Blaasontsteking is een urineweginfectie. Een urineweginfectie is een ontsteking van een onderdeel van de urinewegen. De urinewegen bestaan uit:
Bij een blaasontsteking is het slijmvlies aan de binnenkant van de blaas ontstoken. Eén op de vijftig kinderen heeft wel eens last van een urineweginfectie. Meisjes hebben vijf keer zo vaak last van een blaasontsteking als jongens.
Bij kinderen is een blaasontsteking niet altijd even makkelijk te herkennen. De verschijnselen hiervan bij jonge en oudere kinderen kunnen nogal verschillen.
Oudere kinderen
Volwassenen en oudere kinderen hebben bij een blaasontsteking de volgende kenmerkende verschijnselen:
Als de blaasontsteking zich naar boven in de urinewegen uitbreidt, kan er een nierbekkenontsteking ontstaan. Vaak zijn de volgende verschijnselen bij een nierbekkenontsteking aanwezig:
Jonge kinderen
Bij jongere kinderen zijn de verschijnselen van blaasontsteking veel minder duidelijk aanwezig of ze vallen niet op, omdat zij een luier dragen. Het zijn vaak meer algemene verschijnselen die opvallen bij een jong kind met een blaasontsteking.
Zuigelingen
Zuigelingen kunnen de volgende verschijnselen hebben:
Peuters en kleuters
Peuters en kleuters kunnen de volgende verschijnselen hebben:
Blaasontsteking wordt veroorzaakt door een bacterie. Er zijn verschillende soorten bacteriën die een blaasontsteking kunnen veroorzaken. De meest voorkomende bacterie is de Escherichia Coli. Deze leeft in onze darmen en heeft een functie bij de spijsvertering.
In de urinewegen horen geen bacteriën te zijn, maar via de urinebuis kunnen zij daar wel terechtkomen vanuit het gebied rondom de anus. In de blaas kunnen ze zich vermenigvuldigen en het slijmvlies doen ontsteken. We spreken dan van een blaasontsteking. Factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van een blaasontsteking:
Onvoldoende legen van de blaas of te lang de plas ophouden
Hoe langer de urine in de blaas blijft, hoe groter de kans op een blaasontsteking. Kinderen die te lang hun plas ophouden, hebben daarom een grotere kans om blaasontsteking te krijgen. Bij aandoeningen waarbij de blaasspier niet sterk genoeg is om de blaas te legen, kan urine achterblijven in de blaas en zo een blaasontsteking veroorzaken. De meest voorkomende oorzaak van blaasontsteking bij kinderen is verstopping, waardoor de blaas niet goed wordt leeg geplast en de urine te lang in de blaas blijft.
Samenstelling van de urine
De zuurgraad van de urine en de hoeveelheid suiker in de urine zijn van invloed op het gemak waarmee bacteriën in de blaas een blaasontsteking kunnen veroorzaken. Hoe minder zuur de urine en hoe meer suiker in de urine, hoe groter de kans op het ontstaan van een blaasontsteking. Kinderen die veel zoetigheid eten, hebben meer suiker in de urine en dus zoetere urine. En hoe meer zure producten, bijvoorbeeld sinaasappels, een kind eet, hoe zuurder zijn urine wordt.
Lengte van de urinebuis
Meisjes hebben een kortere urinebuis dan jongens, zodat bacteriën bij meisjes gemakkelijker de blaas bereiken. Meisjes hebben dan ook vaker blaasontstekingen dan jongens.
Aangeboren afwijkingen
Aangeboren afwijkingen kunnen ook een belangrijke oorzaak van urineweginfecties zijn. Meestal gaat het om reflux of afvloedbelemmeringen vanuit de blaas.
Een blaasontsteking is op zich niet ernstig, maar wel vervelend. Uw kind voelt zich niet prettig.
Behandeling
Als de huisarts vermoedt dat uw kind een blaasontsteking heeft, neemt hij de volgende stappen:
Als uw kind regelmatig blaasontsteking heeft of afwijkingen heeft aan de urinewegen met reflux, is het soms nodig dagelijks een lage dosis antibiotica te gebruiken, om te voorkomen dat er telkens blaasontsteking ontstaat. Een onbehandelde blaasontsteking kan zich uitbreiden naar de urineleiders en de nieren. Dit kan zo een nierbekkenontsteking of een bloedvergiftiging veroorzaken: dit zijn vrij ernstige ziektebeelden. De nieren kunnen door een dergelijke aandoening beschadigd raken. Tijdige behandeling van een blaasontsteking kan dit voorkomen.
Onderzoek
Er zijn drie situaties die een reden zijn om uit te zoeken of er een afwijking in de urinewegen zit, die de oorzaak is voor blaasontsteking:
Neem in een van bovengenoemde situaties contact met uw huisarts. Hij zal u naar de kinderarts in het ziekenhuis verwijzen. De kinderarts onderzoekt uw kind. Onderzoeken die worden gedaan:
Neem contact met uw huisartsenpraktijk als u vermoedt dat uw kind een blaasontsteking heeft. U kunt dan het beste alvast urine meenemen. Uw huisarts zal de urine van uw kind onderzoeken en zo nodig een behandeling instellen.
Hoe kunt u het beste urine opvangen?
Voor baby’s en peuters bestaan speciale zakjes om de urine op te vangen. Deze kunt u bij de apotheek of bij uw huisarts krijgen. Deze zakjes worden rond de urinebuis geplakt. Kijk iedere tien minuten of er urine in het opvangzakje zit en doe dit dan in een potje.
Het beste kunt u de urine binnen twee uur na opvangen naar de huisarts brengen. Als dit niet lukt, kunt u de urine tijdelijk in de koelkast bewaren. Urine moet wel altijd binnen twaalf uur na opvangen onderzocht worden.
Als uw kind een blaasontsteking heeft, is het belangrijk om uw kind voldoende te laten drinken. Soms is dit voldoende om de blaasontsteking te doen verdwijnen, maar meestal is een behandeling met antibiotica nodig.
De kans op een blaasontsteking is kleiner bij:
U kunt de kans op blaasontsteking verkleinen door:
Drs. J.H. Schieving (auteur)
Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (consulent)
Drs. Lock (consulent)
Drs. W.J. den Ouden (consulent)
Meer informatie