Hypertensie betekent hoge bloeddruk. De waarde van uw bloeddruk wordt weergegeven in een bovendruk en een onderdruk.
Bovendruk
De bovendruk is een maat voor de druk in de bloedvaten als het hart zich samentrekt.
Onderdruk
De onderdruk reflecteert de druk in uw bloedvaten als het hart, tussen de slagen in, ontspannen is.
De bloeddruk wordt altijd gemeten ter hoogte van uw hart: de bovenarm in zithouding komt hier ongeveer mee overeen.
Wanneer spreken we van hypertensie?
We spreken bij mensen van 60 jaar of ouder van hypertensie:
Voor mensen jonger dan 60 jaar ligt de grens voor de bovendruk iets lager. We spreken dan van hypertensie:
Voorkomen van hypertensie
Hypertensie komt vaak voor. Ongeveer 1% van mannen onder de 30 jaar heeft een hoge bloeddruk. Dit percentage stijgt geleidelijk met de leeftijd.
In de leeftijd tussen 50 en 59 jaar heeft 16% van de mannen en 7% van de vrouwen een hoge bloeddruk.
Hoge bloeddruk (hypertensie) wordt vaak bij toeval ontdekt tijdens een keuring of doktersbezoek. Een hoge bloeddruk geeft over het algemeen geen aanleiding tot klachten, maar verhoogt wel de kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten.
Het op het juiste niveau houden van de bloeddruk is een complex samenspel van water- en zouthuishouding, druksensoren in de bloedvaten en de zenuwenuiteinden die de bloedvaten van informatie voorzien.
Hypertensie waarvoor geen oorzaak wordt gevonden
Bij 90 tot 95% van alle mensen met hypertensie (hoge bloeddruk) kunnen geen fouten worden ontdekt in het natuurlijke regelmechanisme van de bloeddruk. De oorzaak is dan onbekend en wordt dan ook wel 'essentiële hypertensie' genoemd.
Benadrukt moet worden dat pas sprake is van hypertensie als bij herhaling een hoge bloeddruk wordt gevonden. Een eenmalige meting is niet voldoende om hierover een uitspraak te doen.
Hypertensie waarvoor wel een oorzaak wordt gevonden
Bij slechts 5% van de mensen kan er wel een oorzaak worden gevonden. Deze oorzaken voor hypertensie worden vooral bij oudere mensen gevonden.
Oorzaken van hypertensie kunnen zijn:
Zowel hypertensie (hoge bloeddruk) als hoog cholesterol geven een verhoogd risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Vet kan zich makkelijker ophopen in de wand van de bloedvaten en daardoor een vernauwing veroorzaken.
Een risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten is bij hypertensie sterker aanwezig als u ook rookt of suikerziekte heeft. Roken en suikerziekte hebben een sterkere invloed op het ontstaan van hart- en vaatziekten, dan hypertensie alleen.
Er is geen reden tot acute bezorgdheid als bij u een keer een hoge bloeddruk is gemeten. De gemeten waarden kunnen aan grote variatie onderhevig zijn. De huisarts zal de meting, als deze eerder een hoge waarde aangaf, zeker nog enkele malen willen herhalen.
Niet iedereen bij wie hogere waarden voor bloeddruk gevonden wordt, zal een hart- of vaatziekte ontwikkelen.
Hogere bloeddruk of hoog cholesterol geven een hoger risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten, maar zijn geen acute bedreiging van de gezondheid.
Daarentegen is een lage waarde géén garantie voor het niet krijgen van hart- en vaatziekten. Deze aandoeningen worden door een groot aantal factoren samen veroorzaakt.
Meestal geeft een hoge bloeddruk geen klachten. In de volgende gevallen wordt uw bloeddruk vaak gemeten:
Een elektronische bloeddrukmeter kunt u tegenwoordig overal kopen.
Is zelf bloeddruk meten wel of niet bevorderlijk voor uw
gezondheid?
U zou zeggen van wel, maar dat is lang niet altijd
het geval. Bloeddruk meten kan een soort obsessie worden. Angst is geen goede
geneesheer en het eenmalig meten van een hoge bloeddruk kan onnodig veel angst
oproepen.
Zoals eerder vermeld is uw bloeddruk afhankelijk van
allerlei factoren en kan sterk schommelen gedurende de dag. Als u één keer een
hoge bloeddruk meet, zegt dat niets over het wel of niet hebben van
'hypertensie'.
Bloeddruk kunt u het beste meten als u uitgerust zit
in een rustige omgeving en geen recente zware lichamelijke inspanning heeft
verricht. Dit moet u op verschillende dagen meerdere malen doen om een goede
indruk te krijgen van uw bloeddruk.
Het kan zijn dat uw bloeddruk
thuis lager is dan bij de huisarts. Het huisartsbezoek kan namelijk een
spanning oproepen die gepaard gaat met een stijging van de bloeddruk.
Een bloeddrukmeter moet worden geijkt. Een bloeddrukmeter kan onjuiste
uitslagen geven en deze moet zo nu en dan worden gecontroleerd met een geijkte
bloeddrukmeter.
Als er aanleiding is voor een bezoek aan uw
huisarts, en er is reden om uw bloeddruk regelmatig te controleren, dan is het
goed uw bloeddrukmeter te laten controleren bij uw huisartspraktijk
Het is nog verstandiger om het zelf meten van uw bloeddruk en het aanschaffen van de bloeddrukmeter via de huisarts te laten verlopen. Dan voorkómt u de aanschaf van een slecht geijkte bloeddrukmeter.
Veel mensen met een langdurige hoge bloeddruk krijgen medicijnen voorgeschreven. Daarom heeft dokterdokter.nl de categorieën van de meest gebruikte medicijnen op een rijtje gezet.
Er zijn veel medicijnen met verschillende namen die een vergelijkbare werking hebben. Om te weten in welke categorie uw medicijn thuishoort, kunt u de bijsluiter raadplegen. Voor advies over eventuele bijwerkingen adviseert dokterdokter.nl om de bijsluiter, uw apotheek of uw huisarts te raadplegen.
Hoe werken medicijnen tegen hoge bloeddruk?
Om de werking van medicijnen tegen hoge bloeddruk goed te begrijpen, moet u het hart vergelijken met een pomp, de bloedvaten vergelijken met een slang en de urinewegen met een kraan.
De druk in de waterslang (bloedvaten) wordt bepaald door de kracht van de pomp (hart), hoever de kraan openstaat (urinewegen) en hoe wijd de slang is.
Als u een bloeddrukverlagend medicijn gebruikt, dan zal uw bloeddruk regelmatig gecontroleerd worden. Dan kan worden nagegaan of en zo ja hoeveel de medicijnen effect hebben. Zo kan de arts zien wanneer de medicatie eventueel moet worden bijgesteld.
Medicijnen tegen hoge bloeddruk
De volgende adviezen zijn belangrijk voor als bij u een hoge bloeddruk is vastgesteld en zeker ook als u een hoge bloeddruk wilt voorkómen.
Hoewel we bij hypertensie niet kunnen spreken van een ziekte zou het gezegde 'Voorkomen is beter dan genezen' hier niet misstaan. De adviezen die dokterdokter.nl geeft, kunt u samenvatten als een advies om een gezonde levensstijl aan te nemen of te houden.
Omdat risicofactoren voor het ontstaan van hart- en vaatziekten elkaar versterken, is het verstandig om de ene risicofactor te behandelen en tegelijk de andere risicofactor te voorkómen.
Bijvoorbeeld, als u een hoge bloeddruk heeft en u wilt daar zelf iets aan doen, dan wordt de kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten nog kleiner als u tegelijk een te hoog cholesterol bestrijdt en stopt met roken.
Adviezen ter vermindering of ter voorkoming van hoge bloeddruk
De adviezen kunt u zien als algehele richtlijnen om hart- en vaatziekten te voorkómen.
Eet gezond en gevarieerd
Let u ter voorkoming van een hoog cholesterol op de volgende punten:
Stop met roken
Roken is een sterke onafhankelijke risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. Roken heeft daarnaast een negatieve invloed op uw bloeddruk en cholesterolgehalte.Het behandelen van hypertensie of een hoog cholesterol met medicijnen heeft een veel grotere invloed op het risico voor hart- en vaatziekten als u met roken stopt.
Ook het stoppen met roken op hogere leeftijd, als u al heel lang heeft gerookt, vermindert het risico van het ontstaan van hart- en vaatziekten.
Als u rookt, moet u het effect op de niet-rokers, zoals kinderen, in uw omgeving niet onderschatten. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat zelfs zeer jonge kinderen al schade ondervinden in hun bloedvaten als er in huis wordt gerookt.
Zorg voor voldoende lichaamsbeweging
Regelmatig lichaamsbeweging geeft u een algeheel gevoel van welbevinden en zal bijdragen aan een verbetering van conditie van uw hart- en bloedvaten. Kortdurende, dagelijkse sportieve inspanning heeft een gunstige invloed op het voorkómen van hart- en vaatziekten.
In deze aflevering van de televisiedokter kunt u alle informatie over hoge bloeddruk nogmaals bekijken.
Dr. G. Pasterkamp (auteur)
Dr. M.M.M. Brueren (consulent)
Dr. P.J.G. Schreurs (consulent)
Drs. L.J.M.L. Hameter-Kersbergen (consulent)
Dr. W.N.M. Hustinx (consulent)