Vogelgriep wordt in de volksmond ook wel vogelpest genoemd, vanwege de hoge mate van besmettelijkheid. In virologische termen heet de ziekte Avian influenza.
Het virus is verwant aan het menselijke griepvirus en is besmettelijk voor alle soorten vogels, met name voor kippen en kalkoenen. De ene diersoort is gevoeliger voor het griepvirus dan het andere.
Vogels die zijn besmet met vogelgriep worden doorgaans na twee tot zeven dagen ziek, maar het kan ook na veertien dagen zijn. Ze worden sloom, eten minder, hebben zeer veel dorst, hebben waterige diarree, leggen minder eieren of eieren zonder schaal en krijgen een soort snotneus.
Soms vertonen besmette vogels zwellingen in hun kop of hals en een verkleurde of gezwollen kam. Na een tot twee etmalen kunnen ze sterven van verstikking, omdat bij vogelgriep – net zoals bij alle griepsoorten – de luchtwegen en longen worden aangetast.
Vogelgriep is net als andere griepvirussen zeer besmettelijk. Overdracht van het virus vindt plaats door contact via lichaamsvocht en door uitademing.
Vooral de mest van besmette vogels vormt een bron van besmetting, het virus kan daar maandenlang in overleven. Dit geldt ook voor water, als daar vogelmest in terecht is gekomen.
Ondanks het feit dat inmiddels al een aantal mensen in Aziatische landen zijn
besmet met vogelgriep, blijft besmetting van mensen met dit virus een
zeldzaamheid. In principe is de mens zo goed als ongevoelig voor pluimveegriep.
Aan de andere kant is het influenzavirus het zich snelst
aanpassende virus dat we kennen. Dat maakt dat de ziekte relatief makkelijk
wordt verspreid. Het slechtste scenario zou zijn dat een dierlijk griepvirus
zich ontwikkelt tot een griepvariant die overdraagbaar is tussen mensen. Dat
zou uitmonden in een epidemie, omdat het menselijk niet bedacht is op een
dierengriep. De kans dat vogelgriep overslaat op de mens en een epidemie
veroorzaakt, is echter zeer klein.
Bij uitbraken van vogelgriep wordt meestal geprobeerd het virus te laten ‘uitrazen’ in een zo klein mogelijk gebied. Bedrijven worden dan geruimd en er treden vervoersverboden in werking. In sommige gevallen wordt een epidemie op deze manier met succes bestreden, maar in andere gevallen duikt het toch weer op.
Vogelgriep ontstaat meestal bij migrerende watervogels, vooral bij wilde eenden. Deze vogels zijn zelf behoorlijk resistent tegen vogelgriep. Maar als ze in contact komen met 'huisvogels' zoals kippen en kalkoenen, kan er gemakkelijk een epidemie ontstaan. Huisvogels zijn namelijk zeer vatbaar voor vogelgriep. Vogelmarkten zijn dan ook een haard van infecties en epidemieën.
De Europese Commissie heeft de import van pluimvee en producten daarvan verboden. De kans dat vogelgriep via bijvoorbeeld kippenvlees ons land binnenkomt, is volgens het ministerie van Landbouw zeer gering. Wel kan vogelgriep nog door reizigers uit landen met besmetting ons land binnengebracht worden. Reizigers worden dan ook geadviseerd in die landen, het contact met vogels en pluimvee te mijden.
Drs. L.A. van Embden (auteur)
Drs. E. H. Schoenmakers (consulent)