier gebruikt
  • u bent vergeten de pil elke dag in te nemen
  • u heeft een condoom twee keer gebruikt
  • u gebruikt naast de pil medicijnen waaronder antibiotica waardoor de pil niet meer optimaal werkzaam is.
    Als u twijfelt of u de anticonceptie goed gebruikt (heeft), kunt u meer hierover lezen in de informatiefolder 'Anticonceptie'
  • de anticonceptie heeft niet goed gewerkt:
    geen enkele anticonceptie sluit zwangerschap voor 100% uit. De pil en sterilisatie zijn heel betrouwbaar, maar desondanks komen er per 1000 vrouwen ondanks goede inname van de pil jaarlijks vier tot tien zwangerschappen en na sterilisatie vijf zwangerschappen voor. Bij alleen gebruik van het condoom gaat het jaarlijks om twaalf zwangerschappen per 100 vrouwen.
    Meer informatie hierover vindt u in de informatiefolders 'Betrouwbaarheid van anticonceptie' en 'Anticonceptie'
  • iemand heeft u gedwongen tot seksueel contact zonder dat u dat wilde: zwangerschap kan ontstaan na een verkrachting
  • u dacht niet zwanger te kunnen worden omdat u nog nooit heeft gemenstrueerd of omdat u dacht al in de overgang te zijn:
    voor de allereerste menstruatie is er al een eisprong en kunt u dus ook zwanger worden. Tijdens de overgang kunnen de eisprongen en menstruaties heel onregelmatig komen en soms lange tijd wegblijven, maar dan ineens toch weer terugkomen. Dan kunt u dus zwanger worden
  • u dacht niet zwanger te kunnen worden omdat de menstruatie om een andere reden tijdelijk is weggebleven:
    wanneer u borstvoeding geeft, een te laag gewicht hebt of ziek bent, kan de menstruatie tijdelijk wegblijven. U weet echter nooit wanneer de eerste eisprong optreedt en kunt dus wel zwanger worden

Het grootste risico om zwanger te worden loopt u in de week waarin de eisprong plaatsvindt. De eisprong vindt meestal veertien dagen voor de verwachte menstruatiedatum plaats.



Ongewenst zwanger en dan?

Als u zwanger blijkt te zijn terwijl u dat helemaal niet wilt, komt er veel op u af. Allerlei gevoelens kunnen bij u opkomen: u bent verbaasd, boos waarom u dit overkomt, u denkt dat het allemaal niet waar is, bent verdrietig omdat u niet weet wat u moet doen, u bent bang dat uw hele leven gaat veranderen, bang voor de reacties van andere mensen en/of nog veel meer gevoelens.

Sommige voelen zich somber en lusteloos, andere juist geprikkeld en geïrriteerd. Als u beseft dat u inderdaad zwanger bent, zullen er ook vragen komen over hoe nu verder met deze zwangerschap. Het heeft immers belangrijke gevolgen voor uzelf en uw verdere leven, en voor het kindje in uw buik.

U zult een beslissing moeten nemen hoe de toekomst eruit zal gaan zien. In Nederland bestaat de mogelijkheid om een keuze te maken of u deze zwangerschap wilt behouden of een einde wilt maken aan de zwangerschap.

Welke keuze u ook maakt, vaak is het een moeilijke beslissing waar allerlei gevoelens bij komen kijken. Vaak niet alleen uw eigen gevoelens, maar ook die van uw partner, uw ouders of andere mensen in de omgeving. Uw huisarts of professionele mensen die werken bij abortusklinieken, Rutgers Stichting of de FIOM (zie verder) kunnen u ook helpen de verschillende mogelijkheden en gevoelens op een rijtje te zetten, om zo een keuze te maken die bij u en uw situatie past. De verschillende keuzemogelijkheden worden hieronder besproken.

Probeer samen met mensen die u vertrouwt duidelijk te krijgen wat voor u belangrijk is en welke keuzes u gaat maken. U hoeft deze keuze niet in één dag te maken, neem er de tijd voor die u nodig denkt te hebben.

  • Het behouden van de zwangerschap

U kunt er voor kiezen de zwangerschap te accepteren en uit te dragen. Problemen die u eerst zag, zijn soms minder erg dan u in eerste instantie dacht. Denk hierbij aan gevoelens als schaamte voor de omgeving, onvermogen van uzelf om een kind op te voeden, en/of angst voor de verantwoordelijkheid.

Uw partner, ouders en vrienden kunnen u ondersteunen tijdens de zwangerschap en bij het opvoeden van uw kind. Voor financiële problemen kunnen allerlei regelingen getroffen worden. Op school kunnen vaak speciale maatregelen genomen worden; misschien bestaat de mogelijkheid een avondopleiding te volgen. Ook op het werk zijn diverse regelingen mogelijk waardoor het toch mogelijk wordt opvoeden van een kind en werken, te combineren.

  • Adoptie

Als u de zwangerschap wel wilt uitdragen maar niet de verantwoordelijkheid voor het opvoeden van een kind wilt hebben, kunt u de mogelijkheid van adoptie overwegen. Ook als u vanwege uw geloofsovertuiging geen abortus mag krijgen, kunt u kiezen voor deze optie. Uw huisarts of andere instanties zoals de FIOM en de vereniging ter bescherming van het ongeboren kind (VBOK) kunnen u helpen bij het in contact komen met een organisatie die adoptie regelt. Ook kunnen zij u begeleiden bij alle emoties die bij het afstand doen van uw kind bij u op kunnen komen.

  • Het beëindigen van de zwangerschap

In Nederland is het wettelijk toegestaan abortus te verrichten tot een zwangerschapsduur van 22 weken. Voor beëindiging kunt u terecht bij een abortuskliniek of een algemeen ziekenhuis. Uw huisarts kan u daarnaar verwijzen.
U kunt ook zelf een afspraak maken bij de abortuskliniek.

Eerst krijgt u daar een gesprek om uw motieven om de zwangerschap af te breken nog eens door te spreken en een definitieve beslissing te maken. Ook wordt er een echo gemaakt om de zwangerschapsduur te bevestigen. Als u nog twijfelt, kunt u ook een aantal gesprekken met een psychosociaal werker krijgen.

Als u minder dan zestien dagen over tijd bent, kunt u aansluitend meteen een behandeling krijgen. Anders geldt een wettelijke bedenktijd van vijf dagen. De kosten voor het afbreken van de zwangerschap worden vergoed door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) als u in Nederland woont. Als u een uittreksel van het bevolkingsregister of een inschrijf bewijs van uw ziektekostenverzekering kunt tonen, hoeft u niets te betalen.

Vrouwen die niet officieel in Nederland wonen worden wel geholpen, maar moeten de kosten van de behandeling zelf betalen. Als u jonger bent dan zestien jaar, moet u toestemming hebben van uw ouders om de behandeling te laten uitvoeren.

Er bestaan verschillende methoden om een einde te maken aan de zwangerschap. De keuze voor een bepaalde methode is afhankelijk van de zwangerschapsduur. De zwangerschapsduur is het aantal weken dat verstreken is vanaf de datum van de eerste dag van uw laatste menstruatie. Op het moment dat u over tijd bent, is de zwangerschapsduur dus al minstens vier weken.



Mogelijkheden voor het beƫindigen van de zwangerschap

De mogelijkheden voor het beëindigen van de zwangerschap zijn:

  • de morning-afterpil: tot drie dagen na onvoldoende beschermde geslachtsgemeenschap
  • de abortuspil: tot een zwangerschapsduur van zeven wekende zuigcurettage: tot een zwangerschapsduur van twaalf weken
  • de zuigcurettage + verkleining van de vrucht en moederkoek: vanaf een zwangerschapsduur van 12 tot 22 weken
  • inleiding van de bevalling: vanaf een zwangerschapsduur van 12 tot 22 weken

  • De morning-afterpil

Hoewel de morning-afterpil strikt gezien geen methode is om een ongewenste zwangerschap te beëindigen, kan ze wel een ongewenste zwangerschap voorkomen als u onvoldoende beschermd geslachtsgemeenschap hebt gehad.

Via uw huisarts kunt u tot drie dagen na onvoldoende beschermde geslachtsgemeenschap een recept krijgen voor tabletten waarvan u er twee keer twee met een tussentijd van twaalf uur moet innemen. Deze tabletten bevatten hormonen die verhinderen dat er bevruchting ontstaat of dat een bevruchte eicel zich innestelt.

Bij juist gebruik kan bij 98 van de 100 vrouwen voorkomen worden dat er een zwangerschap ontstaat. Bij 2 op van de 100 vrouwen ontstaat dus ondanks juist gebruik wel een zwangerschap. Als de vrucht zich al ingenesteld heeft op het moment dat u de morning-afterpil gebruikt, is de morning-afterpil niet geschikt om de zwangerschap af te breken en werkt ze dus niet.

De eerste dag na het innemen van de medicijnen kunt u last hebben van misselijkheid, gevoelige borsten, hoofdpijn of duizeligheid. Deze klachten verdwijnen spontaan. Als u vanwege de misselijkheid moet braken binnen twee uur nadat u de tabletten hebt ingenomen, verliezen de tabletten hun werking. Vraag in dat geval uw huisarts om advies. Soms worden medicijnen die het braken voorkomen voorgeschreven. U kunt meer hierover lezen in de informatiefolder 'Morning-afterpil'.

  • De abortuspil

Als u niet langer dan zeven weken zwanger bent, gerekend vanaf de eerste dag van uw laatste menstruatie, bestaat de mogelijkheid de zwangerschap af te breken door het innemen van de zogenaamde abortuspil. Deze behandeling vindt plaats in een abortuskliniek. Voor de behandeling moet u doorgaans driemaal naar de kliniek komen. Tijdens het eerste bezoek krijgt u een gesprek waarin samen met u de argumenten om te kiezen voor het afbreken van de zwangerschap worden doorgenomen en u een beslissing neemt.

Met een echo-onderzoek wordt de zwangerschapsduur nagegaan. Vervolgens krijgt u drie tabletten met hormonen die het zwangerschapshormoon progesteron tegenwerken. Hierdoor kan de zwangerschap zich niet verder ontwikkelen en sterft de vrucht af. Twee dagen daarna wordt u weer in de abortuskliniek verwacht. U krijgt dan andere tabletten die ervoor zorgen dat de baarmoeder zich gaat samentrekken om zo de vrucht uit het lichaam te stoten.

Bij drie van de vijf vrouwen werkt dit binnen enkele uren. Zij krijgen bloedverlies en krampgevoel in de buik vergelijkbaar met een flinke menstruatie. Als u na vier uur nog geen bloedverlies hebt, kunt u nogmaals dezelfde tabletten krijgen. Bij de meeste vrouwen treedt zo binnen twaalf uur alsnog bloedverlies met uitstoten van de vrucht op.

Het bloedverlies kan na de behandeling een ruime week aanhouden. Daarnaast kunt u last hebben van buikpijn, misselijkheid en/of braken. Dat is heel normaal. Als u er erg veel hinder van hebt, kunt u contact opnemen met de huisarts. Soms kan deze medicijnen voorschrijven om de klachten te verlichten.

Bij één op de twintig vrouwen slaat de abortuspil niet aan. In dat geval zal alsnog een zuigcurettage moeten gebeuren. Het is verstandig direct te beginnen met anticonceptie. De eerste drie weken na de behandeling mag u geen geslachtsgemeenschap hebben. U loopt dan namelijk een verhoogd risico op een infectie.

Het laatste bezoek aan de abortuskliniek bestaat uit een nacontrole. Hierbij wordt met een echo gek eken of de abortuspil haar werking goed heeft gedaan. Ook is er ruimte om over uw ervaringen en gevoelens omtrent de behandeling te praten.

  • De zuigcurettage

Een andere methode om de zwangerschap af te breken als deze niet verder gevorderd is dan twaalf weken, is de zuigcurettage. Deze behandeling kan uitgevoerd worden in een abortuskliniek. Hierbij wordt de baarmoedermond opgerekt en wordt de baarmoeder leeggezogen met een dun slangetje waardoor de vrucht en het vruchtzakje naar buiten komen. De ingreep duurt vijf tot tien minuten.

Meestal wordt de ingreep uitgevoerd onder lokale verdoving van de vagina en de baarmoedermond. Een combinatie van een sterk pijnstillend en rustgevend medicijn of een algehele narcose is ook mogelijk.

U kunt enkele uren na de ingreep weer naar huis. Het is verstandig als u niet zelf naar huis rijdt, maar vraagt of iemand u op komt halen. Na de ingreep kunt u nog enkele dagen een menstruatieachtige pijn voelen. Mocht deze pijn erg hevig zijn, dan kunt u hiervoor één of twee tabletten paracetamol innemen. Dit mag u maximaal viermaal op een dag doen.

Wanneer de zuigcurettage wordt uitgevoerd als u minder dan zestien dagen over tijd bent, wordt er ook wel gesproken van een overtijdbehandeling. De ingreep is echter precies hetzelfde.

De curettage geeft een kleine kans op complicaties. Er kan een infectie ontstaan van de baarmoeder. U krijgt dan ook instructies mee wat u moet doen als u koorts krijgt. Een ander risico bestaat uit heftig nabloeden dat niet na een week ophoudt. Meestal wordt dat veroorzaakt doordat er weefsel is achtergebleven. Dit zal door een nieuwe curettage of een behandeling met medicijnen verwijderd moeten worden.

Daarnaast kunnen verklevingen aan de binnenzijde van de baarmoeder ontstaan, heel zelden gaat het slangetje of lepeltje per ongeluk door de baarmoederwand heen. Dit is goed te verhelpen. Voor de behandeling van deze complicaties zult u wel opgenomen moeten worden in een ziekenhuis.

  • Zuigcurettage en verkleining van de vrucht

Wanneer u langer dan twaalf weken zwanger bent, is de vrucht met de moederkoek te groot om met een zuigcurettage alleen verwijderd te kunnen worden. Daarom worden de vrucht en de moederkoek eerst met een speciale tang kleiner gemaakt. Boven de zestien weken moet de baarmoedermond ook fors opgerekt worden, anders kunnen de vrucht en de moederkoek niet naar buiten komen.

Vervolgens wordt een zuigcurettage toegepast. Deze ingreep vindt ook plaats onder lokale verdoving van de baarmoedermond door middel van injecties. Daarnaast krijgt u via een infuus ook pijnstilling toegediend. Deze ingreep wordt alleen verricht in abortusklinieken.

Als u minder dan achttien weken zwanger bent, kunt u enkele uren na de ingreep weer naar huis. Omdat de ingreep na een zwangerschapsduur van achttien weken moeilijker is en er een iets grotere kans op complicaties bestaat, moet u hierna een nacht in de abortuskliniek blijven. De volgende dag mag u, als zich geen problemen hebben voorgedaan, weer naar huis. Na de ingreep kunt u nog ruim een week last hebben van bloedverlies en/of krampen in de onderbuik. De complicaties van deze ingreep zijn dezelfde als van een zuigcurettage alleen.

  • Inleiden van de bevalling

Deze behandeling wordt alleen toegepast in het ziekenhuis. Door middel van een infuus met hormonen kunnen weeën opgewekt worden. Zo zal de bevalling binnen 24 tot 48 uur op gang komen en zal uw kindje geboren worden.

Een andere methode is het breken van de vliezen en het laten aflopen van een deel van het vruchtwater. Daarna wordt een zoutoplossing ingebracht in de baarmoederholte. Dit stimuleert het ontstaan van weeën. Na ongeveer 36 uur zal de bevalling op gang komen. Meestal overlijdt het kindje tijdens de bevalling, soms pas nadat het geboren is. Er bestaat een kans dat de moederkoek niet spontaan geboren wordt. Als dat het geval is, zal deze onder narcose verwijderd moeten worden.

Een risico van het inleiden van de bevalling is overmatig bloedverlies omdat er weefsel is achtergebleven in de baarmoeder. Er moet dan een nabehandeling in de vorm van een curettage volgen. Een ander belangrijk risico is een infectie. U zult daarom instructies meekrijgen wat u moet doen als u koorts krijgt. Heel zelden ontstaat er een gaatje in de baarmoeder. Dit moet in een ziekenhuis nabehandeld worden.

In een geregistreerde abortuskliniek is de kans op complicaties gelukkig gering. Bij één op de 2.000 verrichte abortussen treedt een complicatie op.



Na het afbreken van de zwangerschap

  • Gevoelens

Ondanks het zorgvuldig en weloverwogen kiezen om de zwangerschap af te breken, kunt u zich een tijd verdrietig voelen. Het is belangrijk over uw gevoelens te praten met iemand die u vertrouwt.

Sommige mensen houden daarnaast een dagboek bij. Dat kan helpen bij het verwerken van uw gevoelens. Ook kunt u om te praten terecht bij de huisarts, de abortuskliniek of de FIOM. Sommige vrouwen voelen zich juist schuldig, omdat ze zich niet schuldig voelen of niet verdrietig zijn. Ook daarover praten is vaak goed voor uzelf.

  • Begeleiding

Als u merkt dat u veel moeite hebt om de abortus een plaatsje te geven, kan het belangrijk zijn begeleiding te zoeken die u kan helpen de abortus te verwerken.Het kan zijn dat u:

  • zich schuldig voelt over de abortus
  • zich schaamt dat u een abortus heeft ondergaan
  • zich somber blijft voelen
  • kraambezoek gaat vermijden
  • moeite heeft met seksueel contact
  • het gevoel heeft heel alleen te staan, en niemand u begrijpt
    Dit komt met name voor als u leeft in een omgeving die abortus afkeurt, als u het heel moeilijk vond een keuze te maken of als u eigenlijk graag de zwangerschap had willen houden, maar toch gekozen heeft voor een abortus.
  • tegen een nieuwe zwangerschap opzien
    Uw verstand en uw gevoel zijn niet met elkaar in overeenstemming. U hoeft zich hiervoor niet te schamen. Het is wel heel belangrijk om begeleiding te zoeken en niet maanden tot jaren met deze gevoelens rond te blijven lopen.

Er kunnen verschillende mensen in aanmerking komen om u de begeleiding te geven die u nodig heeft. Kies iemand die u vertrouwt en waarbij u zich op uw gemak voelt. Begeleiding kunt u krijgen van uw huisarts, psychosociaal werkenden in de abortuskliniek, bij de stichting FIOM, de VBOK en de Rutgers Stichting.

Ook is het mogelijk per e-mail te communiceren met een arts van het Nederlandse genootschap van abortusartsen (NGvA). Bij de FIOM bestaan verwerkingsgroepen waar u over uw gevoelens en ervaringen kunt praten met vrouwen die een soortgelijke situatie hebben doorgemaakt .

  • Bericht aan de huisarts

In principe krijgt de huisarts via de abortuskliniek bericht dat u een abortus hebt ondergaan. Mochten zich onverhoopt problemen voordoen, dan is uw huisarts ervan op de hoogte dat u een abortus hebt ondergaan.

Ook kan hij u begeleiden als u moeite hebt met het verwerken van de abortus. Als u er bezwaar tegen hebt dat de huisarts op de hoogte wordt gebracht, kunt u dit aangeven. In dat geval zal de huisarts geen bericht krijgen.

  • Nacontrole

Twee tot drie weken na de abortus vindt een nacontrole plaats. In die controle wordt nagepraat over de behandeling, wordt er een echo gemaakt om te kijken of de behandeling resultaat heeft gehad en is er ruimte om over uw gevoelens omtrent de abortus te praten.

  • Anticonceptie

Om te voorkomen dat u opnieuw ongewenst zwanger wordt, is het belangrijk goede anticonceptie toe te passen. Het is verstandig hier op de dag van de ingreep al mee te beginnen. U kunt kiezen voor de anticonceptiepil, de prikpil of het laten plaatsen van een spiraaltje.

Als u een spiraaltje laat plaatsen na de ingreep, heeft u in het algemeen wel meer last van buikkrampen en bloedverlies.

  • Werkhervatting

Als u zich goed voelt, mag u in principe een dag na de abortus uw werk hervatten.

  • Nieuwe zwangerschap

In verband met infectiegevaar mag u de eerste drie weken na de abortus geen geslachtsgemeenschap hebben. De abortus heeft geen gevolgen voor een eventuele zwangerschap op een later tijdstip.



Wanneer naar de huisarts?

Als u de zwangerschap niet wilt voortzetten, kunt u contact opnemen met de huisarts. Samen met de huisarts kunt u bekijken wat er allemaal mogelijk is gezien uw persoonlijke omstandigheden.

Uw huisarts kan u doorverwijzen naar instanties als u behoefte hebt om over uw gevoelens en motieven met betrekking tot het wel of niet behouden van de zwangerschap te praten. Ook kan hij u helpen of doorverwijzen naar instanties (zoals de FIOM, VBOK, maatschappelijk werk) die u kunnen ondersteunen als u besluit uw zwangerschap uit te dragen.

Als u besluit over te gaan tot een abortus, kan de huisarts u een verwijzing geven naar een abortuskliniek of een ziekenhuis waar abortus wordt verricht. Na de bedenktijd van vijf dagen kunt u daar dan terecht. Deze bedenktijd geldt niet als u minder dan zestien dagen over tijd bent.

Ook na het verrichten van de abortus kunt u bij uw huisarts terecht om over de abortus te praten. Mocht u veel moeite hebben met het verwerken van de abortus, dan kan uw huisarts u voor intensievere begeleiding doorverwijzen naar een abortuskliniek of de FIOM.



Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u eenmaal ongewenst zwanger bent, kunt u zelf niets doen om een einde te maken aan de zwangerschap. Het is ook niet verstandig of zelfs gevaarlijk, om eventuele adviezen hoe zelf de zwangerschap te beëindigen op te volgen.

Denkt u de zwangerschap te willen beëindigen, dan kunt u zelf of via uw huisarts een afspraak maken in een abortuskliniek.



Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Hoewel abortus in Nederland wettelijk mogelijk is, blijft het natuurlijk een noodmaatregel. Het is altijd beter te voorkomen dat u zwanger wordt als u geen kind wilt. Het is belangrijk om in elk geval goede anticonceptie te gebruiken als u geslachtsgemeenschap hebt, ook als u nog nooit gemenstrueerd hebt of als de menstruatie een tijd weg gebleven is.

Er bestaan verschillende methoden van anticonceptie, zodat u een methode kunt zoeken die bij u past. Daarbij kunt u denken aan de anticonceptiepil, het condoom, een spiraaltje, een pessarium of sterilisatie. Geen enkele methode is in staat voor 100 procent zwangerschap te voorkomen. De ene methode is wel betrouwbaarder dan de andere. Op dokterdokter.nl kunt u diverse informatiefolders over anticonceptie lezen. Soms is het verstandig twee methoden te combineren, zoals de pil en het condoom.

Ook al is het soms moeilijk om over anticonceptie te praten en na te denken, toch is het een heel belangrijk en eigenlijk heel normaal onderwerp. Door het op tijd te bespreken kunt u veel spanning en verdriet door een ongewenste zwangerschap voorkomen.

Daarnaast is het belangrijk het anticonceptiemiddel op de voorgeschreven manier te gebruiken. De pil moet u bijvoorbeeld elke dag op een vast tijdstip innemen. Als u dit vergeet, braakt of antibiotica gebruikt is de pil niet betrouwbaar meer. U leest hier meer over in de informatiefolder 'De pil'.



Waar kunt u terecht met een ongewenste zwangerschap?



In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur)
Drs. E.G.C. van Seumeren (consulent)



Bronnen

  • Treffers PE, Heintz APM, Keirse MJNC et al. Obstetrie en Gynaecologie. De voortplanting van de mens. Vierde druk. Utrecht, Wetenschappelijke uitgeverij Elsevier 2001.
  • Lammers FB. Praktische gynaecologie zevende herziene druk. Bohn Stafleu Van Loghum, 2000.
  • Merkus JWMW, Springer MP, Sitsen JMA et al(red). Het gynaecologisch formularium, een praktische leidraad 2e editie. Bohn Stafleu Van Loghum, 2001.
  • http://www.fiom.nl/
  • www.siriz.nl
  • http://www.ngva.net/
  • www.stisan.nl



Gerelateerde informatie


Gerelateerde video
Video over ongewenst zwanger