Het geheugen is de functie van de hersenen die informatie opslaat, om er later op één of andere manier weer gebruik van te maken. Vaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en logisch denken zijn zonder geheugen onmogelijk. Zonder geheugen zouden zelfs spreken, waarnemen, begrijpen, denken en plannen niet mogelijk zijn. Bij geheugenklachten ervaart men, terecht of onterecht, dat er sprake is van een achteruitgang van het geheugen; een vermindering van het vermogen om informatie op te slaan en/of later weer terug te halen.
Iedereen vergeet wel eens wat. Bovendien is er een groot verschil in geheugenvermogen tussen mensen onderling; de één is beter in het onthouden van informatie dan de ander. Pas wanneer u merkt dat u meer vergeet dan voor u gebruikelijk is, is sprake van geheugenklachten en mogelijk van een achteruitgang van het geheugen. Bij geheugenproblemen kunt u bijvoorbeeld denken aan:
Bij ernstige geheugenklachten worden de dagelijkse activiteiten hierdoor gehinderd.
Het geheugen bevindt zich in de hersenen. Er zijn zeer veel gebieden van de hersenen bij betrokken, elk met hun eigen functie. Het geheugen wordt meestal ingedeeld in drie onderdelen: het zintuiglijk geheugen, het korte-termijngeheugen en het lange-termijngeheugen.
Zintuiglijk geheugen
Informatie komt binnen via het zintuiglijk geheugen; dit gebeurt met name via de oren en ogen. Na enkele seconden verdwijnt de informatie uit dit geheugen. Een deel van de informatie gaat door naar de volgende fase; het korte-termijngeheugen.
Korte-termijngeheugen
Belangrijke factoren die van invloed zijn op het korte-termijngeheugen zijn: helderheid (hoe wakker u bent), selectieve aandacht (waar let u op), emotie en interesse (uw motivatie) en begrip.
In het korte-termijngeheugen kan een beperkte hoeveelheid informatie tijdelijk (maximaal een paar minuten) in het bewustzijn worden gehouden. Vanwege de beperkte capaciteit kan informatie uit dit geheugen verdwijnen, doordat er nieuwe of oude informatie bijkomt. Als de informatie in het korte-termijngeheugen op een bepaalde manier bewerkt wordt (bijvoorbeeld door herhaling, ordening of koppeling aan oude informatie), kan deze in het lange-termijngeheugen terechtkomen.
Lange-termijngeheugen
Dit geheugen is een permanente geheugenopslag met vrijwel onbeperkte capaciteit. Wanneer u een herinnering wilt oproepen, moet deze uit het lange-termijngeheugen komen.
Ouderdomsvergeetachtigheid
Tijdens het ouder worden treden veranderingen in de hersenen op die nadelige gevolgen hebben voor het geheugen. De hersenen slijten als het ware een beetje, naarmate de leeftijd vordert. Daardoor moeten ouderen vaak meer moeite doen om hetzelfde te bereiken als vroeger; dit geldt ook voor het geheugen. Veel oudere mensen merken dat hun geheugen achteruit gaat; men noemt dit ouderdomsvergeetachtigheid.
Als u ouder wordt, vermindert met name de snelheid waarmee informatie kan worden verwerkt en opgeslagen in het geheugen. Ook het terughalen van informatie uit het geheugen kost steeds meer tijd. Dit kan problemen geven wanneer veel informatie tegelijkertijd moet worden verwerkt of wanneer sprake is van tijdsdruk. Bovendien hebben ouderen doorgaans wat meer moeite met het vasthouden van aandacht. Hierdoor is het moeilijker voor hen om met verschillende dingen tegelijkertijd bezig te zijn. En hoe minder aandacht u aan iets besteedt, hoe minder goed u de informatie onthoudt.
Moeite met oproepen van informatie
Over het algemeen is het probleem bij ouderdomsvergeetachtigheid het terugzoeken van informatie. Informatie wordt op oudere leeftijd wel opgeslagen, ook al is het misschien iets minder goed dan op jongere leeftijd, maar de informatie kan moeilijker worden opgeroepen.
Psychische problemen
Geheugenklachten kunnen het gevolg zijn van psychische problemen. Een depressie of sombere stemming gaat vaak gepaard met een (tijdelijk) verminderd geheugen. Er is dan geen sprake van werkelijke geheugenvermindering, maar door de sombere stemming kan het denken wat vertraagd zijn. Ook hebben sombere of depressieve mensen minder aandacht en interesse voor de omgeving en gaat er veel langs hen heen. Het kan dan lijken of zij veel vergeten, terwijl in werkelijkheid de informatie niet is binnengekomen en dus ook niet opgeslagen had kunnen worden. Op dezelfde manier kunnen spanningen leiden tot geheugenproblemen; de aandacht en interesse voor de omgeving kunnen ook dan verminderd zijn, waardoor informatie niet wordt opgeslagen.
Invloed van eigen waarneming
Het vermoeden dat u vergeetachtig bent, kan versterkt worden door bezorgdheid en een verlies aan zelfvertrouwen. Uw klachten kunnen verergeren door een selectieve waarneming, waarbij u alleen nog maar let op de momenten dat u iets vergeet en dan denkt: ‘zie je wel, ik onthoud niets meer.’ Het gevolg hiervan kan zijn dat u ook minder moeite gaat doen om iets te onthouden, zich dus minder inspant, waardoor de vergeetachtigheid erger lijkt te worden.
Ook spannen mensen zich soms juist teveel in bij een poging iets te onthouden, waarbij de extra aandacht die erin gestoken wordt, wordt opgeslorpt door twijfels of zij het deze keer wel zal onthouden. Het geheugen kan dan door spanning en twijfels geblokkeerd raken.
Ouderdom of dementie?
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen gewone ouderdomsvergeetachtigheid en dementie. Bij normale ouderdomsvergeetachtigheid kunnen geheugenklachten wel hinderlijk zijn, maar treedt geen verstoring in de dagelijkse activiteiten op. Informatie wordt bij normale ouderdomsvergeetachtigheid goed in het geheugen opgeslagen, maar men kan er moeilijk bij; men herinnert zich iets niet, maar herkent het achteraf wel. Bij dementie is men vaak hele gebeurtenissen kwijt, terwijl men bij ouderdomsvergeetachtigheid slechts details niet meer weet. Bovendien is een belangrijk verschil dat bij dementie sprake is van een toestand waarin het hele verstandelijke functioneren is achteruitgegaan, en dus niet alleen het geheugen.
Er zijn nog andere oorzaken die geheugenproblemen kunnen veroorzaken. Bij sommige aandoeningen zijn de klachten meestal ernstiger dan bij ouderdomsvergeetachtigheid. Namelijk, bij:
Of geheugenklachten ernstig zijn, hangt af van de mate van vergeetachtigheid en de beperkingen die zij met zich meebrengen in het dagelijks leven. Ouderdomsvergeetachtigheid kan vervelend zijn, maar is niet zorgelijk. Als er andere beperkingen bij komen en u kunt steeds minder goed voor uzelf zorgen, dan is de toestand ernstiger en kunnen de geheugenproblemen een voorloper zijn van dementie. Maar als u zichzelf bewust bent van de geheugenproblemen en hier last van heeft, is meestal geen sprake van dementie.
Voor ouderdomsvergeetachtigheid hoeft u niet naar de huisarts. Als er sprake is van dementie dringt de familie er vaak op aan om naar de huisarts te gaan en niet zozeer de persoon zelf. Wanneer er meer aan de hand is en u zich echt grote zorgen maakt over uw geheugen, kunt u naar de huisarts gaan. Wanneer deze ook vermoedt dat er meer aan de hand is, kan hij u doorverwijzen om de geheugenklachten te laten onderzoeken.
Wanneer het geheugen achteruit gaat, en u doet weinig nieuwe indrukken op, kan deze achteruitgang sneller verlopen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door eenzaamheid en door het gebrek aan verschillende sociale contacten. Het is belangrijk om (familie)contacten te hebben, om actief te blijven in het sociale leven en om plezierige bezigheden te hebben. Op die manier helpt u de geest om fit te blijven.
Het geheugen ondersteunen
Het geheugen in zijn algemeenheid is niet te trainen, maar u kunt er wel zo optimaal mogelijk gebruik van leren maken. Er zijn methoden waarmee u het geheugen wat kunt ondersteunen. Wel is het allereerst van belang dat u bij uzelf nagaat wat de belangrijkste redenen zijn voor de vergeetachtigheid, dan weet u zelf waar u rekening mee moet houden.
Hieronder volgen enkele (soms voor de hand liggende) tips om geheugenproblemen te verminderen en te compenseren.
Ouderdomsvergeetachtigheid is niet te voorkomen en u kunt hier ook niet veel aan doen, behalve zo effectief mogelijk met uw geheugen omgaan. Het is niet nodig om voor een goed geheugen extra gezond te gaan leven. Wanneer u voldoende afwisselend eet en regelmatig lichaamsbeweging neemt, komt uw geheugen qua voedingsstoffen niets tekort.
Prof. Dr. C.A.M. Haanen (auteur)
Dr. A. Keijser (consulent)
Dr. D. Herderschee (consulent)