Een brandwond is een letsel van de huid of slijmvliezen door een verbranding.
Bij brandwonden bestaan drie graden van ernst:
Hitte veroorzaakt een beschadiging van de huid of slijmvliezen. Ook bijtende stoffen kunnen een dergelijke beschadiging geven. De buitenste huidlaag wordt beschadigd en kan losraken van de onderliggende laag. Er treedt vanuit de bloedvaten lekkage op van vocht met als doel wondgenezing te bevorderen.
De meeste verbrandingen gebeuren thuis, vooral door hete vloeistoffen (koffie, thee, pan van fornuis). Andere oorzaken zijn: vuur, hete voorwerpen (kachel, strijkijzer), straling (zonnestralen) en elektriciteit.
De ernst van de verbranding is afhankelijk van de uitgebreidheid, de diepte, de plaats van de brandwonden en de leeftijd van het slachtoffer.
De uitgebreidheid van de verbranding wordt uitgedrukt in een percentage van het totale lichaamsoppervlak, bijv. een heel bovenbeen is ongeveer 10%. Wanneer bij een volwassene meer dan 15% van het lichaamsoppervlak is verbrand, kan de patiënt in shock raken. Bij kinderen kan dat al bij 10% gebeuren. De shock ontstaat door vochtverlies.
Qua diepte worden drie graden van verbranding onderscheiden (zie Hoe herken ik het). Tweede- en derdegraads brandwonden kunnen makkelijk besmet raken; bij dergelijke wonden moeten de algemene regels van wondverzorging worden nageleefd (zie Reiniging en ontsmetting).
Ook de plaats is belangrijk, want door littekenvorming in de huid kan er verminking of invaliditeit ontstaan, bijvoorbeeld een te strakke huid op de handen.
Medische hulp is noodzakelijk bij:
Alleen eerstegraads verbrandingen van kleiner dan 10% van het lichaamsoppervlak kunt u zelf zonder medische hulp behandelen. Dat is dus in nagenoeg alle gevallen van eerstegraads verbranding. Binnen een week zullen de klachten zijn verdwenen.
Eerst water, de rest komt later! Brandwonden moeten onmiddellijk worden gekoeld, minstens 10 minuten lang. Dit kan het best met lauw leidingwater. Te veel koud water kan bij kleine kinderen onderkoeling geven.
Eerstegraads brandwonden hoeven niet te worden afgedekt.
Tweede- en derdegraads brandwonden moeten liefst steriel worden afgedekt. Laat blaren dicht.
Doe bij eerste hulp geen smeersels (bijvoorbeeld brandzalf) op een brandwond, want dan is het voor de arts moeilijker om de ernst te beoordelen.
Zorg naast de kookplaats voor een plek om een hete pan neer te kunnen zetten; draai de steel van pannen naar binnen wanneer ze op de kookplaat staan. Let goed op bij frituren en dergelijke.
Zet potten thee en koffie midden op tafel, buiten het bereik van kinderen. Ook chemicaliën moeten uiteraard buiten het bereik van kinderen worden opgeborgen.
Laat geen brandende sigaret of sigaar in de asbak liggen. Laat nergens onbeheerd kaarsen branden. Plaats een scherm om de open haard.
In deze aflevering van de televisiedokter kunt u alle informatie over brandwonden nogmaals bekijken
Drs. W. van Donselaar (auteur)
R.H. Jamin (auteur)
Drs. H.W.J. Verblackt (consulent)