Tranende ogen

Wat zijn tranende ogen?

Onder ‘tranende ogen’ wordt verstaan het hinderlijk traandruppelen (epiphora) uit de ogen, met name overdag tijdens de normale dagelijkse bezigheden.



Symptomen tranende ogen

Onder normale omstandigheden is men zich niet bewust dat de ogen gebed zijn in een laagje traanvocht. Dit dient als smeermiddel bij het knipperen van de oogleden, waarbij het oog zonder dat dit tot ons bewustzijn doordringt, geregeld wordt schoongeveegd. Wanneer er teveel traanvocht in de ogen staat lekt dit op het gelaat en wordt het gezichtsvermogen erdoor gehinderd. Er is dan sprake van ‘tranende ogen’.



Hoe ontstaan tranende ogen?

Onder normale omstandigheden is er een evenwicht tussen de productie van de hoeveelheid traanvocht vanuit de traanklieren en de capaciteit van de traanafvoer, via de binnenhoeken van de oogleden naar de neus. Te sterke traanafscheiding of een stoornis in de afvoer van traanvocht, leiden tot tranende ogen.

Overproductie van traanvocht
Het traanvocht wordt gevormd in de traanklier, die zich bevindt in het bovenste buitenste deel van de oogkas en het bovenooglid. Ieder kent het fenomeen van de verhoogde traanproductie, die optreedt tijdens verdriet en emotie. Dit is een fenomeen dat alleen bij de mens optreedt en niet voorkomt bij andere zoogdieren.Een te sterke inspanning van de ogen, zoals in gevallen van vérziendheid of astigmatisme, kan aanleiding geven tot een verhoogde traanproductie.

Verhoogde traanafscheiding vindt ook plaats als reflex bij prikkeling van het oogbindvlies (conjunctiva) door koude, stof, rook, bij de aanwezigheid van een vreemd voorwerp (corpus alienum) in het oog of onder de oogleden en in gevallen van allerlei ontstekingsachtige oogziekten.

Traan-afvoerbelemmering
De afvoerweg van het traanvocht begint bij de traanpuntjes, aan de neuskant van de boven- en onderoogleden. Vandaaruit lopen kanaaltjes naar het traanzakje. Het traanzakje gaat over in het traankanaal, dat uitmondt onder de onderste neusschelp. Wanneer we huilen moeten we daarom onze neus snuiten om de vele tranen uit de neus af te voeren. Aandoeningen van of rond deze afvoerstructuren geven al snel aanleiding tot een bemoeilijkte afvoer van traanvocht en zó tot tranende ogen.

De meest bekende oorzaak van tranende ogen is de verkoudheid, waarbij een zwelling optreedt in het neusslijmvlies. Er zijn allerlei andere aandoeningen in de neus, die aanleiding kunnen geven tot een gestoorde traanafvloed. Er kan sprake zijn van een ontsteking van het traanzakje zelf met als gevolg een vernauwing door littekenvorming. Bij oudere mensen kan tranen van de ogen ontstaan indien door verslapping van de weefsels het traanpuntje niet meer mooi aanligt tegen het oog. Hierdoor wordt het traanvocht niet meer continu weggezogen en lopen de tranen over het onderooglid en op de wang.



Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

In de meeste gevallen is het ‘tranen’ van de ogen van tijdelijke duur en ligt de verklaring voor de hand, zoals na overmatige ooginspanning na langdurig lezen zonder gebruik van een bril of in geval van neusverkoudheid of oogbindvliesprikkeling door stof, rook of door een vreemd voorwerp in een van de ogen.

In geval de oorzaak gelegen is in een aandoening van de neusholte of van het traanafvoersysteem, dan worden de ernst van de klacht en van het verwachtingspatroon bepaald door de onderliggende oorzaak.



Wanneer naar de huisarts?

In geval het ‘tranen’ hardnekkig aanhoudt en er geen duidelijke verklaring voor de hand ligt, moet men de huisarts raadplegen en is vaak verwijzing naar een oogarts aangewezen.



Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u merkt dat uw ogen in bepaalde situaties gaan tranen is het verstandig deze situaties te vermijden. Verder is het tranen van de ogen in de meeste gevallen van tijdelijke aard en gaat het vanzelf weer over en hoeft u dus niets te doen.



In samenwerking met

Prof. Dr. C.A.M. Haanen (auteur)
Drs. M. Copper (consulent)



Bronnen

  • Fulmer NL, Neal JG, Bussard GM, Edlich RF. Lacrimal canaliculitis. Am J Emerg Med 1999;17:385-6.
  • www.oogartsen.nl
  • Krastinova D, Franchi G, Kelly MB, Chabolle F. Rehabilitation of the paralysed or lax lower eyelid using a graft of conchal cartilage. Br J Plast Surg 2002; 55:12-9.
  • Lee-Wing MW, Ashenhurst ME. Clinicopathologic analysis of 166 patients with primary acquired nasolacrimal duct obstruction. Ophthalmology 2001; 108:2038-40.
  • Murube J, Murube L, Murube A. Origin and types of emotional tearing. Eur J Ophthalmol 1999;9:77-84.
  • Paulsen FP, Thale AB, Maune S, Tillmann BN. New insights into the pathophysiology of primary acquired dacryostenosis. Ophthalmology 2001; 108:2329-36.
  • Rosenthal BP. Ophthalmology. Screening and treatment of age-related and pathologic vision changes. Geriatrics 2001;56:27-31.
  • Shields SR. Managing eye disease in primary care. Part 2. How to recognize and treat common eye problems. Postgrad Med 2000;108:83-6, 91-6.
  • Wearne MJ, Pitts J, Frank J, Rose GE. Comparison of dacryocystography and lacrimal scintigraphy in the diagnosis of functional nasolacrimal duct obstruction. Br J Ophthalmol 1999;83:1032-5.
  • Weil D, Aldecoa JP, Heidenreich AM. Diseases of the lacrimal drainage system. Curr Opin Ophthalmol 2001;12:352-6.