Lawaaislechthorendheid is het gevolg van te lang en te veel lawaai. Op den duur gaan de cellen in het oor die het geluid opvangen en verwerken kapot. Na een kortdurende blootstelling of niet te hoge intensiteit van het geluid kan het gehoor nog wel herstellen. Behalve de hardheid van het geluid is dus ook de duur van het lawaai van belang. Als de blootstelling te langdurig en te intens geweest is, kan het verlies (deels) blijvend zijn.
Lawaaislechthorendheid komt, zoals de naam al zegt, voor na de blootstelling aan te veel en te hard lawaai. Zowel direct daarna als op langere termijn is het waarnemen van zacht geluid (meestal ook vooral hoge tonen) gestoord. Dit kan gepaard gaan met het waarnemen van een hinderlijk bijgeluid (pieptoon, zoemgeluid, enzovoort).
Het verlies van enkele zenuwcellen is niet zo ernstig. Bij het verlies van veel waarnemingscellen kan dat behoorlijk veel hinder gaan opleveren. Het minder goed horen geeft ook vaak aanleiding tot weer andere klachten. Men kan gesprekken minder goed volgen en in groepen heeft men meer last van achtergrondgeluiden.
Als het gehoor minder goed lijkt te zijn, is het raadzaam om de huisartspraktijk te raadplegen. Soms kunnen ook heel andere oorzaken een rol spelen bij de slechthorendheid.
Bescherm uw gehoor tegen lawaai. Dat geld voor hobby's (bijvoorbeeld disco, muziekuitvoeringen, motorrijden, zaagbanken, sport) maar ook tijdens het werk.
Om te voorkomen dat mensen slechthorend worden door het geluid op hun werk zijn daar wettelijke normen aan gesteld:
Bescherm uw oren tegen te luid en te langdurige blootstelling van geluid. Zowel in het werk als in de privé-situatie zoals bij sport, hobby’s en thuis. Speciaal geluiddempende oorkappen of oordoppen kan men laten aanpassen bij de audiciën.
Drs. F.M. Brouwer (auteur)
Dr. J.A.M. Engel (consulent)