Hoofdluis

Wat is het?

Hoofdluis is een beestje dat leeft op de behaarde hoofdhuid van de mens. Het komt alleen bij de mens voor. Een hoofdluis is 2-3 millimeter groot en grijsblauw tot roodbruin van kleur.

Elke nacht legt een hoofdluis eitjes. De eitjes (neten) zijn 1 millimeter groot, wit en glanzend. Ze zitten vastgekleefd aan een haar, dichtbij de huid. Met het groeien van de haren komen de neten iets verder van de huid af te liggen. De eitjes komen na ongeveer acht dagen uit.

Hoofdluis is een onschuldige aandoening, maar is erg besmettelijk. Daardoor komt hoofdluis regelmatig voor, vooral bij kinderen. Hoofdluis hebben is vooral lastig door de jeuk die erbij optreedt.



Hoe herkent u het?

Niet iedereen met hoofdluis heeft klachten. De meest voorkomende klacht is jeuk. De jeuk ontstaat doordat luizen bloed uit de huid opzuigen. Net als na een insectensteek ontstaat jeuk.

De hoofdluizen zelf zijn moeilijk te vinden, omdat ze weglopen. Bij mensen met kort haar zijn de luizen soms zichtbaar.

De neten, vastgekleefd aan haren, zijn vaak ook moeilijk te zien, omdat ze zo klein zijn. Ze zitten vooral op warme plekjes, zoals aan de haren achter de oren, in de nek of de pony. De neten kunnen lijken op roos, maar roos zit los, neten zitten vast aan een haar.



Waar en hoe kunt u het oplopen?

Iedereen kan hoofdluis krijgen. Luizen zijn overlopers. Ze lopen van de haren van de een naar de ander over. Ze kunnen ook overlopen naar het hoofd van een ander via kleding, jassen, dassen, petten en mutsen (ook op de kapstok), hoofddoekjes, meubels, autobekleding, kammen en haarspeldjes.

Het oplopen van hoofdluis heeft niets te maken met lichamelijke hygiëne: ook gewassen haren zijn voor hoofdluizen aantrekkelijk. Het kan iedereen overkomen en het heeft niets te maken met goede of slechte hygiëne.

Er ontstaat geen immuniteit tegen hoofdluis. Er kan steeds weer opnieuw besmetting met hoofdluis optreden. Mensen kunnen meerdere keren hoofdluis hebben.



Hoe ontstaat het?

Hoofdluis is besmettelijk. Iemand met hoofdluis kan anderen besmetten zolang hij luizen heeft of neten die nog kunnen uitkomen. Na besmetting duurt het minstens een week voordat verschijnselen van hoofdluis optreden.

Kinderen tot een jaar of twaalf lopen de meeste kans hoofdluis op te lopen. Ze zitten vaker met de hoofden tegen elkaar of ze gebruiken dezelfde kam. Ook hangt hun kleding vaak dicht tegen die van andere kinderen op een dagverblijf, crèche, school of sportclub.

Als een kind in het gezin hoofdluis heeft, krijgen anderen in het gezin vaak ook hoofdluis.

De besmetting kan dus op verschillende manieren plaatsvinden:

  • door direct contact, dus wanneer u 'de koppen bij elkaar steekt'. Voorbeelden daarvan zijn: zoenen bij het groeten, samen iets lezen of naar een beeldscherm kijken.
  • door contact via kleding. Voorbeelden daarvan zijn: uw hoofd op de schouder van iemand anders leggen, ongewassen kleding van iemand anders dragen.
  • op school. Kinderen gaan zo intensief met elkaar om dat de hierboven beschreven momenten vele keren per dag voorkomen.



Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Zoals eerder gezegd is hoofdluis weliswaar lastig, maar onschuldig. Soms zijn er een paar behandelingen nodig voordat de luizen gedood zijn. Het wegblijven van de jeuk is een maat voor het succes van de behandeling.

De behandelde dode neten verdwijnen op den duur vanzelf. Goed uitkammen na de behandeling met een luizenkam is het belangrijkste.



Wanneer naar de huisarts?

Wanneer u zelf overtuigd bent, dat er sprake is van hoofdluis, is het niet nodig om contact op te nemen met de huisartspraktijk. Hoofdluis kunt u heel goed zelf behandelen (zie hieronder).

Wanneer de behandeling niet helpt, wanneer u twijfelt of er wel sprake is van hoofdluis of wanneer u niet zeker weet of u het wel goed doet, kunt u natuurlijk altijd contact opnemen met uw huisartspraktijk.



Wat kunt u er zelf aan doen?

Maatregelen om luizen te voorkómen
Deel kammen of borstels niet met anderen. Gebruik geen kleding, ook geen petten, van anderen. Hang jassen niet tegen elkaar aan en doe ze eventueel in een plastic tas. Zorg dat verkleedkleren regelmatig gewassen worden.

Behandeling
Behandeling is alleen nodig als er luizen of neten geconstateerd zijn. Hoofdluis gaat niet vanzelf over. Hoofdluis vraagt een intensieve aanpak.

Kammen van de haren met een luizenkam is de kern van de behandeling. Luizenkammen zijn verkrijgbaar bij de apotheek of drogist. Naast kammen zijn ook maatregelen in huis en nacontrole nodig.

Dit alles vraagt veel inspanning en tijd. Het is belangrijk om de aanpak consequent uit te voeren en vol te houden, maar dat kan moeilijk zijn voor ouders en kinderen.



Behandeling

U kunt kiezen tussen een behandeling met of zonder bestrijdingsmiddel. Bij een behandeling zonder bestrijdingsmiddel moet u erg veel moeite doen en is de kans op mislukking groter.

De meeste artsen geven de voorkeur aan een behandeling met bestrijdingsmiddel. Daarnaast moet u andere maatregelen treffen om verdere besmetting en herhaling te voorkomen.

De GG&GD adviseert de volgende aanpak, met vier onderdelen:

  • behandeling met luizendodende middelen
  • kammen met een luizenkam
  • maatregelen in huis
  • nacontrole



Informatie over luizendodende middelen

Luizendodende middelen zijn beschikbaar in de vorm van lotions, shampoos of sprays. Lotions werken beter dan de andere soorten doordat ze langer inwerken op het hoofd. Door deze middelen gaan de luizen dood. De neten gaan niet altijd dood en blijven aan de haren vastgeplakt zitten. De middelen tegen hoofdluis zijn zonder recept verkrijgbaar bij apotheek en drogist.

Homeopathische en 'natuurlijke' middelen werken niet tegen hoofdluis. Behandeling met een luizendodend middel moet na een week herhaald worden, ook als de bijsluiter dat niet vermeldt. Gebruik het middel niet vaker.

Doordrenk het haar grondig met een malathion-preparaat, liefst in lotionvorm. Wrijf de lotion met de vingers diep in de haren, tot op de huid. Sla daarbij geen plekken over en besteed extra aandacht aan de streek achter de oren en in de nek. Was daarna uw handen met zeep.
Omdat de neten minder gevoelig zijn voor het bestrijdingsmiddel dan de luizen, moet u deze behandeling na een week herhalen, ook al zegt de bijsluiter iets anders.

Daarna moet u twee weken lang het haar uitkammen met een speciale kam. Die kunt u kopen bij apotheek of drogist. Hiermee verwijdert u de luizen die toch nog uit de overlevende neten zijn gekomen.
Wanneer u na twee weken nog steeds neten of luizen aantreft, kunt u de behandeling herhalen met een ander bestrijdingsmiddel. Hiervoor komen in aanmerking: permetrine of bioalletrine/piperonylbutoxide.



GGD

Door een intensieve aanpak en nacontrole kan men van hoofdluis afkomen. Hoofdluis komt gemakkelijk weer terug. Wees daarom heel nauwkeurig en zorgvuldig bij het uitvoeren van de behandelingsadviezen.



In samenwerking met

R.H. Jamin (auteur)
Drs. B.M. Hameter (consulent)
Drs. E.J. de Kreek (consulent)



Wetenschappelijke verantwoording

  • Van Vloten WA, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Dermatologie en venereologie. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000.
  • Streefkerk JG, Verheij ThJM (red). Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Utrecht: Bunge, 1997.
  • Rosmalen CFH, Thomas S, Van der Laan JR, Van Lennep MJ, Vink R. Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergonden. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, 1996.
  • NHG-telefoonkaart Hoofd- en schaamluis. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, 2001.
  • Informatiestandaard Hoofdluis, Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie. Den Haag: september 2000.
  • Geneesmiddelenbulletin: september 2002.
  • Patiëntenfolder Hoofdluis. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, 2001.