Iedereen maakt wel eens iets meer of minder ingrijpends in zijn leven mee. Het verlies van een baan, een ziekte of een echtscheiding. Maar ook minder ‘ernstige’ gebeurtenissen kunnen ingrijpend zijn; een verhuizing, de geboorte van een kind of de overgang naar een nieuwe levensfase.
Mensen zijn veerkrachtig en meestal goed in staat om zich binnen vrij korte tijd aan te passen aan een nieuwe situatie. Deze aanpassing slaagt echter niet altijd. We spreken van een ‘aanpassingsstoornis’ als iemand na een ingrijpende gebeurtenis of verandering (een stressvolle situatie) psychische klachten houdt, die een normaal dagelijkse functioneren thuis en op het werk verhinderen.
Het betekent dus niet dat iemand onaangepast is; het betekent dat de persoon moeite heeft om zich op emotioneel gebied aan te passen aan de veranderde situatie.
In de meeste gevallen verdwijnen de klachten binnen zes maanden, nadat de bron van stress is verdwenen. Sommige stressfactoren duren lang of zijn chronisch (denk bijvoorbeeld aan een zieke partner of kind), waardoor de aanpassingsstoornis langer dan zes maanden kan duren.
Een aanpassingsstoornis kan op verschillende manieren tot uiting komen. Wanneer een sombere stemming, vermoeidheid en verlies van interesse voorop staan, wordt gesproken van een aanpassingsstoornis met depressieve stemming. Hierbij kunnen ook andere depressieve kenmerken bestaan, zoals gebrek aan eetlust en slaapproblemen.
Het kan ook zijn dat angst op de voorgrond staat, we spreken dan van een aanpassingsstoornis met angst.
Ook de combinatie van depressieve én angstige gevoelens komt voor. Soms gebeurt het bij een aanpassingsstoornis dat een persoon zich heel anders gaat gedragen dan normaal. Hij wordt bijvoorbeeld agressief en gaat roekeloos rijden of vaak ruzie zoeken.
Een aanpassingsstoornis kan ontstaan na een verandering of gebeurtenis die stress veroorzaakt, en een bepaalde mate van aanpassing van u vraagt.
Het ontstaan van klachten is vooral afhankelijk van de manier waarop u hiermee omgaat. Dit betekent echter zeker niet dat u ‘zwak’ bent als u wel klachten krijgt. Veel factoren kunnen een rol spelen op de manier hoe u met veranderingen en gebeurtenissen omgaat.
Manier van denken
Een belangrijke factor, net als bij andere depressieve klachten en angstklachten, kan uw manier van denken zijn.
Misschien bent u geneigd om erg negatief aan te kijken tegen veranderingen die plaatsvinden. Hierdoor kunnen bepaalde dingen veel zwaarder voelen dan ze in werkelijkheid zijn.
Ook kan het zijn dat u zichzelf onderschat, negatief tegen uzelf aankijkt en denkt dat u het niet aankunt om ermee om te gaan. Dingen kunnen onoverkomelijk lijken, terwijl ze dit in werkelijkheid niet zijn.
Sommige mensen hebben een algemeen gevoel van ‘hulpeloosheid’. Zij hebben in hun leven ervaringen opgedaan, waardoor zij dit gevoel hebben: 'het heeft allemaal geen zin wat ik doe, ik ben overgeleverd aan wat er gebeurt en heb daar geen invloed op'. Hoewel deze overtuiging waarschijnlijk lang niet altijd klopt, zullen deze mensen bij tegenslag eerder bij de pakken neer gaan zitten en klachten krijgen dan mensen die proberen hun eigen situatie te beïnvloeden.
Ook kan het zijn, dat iemand al veel verdriet heeft gehad en zich niet sterk genoeg voelt om nog één tegenslag te moeten verwerken. Het gevoel van ‘dit kan ik er niet meer bij hebben’, kan leiden tot psychische klachten.
Manier van problemen oplossen
Sommige mensen hebben niet de juiste vaardigheden aangeleerd om zo goed mogelijk met de veranderingen in het leven om te gaan. Er bestaan veel verschillende manieren om met problemen om te gaan.
Sommige mensen zoeken actief naar oplossingen, terwijl anderen steun zoeken bij anderen of afleiding zoeken. Het is in het algemeen niet zo, dat de ene manier beter is dan de andere.
Mensen die op verschillende manieren met problemen kunnen omgaan, zijn vaak het beste af. De ene situatie vraagt nu eenmaal om een andere aanpak dan de andere. Als u gaat verhuizen, is het niet handig om afleiding te zoeken en het probleem uit de weg te gaan; aanpakken of steun zoeken is in deze situatie meer geschikt. Als u echter te maken heeft met bijvoorbeeld een langdurig zieke partner, dan valt er helaas niet zoveel aan te pakken. Dan zult u ook van tijd tot tijd afleiding moeten zoeken om zelf overeind te blijven.
Manieren om met problemen om te gaan moeten tijdens het leven aangeleerd worden. Wanneer u bijvoorbeeld nooit geleerd heeft om hulp te vragen aan anderen, kan het zijn dat u vastloopt in een situatie waarin u die hulp heel hard nodig heeft.
Het hebben van een aanpassingsstoornis kan een hele vervelende periode in uw leven betekenen. De klachten kunnen uw normale dagelijks functioneren erg negatief beïnvloeden. Vaak zijn de klachten echter wel milder dan die bij een depressieve stoornis of een angststoornis.
In de meeste gevallen zullen de klachten vrij snel verdwijnen, als de bron van de stress weer verdwenen of voorbij is. U zult zich dan herstellen en uw leven weer kunnen oppakken.
Soms kunnen de gebeurtenissen die de stress geven lang aanhouden; in dat geval kunnen de klachten soms ook lang aanhouden. Ook in deze situaties blijken mensen zich uiteindelijk vaak aan te kunnen passen, zelfs nog voordat de stressperiode echt tot een eind is gekomen.
In sommige gevallen blijven de depressieve klachten of angstklachten langer bestaan dan verwacht. De klachten kunnen dan voortduren, terwijl de verandering die de stress veroorzaakte al lang is verdwenen.
De wijze waarop u omgaat met de stresssituatie bepaalt voor een belangrijk deel de mate waarin u klachten zult hebben. Lukt het u om een goede manier te vinden om met de stresssituatie om te gaan, dan heeft u minder last van klachten.
Als de depressieve of angstige klachten erg hinderlijk en belemmerend zijn en u geen verbetering merkt, is het goed om eens naar uw huisarts te gaan.
Het doorspreken van uw klachten en samen de dingen op een rijtje zetten, kan soms al heel verhelderend zijn en de oplossing dichterbij brengen. De huisarts kan u voorstellen tijdelijk medicatie te gebruiken, zoals rustgevende middelen of slaapmedicatie.
Deze medicijnen zullen natuurlijk de oorzaak niet wegnemen, maar een periode met minder angst kan u wel sterker maken en het omgaan met de problemen vergemakkelijken.
Aan dit soort medicijnen kleven bezwaren, zoals het risico van verslaving en het nadelig beïnvloeden van het rijgedrag. Het gebruik van deze middelen moet dan ook beperkt blijven tot maximaal enkele weken.
Gesprekstherapie kan u helpen de veranderingen te verwerken en een nieuw evenwicht in uw leven te vinden. Uw huisarts kan u verwijzen naar een psycholoog of een maatschappelijk werker.
Sommige veranderingen in uw leven kunt u van tevoren zien aankomen. Vaak gaat het om veranderingen waar u zelf voor kiest, zoals een verhuizing, een nieuwe baan of het krijgen van een kind. Probeer u hierop voor te bereiden, en laat dergelijke situaties niet zomaar op u afkomen.
Ga voor uzelf na wat deze verandering voor u betekent, zowel op praktisch als op emotioneel gebied. De meeste dingen in het leven hebben nu eenmaal twee kanten.
Ook als u zelf voor de volle honderd procent kiest voor een verandering, kunt u hier soms gemengde gevoelens over hebben. Druk deze gevoelens niet weg, ze horen er nu eenmaal bij. Het kan ook fijn en zinvol zijn om deze gedachten en gevoelens met anderen te bespreken.
Drs. H.J.M. Smeur (auteur)
Dr. A.A. Vendrig (consulent)