Een vruchtwaterpunctie is:
In het vruchtwater bevinden zich cellen van het ongeboren kindje. Deze cellen geven informatie over:
Een vruchtwaterpunctie kan gedaan worden bij een zwangerschapsduur van ongeveer zestien weken. In Nederland worden jaarlijks tussen de 4000 en de 5000 vruchtwaterpuncties verricht.
Er bestaan verschillende redenen om te kiezen voor een vruchtwaterpunctie,
bijvoorbeeld vanwege uw leeftijd of het feit dat u eerder een kind heeft gehad
met een ernstige aangeboren afwijking.
Geen goede reden voor een
vruchtwaterpunctie is om gerustgesteld te willen zijn dat het met uw kindje
allemaal goed is en dat het geen aangeboren afwijkingen heeft.
Een
vruchtwaterpunctie kan niet alle afwijkingen aantonen. Ook is een
vruchtwaterpunctie niet geheel zonder gevaar. Ook als de uitslag van de
vruchtwaterpunctie geen afwijkingen laat zien, kan uw kind toch geboren worden
met een aangeboren afwijking.
Het is belangrijk om voordat u een
vruchtwaterpunctie laat doen, te bedenken wat u wilt doen als een afwijking bij
uw kind wordt aangetoond. U komt dan voor de moeilijke en ingrijpende keuze te
staan de zwangerschap wel of niet af te breken. Als u van tevoren al zeker weet
dat u de zwangerschap niet af wilt breken, moet u zich goed bedenken of u wel
een vruchtwaterpunctie wilt laten doen.
In Nederland is afgesproken dat zwangere vrouwen met een verhoogd risico op afwijkingen aan de chromosomen in aanmerking komen voor een vruchtwaterpunctie. U komt in aanmerking voor een vruchtwaterpunctie, als:
In deze situaties worden de kosten van de vruchtwaterpunctie vergoed. Als u in aanmerking komt voor aanvullend onderzoek bespreekt de huisarts, de verloskundige of de gynaecoloog de verschillende mogelijkheden uitgebreid met u.
Soorten prenataal onderzoek:
Als u een vruchtwaterpunctie wilt, wordt u verwezen naar een ziekenhuis waar dit onderzoek kan worden uitgevoerd. In sommige ziekenhuizen volgt eerst nog een gesprek over het onderzoek; in andere ziekenhuizen wordt het onderzoek meteen uitgevoerd.
Maak goede afspraken over wat er bepaald wordt en of u geïnformeerd wilt worden over onverwachte, bijkomende bevindingen. Het geslacht van het kind wordt altijd bepaald, geef duidelijk aan of u dit wilt weten.
Een vruchtwaterpunctie wordt meestal uitgevoerd bij een zwangerschapsduur van
zestien weken.
De punctie wordt poliklinisch uitgevoerd door de
gynaecoloog in het ziekenhuis. Eerst wordt de huid van uw buik ontsmet met
alcohol of jodium. Vervolgens wordt met een echo bepaald op welke plaats er
geprikt wordt. Met een dunne naald wordt vervolgens door de buikwand heen
geprikt. Dit prikken is even pijnlijk.
Met de echo wordt gekeken of de
naald naar de goede plek gaat. Vervolgens worden twee buisjes (20 ml)
vruchtwater afgenomen. Als onvoldoende vruchtwater wordt verkregen, moet de
punctie soms herhaald worden.
De ingreep duurt ongeveer tien tot vijftien
minuten.
Uw kind ondervindt geen hinder van de vruchtwaterpunctie.
Bij een zwangerschap van zestien weken is de hoeveelheid vruchtwater in de
baarmoeder ongeveer 200 ml. De afgenomen hoeveelheid is binnen enkele uren weer
aangevuld. Als uw bloed rhesus negatief is krijgt u na afloop een injectie met
anti-D.
Na de vruchtwaterpunctie kunt u naar huis. Sommige vrouwen
ervaren tot één of twee dagen na de punctie nog wat trekkende of krampende pijn
in de buik, of op de plaats van de prik. Dat is normaal. Na twee dagen moeten
deze klachten over zijn. Het is goed deze dagen wat rustiger aan te doen.
Het afgenomen vruchtwater wordt opgestuurd naar het laboratorium. Daar
worden de cellen uit het vruchtwater, die afkomstig zijn van de huid en
slijmvliezen van uw kind, op kweek gezet en onderzocht op afwijkingen aan de
chromosomen.
Dit kost tijd, de uitslag van de punctie is meestal na
ongeveer twee weken bekend.
De uitslag van het AFP-gehalte is eerder
bekend, meestal na een week.
Met een vruchtwaterpunctie kunnen de volgende afwijkingen worden aangetoond:
Alfafoetoproteïne (AFP) is een
eiwit van het ongeboren kind dat bij bepaalde afwijkingen in het vruchtwater
terecht kan komen. Een verhoogde hoeveelheid hiervan kan wijzen op de
aanwezigheid van een open ruggetje (spina bifida) of het ontbreken van het
schedeldak een deel van de hersens.
Hiermee kan in negen van de tien
gevallen deze afwijkingen aangetoond worden. Soms zit er nog een stevig vlies
over het open ruggetje, zodat het AFP niet in het vruchtwater terecht komt. In
dat geval kan de vruchtwaterpunctie het open ruggetje niet aantonen.
Met een vruchtwaterpunctie kunnen afwijkingen aan de chromosomen worden
aangetoond. Chromosomen zijn opgerolde structuren van ketens DNA, de code van
het erfelijke materiaal.
Een kleine afwijking in het DNA kan zorgen voor
een aangeboren afwijking van uw kind, zonder dat dit zichtbaar is aan de
chromosomen.
Ook al toont de vruchtwaterpunctie geen afwijkingen
aan de chromosomen, dan nog kan uw kind toch een aangeboren afwijking hebben.
In Nederland heeft één op de twintig kinderen een aangeboren
afwijking, echter al deze afwijkingen zijn lang niet even ernstig.
De uitslag van de vruchtwaterpunctie is na twee tot drie weken bekend. Voor
de meeste zwangere vrouwen en hun partner is dit een spannende en langdurende
periode. Wat zal de uitslag betekenen voor u en voor uw ongeboren kind. U kunt
moeite hebben te genieten van de zwangerschap, terwijl u toch al duidelijk
zwanger bent en soms het kindje al kunt voelen bewegen.
Wat kunt
u doen als de uitslag geen afwijkingen aantoont?
Als de uitslag van
de vruchtwaterpunctie geen afwijkingen bij het ongeboren kind laat zien, zijn
de meeste ouders opgelucht. Vanaf dat moment hebben ze het gevoel pas echt
zwanger te zijn.
Toch wil een goede uitslag niet zeggen dat uw kindje
straks zeker geen afwijkingen kan hebben.
Eén op de twintig
kinderen in Nederland wordt geboren met een aangeboren afwijking; lang niet al
deze afwijkingen zijn even ernstig.
Een vruchtwaterpunctie kan
alleen afwijkingen aan de chromosomen en aanwijzingen voor afwijkingen in de
aanleg van het zenuwstelsel aantonen.
Wat kunt u doen als de
uitslag wel een afwijking aantoont?
Wanneer er via de
vruchtwaterpunctie een afwijking wordt aangetoond, is dat een grote schok.
Allerlei gevoelens kunnen een rol spelen: verbijstering, ongeloof, boosheid,
schuldgevoelens, de uitslag niet willen weten.
Als ouders moet u nu
een moeilijke beslissing nemen over wat u wilt doen met de zwangerschap.
Alleen u en uw partner kunnen beoordelen wat deze uitslag voor u en uw
ongeboren kind betekent en of u samen over de mogelijkheden beschikt een kind
met deze afwijkingen op te voeden, of dat u er voor kiest de zwangerschap af te
breken.
Vaak denken hulpverleners nogal snel dat u de zwangerschap
wilt afbreken als u heeft gehoord dat u een kind met een afwijking verwacht.
Maar dit hoeft zeker niet en is geheel uw eigen keuze. Neem de tijd om goed
hierover na te denken.
Vraag informatie aan uw gynaecoloog,
huisarts of verloskundige. Ook de klinisch geneticus of een ouderorganisatie
kunnen u informatie geven wat het betekent om een kind met de gevonden
afwijking te hebben. Zij kennen ook maatschappelijk werkenden of psychologen
die veel ervaring hebben met het begeleiden van ouders die in een soortgelijke
situatie hebben gezeten.
Zet alle argumenten voor en tegen op een
rijtje. Uiteindelijk zijn u en uw partner degenen die de beste keuze moeten
maken in deze situatie, dat kan niemand anders voor u bepalen.
1. De zwangerschap uitdragen
U kunt er samen met uw partner voor
kiezen de zwangerschap uit te dragen. Sommige ouders vinden het prettig dat zij
zich kunnen voorbereiden op de komst van een kind met een afwijking. Ze zoeken
er informatie over en regelen vast zaken die nodig mochten zijn.
Informatie kunt u krijgen bij ouder- en patiëntenverenigingen of bij klinisch
genetische centra.
Ook al heeft de vruchtwaterpunctie aangetoond
dat u een kind met een afwijking zult krijgen, de vruchtwaterpunctie zal nooit
kunnen aangeven in welke mate uw kind last zal hebben van de afwijking.
Zo bestaat er bijvoorbeeld een groot verschil in functioneren tussen
verschillende kinderen met het syndroom van Down.
Er bestaan steeds
betere behandelmethoden om bijkomende problemen bij het syndroom van Down te
behandelen, zoals hartproblemen.
2. De zwangerschap afbreken
De andere mogelijkheid, nadat de uitslag van de vruchtwaterpunctie
heeft aangewezen dat uw ongeboren kindje een afwijking heeft, is het afbreken
van de zwangerschap. Dit is eveneens een moeilijke en ingrijpende beslissing.
Omdat de uitslag van de vruchtwaterpunctie minstens twee tot drie
weken geduurd heeft, bent u inmiddels achttien tot negentien weken zwanger.
Vaak heeft u al een zwangerschapsbuikje of heeft uw het kindje al voelen
bewegen.
Het is in Nederland tot een zwangerschapsduur van 24 weken
mogelijk om de zwangerschap te beëindigen. De zwangerschap wordt beëindigd door
de bevalling in het ziekenhuis
op te wekken. Via een infuus krijgt u medicijnen d ie weeën opwekken. Zo zal
de bevalling binnen 24 tot 48 uur op gang komen en zal uw kindje geboren
worden.
Er bestaat een kans dat de moederkoek niet spontaan geboren
wordt. Als dat het geval is, moet deze onder narcose verwijderd worden.
Omdat uw kindje nog niet levensvatbaar is zal het meestal voor,
tijdens, maar soms ook pas na de bevalling overlijden. Na de bevalling kunt u
uw kindje bij u houden en kunt u afscheid nemen van uw kindje op een manier die
u graag wilt.
Veel mensen maken foto’s van hun kindje als een
herinnering.
Na het opwekken van de bevalling en het verlies van
hun kindje maken ouders een hele moeilijke tijd door. Allerlei gevoelens komen
naar boven. Waarom hebben wij een kind met een aangeboren afwijking gekregen?
Wat hebben we fout gedaan? Mochten we wel beslissen over het leven van ons
kind? Deze gevoelens zijn heel normaal.
Neem de tijd om het verlies
van uw kind te verwerken. Het kan dat u maanden, soms meer dan een jaar, nodig
heeft om het verlies een plekje te geven en om weer zin te hebben om deel te
nemen aan de maatschappij. Vaak kan professionele begeleiding hierbij helpen.
Als gevolg van de vruchtwaterpunctie bestaat er een hele kleine kans dat de zwangerschap eindigt in een miskraam. Dat gebeurt gelukkig zelden: één op de 300 zwangerschappen eindigt na een vruchtwaterpunctie in een miskraam.
Drs. J.H. Schieving (auteur)
Prof. dr. T.K.A.B. Eskes (consulent)
Prof. dr. H.W. Bruinse (consulent)
Meer informatie