Overmatig oorsmeer

Wat is overmatig oorsmeer?

Oorsmeer (ook wel oorwas of cerumen genoemd) is een vettige witte substantie die door klieren in het buitenste deel van de uitwendige gehoorgang wordt gemaakt. Normaal gesproken droogt oorsmeer na verloop van tijd uit, verandert van kleur naar geel of bruin tot soms zwart, en wordt door de haartjes in de gehoorgang naar buiten gewerkt. Het oor heeft dus een zelfreinigende functie. Oorsmeer dient ter bescherming van het oor tegen vuil, stof, bacteriën e.d. Het zorgt ervoor dat het trommelvlies soepel blijft en niet uitdroogt. De hoeveelheid oorsmeer kan per persoon en zelfs per oor verschillen.



Symptomen overmatig oorsmeer

De bruine of gele kleur en het vettige karakter zijn kenmerkend voor oorsmeer. Het is een pijnloze afscheiding. Overmatige oorsmeervorming kunt u merken als u plotseling minder hoort (dit gebeurt vooral als de prop opzwelt na contact met water, bijv. bij zwemmen of douchen), een verstopt gevoel in het oor hebt, of pijn in de uitwendige gehoorgang (vooral door druk van een harde, grote prop). Een enkele keer kunnen oorsuizen, jeuk of duizeligheid ook op afsluitende oorsmeervorming duiden.



Hoe ontstaat overmatig oorsmeer?

Hinder van teveel oorsmeer ontstaat bijna altijd door beschadiging van de wand van de gehoorgang.

Dit heeft twee gevolgen:

  • de kliertjes die het oorsmeer produceren worden extra geprikkeld om nog meer oorsmeer te maken.
  • de haartjes die het oorsmeer uit het oor wegvoeren, worden beschadigd en verliezen daardoor deels hun functie.

Deze beschadigingen ontstaan vaak doordat men de oren schoonmaakt met allerlei hulpmiddelen, zoals haarschuifjes, paperclips of wattenstaafjes. Maar ook bij eczeem van de gehoorgang, of het gebruik van oordopjes (zoals bij hoorapparaten) kan zo’n beschadiging ontstaan en tot ophoping van oorsmeer leiden. Zolang het oorsmeer de gehoorgang niet volledig afsluit, merkt men er weinig van. Door contact met water zwelt de prop op en kan volledige afsluiting ontstaan. Vaak klaagt men dan over plotseling gehoorverlies na zwemmen of douchen.

Veel haargroei aan de ingang van de gehoorgang kan een remmend effect hebben op het transport van oorsmeer naar buiten, waardoor er oorsmeerproppen kunnen ontstaan. Dit komt sporadisch voor. Ook mensen met erg vuil en stoffig werk hebben een verhoogde kans op het ontstaan van oorsmeerproppen.



Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Teveel oorsmeer is een onschuldige, maar soms lastige aandoening. Het kan - zeker bij harde, vastzittende - proppen wel eens leiden tot irritatie van de gehoorgang. Zo’n irritatie kan aanleiding geven tot jeuk en pijn; heel soms zelfs tot een ontsteking van de gehoorgang (otitis externa). Het probleem valt meestal op te lossen door het oorsmeer bij uw huisarts te laten verwijderen. Als een prop erg zacht of week is, kan hij wel eens uit zichzelf loskomen, bijv. bij douchen.



Wanneer naar de huisarts?

Bij een verstopt, vol gevoel in de oren, dat gepaard gaat met (plots) gehoorsverlies bestaat er grote kans dat een afsluitende oorsmeerprop de oorzaak is. In dat geval (en uiteraard ook bij jeuk, pijn etc) is het verstandig een afspraak op de praktijk van uw huisarts te maken. Vaak krijgt u dan de tip om het oorsmeer vooraf week te maken met wat olie (2 maal daags 3 druppels, maximaal 3 dagen). Deze olie dient dan “handwarm”te zijn, omdat te koude of te warme vloeistoffen het evenwichtsorgaan kunnen prikkelen; dit kan aanleiding geven tot duizeligheid.

Ook water helpt om de prop te verweken. Bij het uitspuiten moet het water een temperatuur van ongeveer 38 graden hebben. Verweekt oorsmeer is uiteraard makkelijker te verwijderen dan een harde prop. Zit de prop ver aan de buitenkant dan lukt het vaak om deze met een speciaal haakje te verwijderen. Voordat het oor wordt schoongespoten, zal de huisarts of assistent(e) het oor eerst onderzoeken om te kijken of er een gaatje in het trommelvlies zit. In dat geval mag het oor niet worden uitgespoten omdat er dan water of oorsmeer in het middenoor terecht kunnen komen; dit kan leiden tot infectie en evenwichtsstoornissen.



Wat kunt u er zelf aan doen?

Aangezien een gezonde, normaal gevormde, gehoorgang zichzelf schoon houdt, is het verstandig om de oren niet schoon te maken door iets in de gehoorgang in te brengen. Oorsmeer komt normaal gesproken vanzelf naar buiten; reinigen van de oorschelp is voldoende. Wie van nature veel oorsmeer heeft, kan bij het douchen de gehoorgang met lauw water schoon sproeien. Zorg dat er geen zeepresten in het oor achterblijven, want ook zeep kan de beschermende functie van oorsmeer aantasten en leiden tot uitdroging of zelfs eczeem van de wand van de gehoorgang.

Hebt u vaker last van een verstopt oor, dan kan dagelijks een druppeltje olie oorsmeer soepel houden en bovendien uitdroging van de wand van de gehoorgang voorkomen. De natuurlijke schoonmaakfunctie van het oor blijft dan beter intact.



Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Oorsmeer heeft een beschermende functie en hoeft dus niet verwijderd te worden. Het gezonde oor zorgt zelf voor het verwijderen van oorsmeer; u hoeft zelf alleen de oorschelp te reinigen. Gebruik daarbij liever geen zeep, alleen lauw water.Het gebruik van wattenstaafjes e.d. wordt ontraden. Gebruik liever geen oordoppen; als bescherming tegen lawaai zijn “koptelefoons” beter. Overmatig, afsluitend oorsmeer geeft klachten van een vol gevoel, gehoorsverlies en soms jeuk of pijn. In dat geval kunt u de huisarts of zijn assistent(e) raadplegen die dit doorgaans makkelijk kunnen verwijderen.Olie maakt oorsmeer soepeler en vergemakkelijkt het reinigen. Mensen die vaak last hebben van afsluitend oorsmeer kunnen baat hebben bij dagelijks een druppeltje olie in de gehoorgang.



In samenwerking met

Drs. H.W.J. Verblackt (auteur)
R.H. Jamin (consulent)
Dr. J.A.M. Engel (consulent)



Wetenschappelijke verantwoording

  • Streefkerk JG, Verheij ThJM (red). Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Utrecht: Wetenschappelijke uitgeverij Bunge, 1997.
  • Van de Lisdonk EH, Van den Bosch WJHM, Huygen FJA, Lagro-Jansen ALM. Ziekten in de huisartspraktijk. Utrecht: Wetenschappelijke uitgeverij Bunge, 1999.
  • Van Dijk P (red). De (t)huisarts. Richtlijnen om kleine kwalen zelf te behandelen. Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K, 1997.
  • Jongkees LBW. Keel-, neus- en oorheelkunde voor de algemene praktijk. Agon Elsevier.