Haaruitval is een natuurlijk proces waar iedereen mee geconfronteerd wordt. Op zich is het normaal om gemiddeld 50-100 hoofdharen per dag te verliezen.
Bovendien komt het vaak voor dat mannen vanaf hun twintigste jaar meer haren beginnen te verliezen. Dit is vaak erfelijk bepaald. Meestal begint dat rond de kruin en de slapen.
Diezelfde vorm van haarverlies kan ook bij vrouwen voorkomen maar begint dan meestal op wat oudere leeftijd. Bovendien wordt bij vrouwen de hele haardos dan dunner in plaats van bepaalde plekken zoals bij mannen.
In sommige gevallen kunnen aandoeningen van de haren tot meer haaruitval leiden.
Op zich is het verlies van een flink aantal haren per dag dus niet verontrustend. Als het in de familie veel voorkomt, is de kans groot dat het erfelijk bepaald is.
Maakt u zich zorgen over de hoeveelheid haaruitval dan kan een test u een indruk geven of het mogelijk afwijkend is. U probeert een week lang iedere dag alle uitgevallen haren te verzamelen. Tel de haren en stop ze in een envelop.
Zoals eerder gezegd, is een haaruitval van gemiddeld 100 haren per dag nog normaal te noemen.
Een normale hoofdhaar groeit ongeveer gedurende 2 tot 5 jaar. Daarna blijf de haar in een soort rustfase gedurende ongeveer 5 maanden. Na deze 'rustfase' valt de haar uit.
Daarna start de haarwortel met het produceren van een nieuwe haar. Als de haarwortel dood is (na b.v. bij brandwonden of bij sommige huidziekten) of afwezig is, wordt er geen nieuwe haar geproduceerd. Soms produceert de haarwortel zulke dunne haren dat de haar afbreekt zodra hij buiten de wortel uitkomt.
Hoofdhaar groeit ongeveer met een snelheid van 1 cm per maand. De haren van de wenkbrauwen groeien gedurende ongeveer 10 weken.
Het dunner worden van het haar op bepaalde plekken (bij de man op de kruin en/of aan de slapen en bij vrouwen het dunner worden van de gehele haardos) 'hoort' bij bepaalde families.
Bij de meest voorkomende vorm van haarverlies spelen drie factoren een rol: mannelijk hormoon, erfelijkheid en veroudering.
Haarverlies is op zich niet ernstig. Het kan wel door sommige mensen (met name vrouwen) als erg ontsierend ervaren worden.
Slechts bij 1 op de 1000 mannen en 2 op de 1000 vrouwen heeft de haaruitval met een aandoening te maken.
Als er plotseling sprake is van veel haarverlies (zie het eerder genoemde testje, meer dan 100 haren per dag) en/of als de haaruitval gepaard gaat met andere klachten, is het raadzaam de huisarts(praktijk) te raadplegen.
De andere klachten kunnen het volgende zijn:
Er zijn enkele middelen die de groei van het haar in sommige gevallen (ongeveer 35% bij de klassieke mannelijke vorm van haarverlies) iets kunnen verminderen. Meestal zijn het dunne en kleine haartjes. De werking treedt pas na enkele maanden op. Na het stoppen van het middel verdwijnt het effect. Dus het moet in principe levenslang gebruikt worden! Daarnaast zijn er diverse vormen van chirurgisch behandelingen. Daarbij is meestal sprak van het ‘transplanteren’ van een of meerdere haren van elders naar de kale plekken. De resultaten en ervaringen daarbij zijn nogal wisselend.
Soms wordt de haaruitval door bepaalde externe factoren bepaald. Voorbeelden zijn:
In de meeste gevallen is haaruitval niet ernstig. Soms kan het wijzen op het bestaan van ernstigere onderliggende ziekten.
Soms kan door de behandeling van het haar, of door (andere) middelen van buitenaf de haaruitval veroorzaakt zijn. Het is dan zinnig om na te gaan of de haaruitval optreedt in relatie met bepaalde activiteiten of blootstellingen.
Adviezen:
Drs. F.M. Brouwer (auteur)
Drs. P.A.J. Meulenbroek (consulent)
Dr. P.J.G. Schreurs (consulent)
Drs. E.J. de Kreek (consulent)