De pil is een zogenaamd combinatiepreparaat. Combinatiepreparaten bevatten een oestrogeen en een progestageen hormoon. In alle combinatiepreparaten zit het oestrogeen ethinyloestradiol in een hoeveelheid van 15 tot 50 microgram. Als progestageen hormoon worden meerdere stoffen gebruikt met wisselende eigenschappen. Combinatiepreparaten zijn verkrijgbaar in de vorm van een pil (DE pil), een pleister en een vaginale ring.
De hormonen in de combinatiepreparaten blokkeren de afgifte van de natuurlijke hormonen in de hypofyse (het hersenaanhangsel) die nodig zijn om de eierstokken te stimuleren een rijpe eicel te produceren. Dat betekent dat er geen eitje meer vrijkomt en er dus ook geen bevruchting kan plaatsvinden. De progestagenen zijn verantwoordelijk voor de blokkade van de eisprong. Het oestrogeen is toegevoegd om het baarmoederslijmvlies sterker te maken waardoor er geen tussenbloedingen tijdens het gebruik van deze combinatiepreparaten ontstaan en er in de stopweek een onttrekkingsbloeding komt die lijkt op een menstruatie.
Omdat de eierstokken door de combinatiepreparaten in een rustfase worden gebracht zijn deze preparaten naast het voorkómen van zwangerschap ook geschikt ter behandeling van heftige en pijnlijke bloedingen. Bovendien is de kans op het op latere leeftijd krijgen van baarmoederslijmvlies- of eierstokkanker met ongeveer 50% verminderd. Bij de pil zijn er dagelijks wisselende hoeveelheden van de toegediende hormonen in het lichaam. Bij de pleister en de ring is de hormoonafgifte constant verdeeld over 24 uur.
Als voor de allereerste keer begonnen wordt met de pil, bestaat al direct bescherming tegen zwangerschap als begonnen wordt op de eerste of tweede dag van de menstruatie. Wordt pas later in de cyclus gestart dan is aanvullende anticonceptie gedurende de eerste periode van 3 weken noodzakelijk. Bij verandering van pil of bij een overstap naar pleister of ring kan aan het eind van de stopweek gewoon begonnen worden met de nieuwe pil, pleister of ring. Ook dan beschermt de methode direct tegen zwangerschap.
De pil moet dagelijks worden geslikt. Het is aan te raden de pil op een vast tijdstip in te nemen, bijvoorbeeld ’s avonds. Op deze manier is de kans om een pil te vergeten het kleinst. Leg de pilstrip daarom op een vaste plaats bijvoorbeeld bij de tandenborstel of op het nachtkastje. Er kan maximaal 12 uur speling in het tijdstip van innemen zitten. De pil blijft dan betrouwbaar. Als de pil meer dan 36 uur na de vorige pil pas wordt ingenomen dan dienen de regels van het vergeten van de pil te worden gevolgd. Zie de folder mislukte anticonceptie.
Zowel bij de pil is er na drie weken een stopweek gepland. Als regel volgt er in de stopweek een bloeding, die minder is dan wanneer geen hormonen gebruikt worden. De stopweek is bedoeld om de gewone cyclus na te bootsen. De stopweek mag nooit langer duren dan 7 dagen. Medisch gezien is een stopweek niet nodig. Steeds meer vrouwen kiezen ervoor de stopweek over te slaan en direct door te gaan met de volgende pilstrip. Het overslaan van de stopweek heeft geen nadelige gevolgen voor de gezondheid en voor de latere vruchtbaarheid. Bovendien is het overslaan van de stopweek veiliger. Het vergeten van een of meerdere pillen heeft dan meestal geen gevolgen. Het overslaan van de stopweek heeft wel tot gevolg dat er tussenbloedingen kunnen ontstaan. Het advies is om een stopweek in te lassen als de tussenbloedingen hinderlijk worden. Een korte stopweek van drie of vier dagen is dan voldoende om de bloeding door te laten zetten. Daarna kan gewoon weer doorgegaan worden met het slikken van de pil.
Wanneer de combinatiepreparaten precies volgens de gebruiksaanwijzing worden gebruikt dan is de kans om zwanger te worden minder dan een half procent per jaar.
In de praktijk blijkt de kans om zwanger te worden groter, vooral bij het gebruik van de pil. De meest voorkomende oorzaak is het vergeten van de pil. Ongeveer 80% van de pilgebruiksters in Nederland vergeet jaarlijks wel een of meerdere malen de pil op tijd in te nemen. Maar ook het niet tijdig beginnen met de pil na de stopweek is een veel voorkomende reden. Ziekten die gepaard gaan met braken of langdurige diarree kunnen de opname van de pil verminderen. Sommige medicamenten en homeopathische middelen waarin Sint-janskruid is verwerkt verminderen eveneens de werkzaamheid van de pil.
Als voor het eerst met een pil wordt begonnen dan heeft het lichaam tijd nodig om zich aan te passen aan de toegediende hormonen. De borsten zijn dan vaak wat gevoeliger, er wordt soms wat vocht vastgehouden en er kan een misselijk gevoel ontstaan. Deze verschijnselen zijn als regel na een maand of drie verdwenen. Bij langer gebruik kunnen onregelmatige bloedingen tijdens het gebruik ontstaan of de bloedingen kunnen geheel verdwijnen. Soms ontstaan depressieve gevoelens, kan de zin om te vrijen minder worden, het gewicht iets toenemen, pijn ontstaan bij de geslachtsgemeenschap of sprake zijn van meer afscheiding.
Vergeleken met vrouwen, die geen hormonen gebruiken is bij gebruik van combinatiepreparaten de kans op trombose en/of embolie iets verhoogd vooral tijdens de eerste twee jaar van het gebruik. De kans is ook verhoogd na overstap naar een ander combinatiepreparaat. Er is een iets verhoogde kans op hart- en vaatziekten vooral in combinatie met het roken van sigaretten. Ook is er een licht verhoogde kans op lichte stoornissen in de suikerstofwisseling, een lichte verhoging van de bloeddruk, goedaardige aandoeningen van de lever en mogelijk een iets verhoogde kans op het ontstaan van borstkanker. Vergeleken met zwangerschap zijn de risico’s op deze bijwerkingen echter aanzienlijk minder.
Combinatiepreparaten zijn receptplichtig. Dat betekent dat een bezoek aan de huisarts nodig is als voor het eerst begonnen wordt met een pil, pleister of ring. Als het gekozen preparaat goed bevalt dan kan dit door de apotheker zonder verdere tussenkomst van de arts steeds herhaald worden. Herhalingsaanvragen kunnen ook behandeld worden door online apotheken. Bij verandering van preparaat is een nieuw recept en dus ook een nieuw bezoek aan de huisarts noodzakelijk.
Een bezoek aan de huisarts is ook nodig bij:
Voor de meeste vrouwen is een combinatiepreparaat (pil, pleister of ring) een geschikte vorm van anticonceptie. Combinatiepreparaten mogen echter niet voorgeschreven worden aan vrouwen, die:
Pleister en ring hebben de voorkeur bij vrouwen met een onregelmatig bestaan zoals stewardessen, piloten en vrouwen, die een beroep hebben met wisselende diensten zoals in de verpleging of verzorging. Ook bij vrouwen met chronische maagdarmaandoeningen zoals bijvoorbeeld bij de ziekte van Crohn gaat de voorkeur uit naar een pleister of ring. De pleister is niet geschikt voor vrouwen met een gewicht van meer dan 80 kg.
De pil beschermt alleen tegen zwangerschap, niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (geslachtsziektes). Om beschermd te zijn tegen seksueel overdraagbare aandoeningen is het gebruik van een barrièremiddel als condoom of vrouwencondoom noodzakelijk. Meer hierover is te lezen in de folder barrièremiddelen. Alleen in een stabiele seksuele relatie is extra bescherming niet nodig. Geadviseerd wordt om bij een nieuwe relatie extra bescherming te gebruiken en na 3 maanden beide partners te testen op de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoeningen als chlamydia en HIV. Testen kan via de huisarts, maar ook indien gewenst anoniem via een instelling van de GGD. Adressen van alle GGD’s in Nederland zijn te vinden op www.ggd.nl
Er zijn een aantal situaties die de werking van de pil kunnen verminderen zoals braken, diarree of medicijngebruik. Bij braken binnen 4 uur na het innemen van de pil moet de pil als niet ingenomen worden beschouwd. Vaak kan de pil dan alsnog opnieuw worden ingenomen binnen de 12 uur na het normale tijdstip van inname. Lukt dit niet of wordt de pil dan opnieuw uitgebraakt dan dienen de regels van het vergeten van de pil te worden gevolgd. Zie ook de folder mislukte anticonceptie.
Diarree is als regel een aandoening van het laatste deel van de darmen. Omdat de pil al in het eerste deel van het maagdarmkanaal wordt opgenomen en wel in de maag en de twaalfvingerige darm heeft diarree als regel geen gevolgen voor de werking van de pil. De werking van de pil is wel verminderd als de diarree behandeld wordt met medicamenten als Norit® of Agarol®. Ook als er sprake is van langer durende waterige diarree kan de werking van de pil verminderd zijn.
Bij gebruik van de volgende medicamenten is de werking van de pil verminderd:
Het gebruik van antibiotica heeft geen invloed op de werking van de pil. Wel kan soms de werking verminderd zijn door bijkomende klachten tijdens het gebruik als braken en diarree. Bij het langdurig gebruik van medicijnen die de betrouwbaarheid van de pil beïnvloeden, kan het verstandig zijn over te stappen op een ander anticonceptiemiddel.
Dr. R.J.C.M Beerthuizen (auteur)
Drs. S. Verlinden (consulent)