De verwekker van syfilis is een soort bacterie die alleen in de mens kan overleven. Syfilis komt in Nederland niet vaak meer voor. Dit in tegenstelling tot ontwikkelingslanden, daar komt syfilis nog veelvuldig voor en vormt het een belangrijke bedreiging voor de gezondheid.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen vroege of late syfilis. Vroege vormen van syfilis zijn wel besmettelijk en late vormen in het algemeen niet.Vroege syfilis ontstaat meestal twee tot vier weken na de besmetting. Dit kan soms pas gebeuren tot drie maanden na de besmetting. Er ontstaat een pijnloos zweertje met harde rand. Deze zweertjes kunnen voorkomen op de penis, vaginawand, mondkeelholte, rondom de anus of in het rectum. Na het ontstaan van het zweertje ontstaan vaak lokaal pijnloze lymfeklierzwellingen.
In dit stadium is de ziekte zeer besmettelijk. Na ongeveer twee weken lijkt de syfilis genezen. De bacterie heeft zich dan echter verspreid via het bloed. Nadat het zweertje genezen is, kan roodheid en licht schilferende niet-jeukende huidafwijkingen ontstaan. Vaak is dit te zien op de voetzolen en handpalmen. Tegelijk zijn er vaak vlakke, natte wratjes te zien rondom de geslachtsdelen en rondom de anus. Ook treden er lymfeklierzwellingen op over het gehele lichaam. Soms is er sprake van koorts, hoofdpijn en haaruitval. Zonder behandeling verdwijnen de meeste ziekteverschijnselen spontaan na een aantal weken tot maanden. Ook deze tweede fase is zeer besmettelijk. Daarna volgt er een fase waarbij er geen symptomen en afwijkingen worden gevonden.
Bij ongeveer eenderde van de patiënten die niet wordt behandeld volgt het late stadium van syfilis. Dit kan soms na 10 jaar pas optreden.Dit late stadium wordt gekenmerkt door orgaanafwijkingen. Er kunnen problemen ontstaan in de hersenen (bijvoorbeeld dementie) en hart en er kunnen huidafwijkingen te zien zijn. In Nederland is deze late fase zeldzaam.
Een infectie met syfilis ontstaat door onbeschermd seksueel contact.
Wanneer syfilis niet behandeld wordt kan dat ernstige gevolgen hebben en wanneer u denkt syfilis te hebben is het raadzaam contact op te nemen met de huisarts. De huisarts zal meer vragen over uw klachten, lichamelijk onderzoek doen en zo nodig extra laboratorium onderzoek verrichten.
Het kan zijn dat u besmet bent maar dat de testuitslagen nog negatief zijn. Dan kan de huisarts besluiten u na een aantal weken en soms nog na een aantal maanden opnieuw te testen. Voordat de definitieve diagnose bekend is wordt geadviseerd geen seksueel contact te hebben, ook niet met condoom. Pas als eventuele partners meebehandeld zijn mag u weer seksueel contact hebben. Syfilis wordt behandeld met hoge doseringen antibiotica.
Zwangere vrouwen worden in Nederland standaard gecontroleerd op syfilis. Een onbehandelde syfilis kan bij zwangere vrouwen leiden tot aantasting van de baby. Kort na de geboorte kunnen er al afwijkingen te zien zijn maar vaak worden de afwijkingen pas duidelijk na het tweede levensjaar.Door het bloedonderzoek op syfilis dat iedere zwangere vrouw moet ondergaan komen deze problemen in Nederland gelukkig nauwelijks voor. Er wordt dan immers op tijd behandeld.
Wanneer u klachten heeft die kunnen wijzen op syfilis moet u zeker contact opnemen met de huisarts.Syfilis is echter een zeldzame aandoening in de westerse wereld.
Veilig vrijen werkt beschermend tegen syfilis. Echter honderd procent veilig is het niet. Op tijd naar de huisarts gaan en u op tijd laten behandelen leidt tot minder besmettingsgevaar voor anderen.
Syfilis moet worden behandeld door de huisarts. Veilig vrijen vermindert de kans op syfilis aanzienlijk.
Het is verstandig om als u meer wilt weten over SOA’s of veilig vrijen informatie te vragen bij:
Een SOA is besmettelijk voor anderen ook als je geen klachten hebt, of de klachten zo vaag zijn dat je er geen last van hebt. Deze besmettelijkheid duurt vanaf het moment dat je hem oploopt totdat de behandeling is afgerond. Het is daarom belangrijk dat je je partner(s) met wie je seksueel contact gehad hebt waarschuwt, aangezien zij de SOA ook kunnen hebben ondanks dat ze misschien nog geen klachten hebben. Bovendien kunnen zij de SOA ongemerkt doorgeven. Door het waarschuwen van je partner(s) voorkom je dat de SOA verder wordt verspreid of dat deze voor anderen ernstige gevolgen krijgt.
Als je het moeilijk vind om zelf aan je seksuele partner(s) te vertellen dat je een SOA hebt, kun je contact opnemen met de sociaalverpleegkundige SOA/AIDS van de GGD. Hij/zij kan anoniem je partner waarschuwen als je daar toestemming voor geeft.