Voedselallergie houdt in dat er in het lichaam een abnormale reactie van het afweersysteem optreedt na het nuttigen van een bepaald voedingsmiddel. In het geval van pinda- en/of notenallergie treedt zo’n reactie op na het eten van een voedingsmiddel dat (sporen van) eiwitten van pinda’s en/of noten bevat. Een gecombineerde allergie voor deze beide voedingsmiddelen komt vaak voor. Een pinda is overigens geen noot, maar een peulvrucht, net zoals een erwt of een sojaboon. Allergieën tegen pinda’s en noten komen steeds vaker voor en beginnen op steeds jongere leeftijd. De meest voorkomende voedselallergieën bij kinderen zijn nog steeds koemelkallergie en kippenei-allergie.
Een kind kan allergisch zijn voor diverse voedingsmiddelen en soms voor meerdere voedingsmiddelen tegelijkertijd. De manier waarop de allergie zich uit is niet afhankelijk van het voedingsmiddel. Uit deze tekst over pinda- en/of notenallergie kunt u ook wat algemene informatie over allergie halen als uw kind een bewezen allergie heeft voor iets anders.
Een voedselallergie ontstaat in twee stappen. Allereerst zal het afweersysteem van het lichaam na contact met een bepaald voedingsmiddel hiertegen speciale allergische antistoffen aanmaken. Waarom het afweersysteem dit doet en waarom speciaal tegen bepaalde voedselbestanddelen is niet bekend. In dit stadium heeft een patiënt nog geen merkbare verschijnselen.
Zijn deze allergische antistoffen eenmaal aangemaakt, dan kan het voorkomen dat zich bij een volgend contact met dit voedingsmiddel een allergische reactie voordoet. In het geval van een pinda- of notenallergie is dit vaak een anafylactische reactie, die bij elk volgend contact met pinda of noot heviger kan verlopen. Daarnaast kan een allergie voor noot of pinda zich ook uiten in eczeem. Over eczeem leest u meer in de dokterdokter.nl folder constitutioneel eczeem.
Kenmerkend voor een anafylactische reactie kunnen zijn:
Meestal treden er combinaties van deze verschijnselen op.
Anafylaxie is de meest extreme en gevaarlijke vorm van een allergische reactie; het hele lichaam is er bij betrokken. In zo’n geval is het belangrijk dat direct medische hulp geboden wordt, 112 bellen!
Bij snelle medische zorg kan de patiënt zonder blijvende schade genezen.
De allergische reactie ontstaat na contact met pinda’s of noten. Dit kan zijn na het eten van een dergelijk product of soms al door huidcontact ermee. Een spoortje pindakaas op de huid bijvoorbeeld kan in extreme gevallen zelfs al ernstige allergische reacties veroorzaken. Bij het ontstaan van deze reactie spelen het afweersysteem, de aanleg en uitlokkende factoren een rol.
Het afweersysteem
Bij de meeste kinderen veroorzaken de eiwitten uit pinda’ s en noten geen klachten. Bij een aantal allergische kinderen echter reageert het afweersysteem op zo’n eiwit. Wanneer het afweersysteem van deze kinderen het pinda- of noteneiwit voor het eerst opmerkt, gaat het antistoffen maken. Het kind merkt hier niets van. De volgende keren dat het afweersysteem in contact komt met het voedseleiwit (dit noemen we allergeen), wordt het herkend en aan de antistoffen gekoppeld. Deze koppeling leidt ertoe dat de afweercel waar de antistoffen aan vastzitten, de zogenaamde mestcel, openbreekt. De inhoud van deze mestcellen, voornamelijk histamine, komt terecht in het bloed en in de slijmvliezen van longen, neus en darmen. Histamine is de belangrijkste stof die verantwoordelijk is voor de verschijnselen die kunnen optreden bij pinda- en notenallergie.
Overigens is het niet altijd mogelijk om te herleiden hoe en wanneer het lichaam voor de eerste keer in contact is gekomen met een bepaald allergeen. Dan lijkt het of al bij het eerste contact hiermee een reactie optreedt. Waarschijnlijk worden zeer kleine hoeveelheden voedselbestanddelen via de moedermelk van moeder op kind doorgegeven.
Aanleg
Bij voedselallergie speelt de erfelijke aanleg om allergisch te reageren een belangrijke rol. Dit wordt atopische constitutie genoemd. Naast voedselallergie kunnen deze kinderen ook te maken krijgen met allergische neusklachten, hooikoorts, astma en eczeem (constitutioneel eczeem of dauwworm). Als een kind een vader en/of moeder en/of een ouder broertje of zusje heeft met voedselallergie of astma, is de kans groter dat ook dit kind een atopische constitutie heeft bij de geboorte. Deze kans wordt groter naarmate meer gezinsleden dergelijke klachten hebben (gehad).
Uitlokkende factoren
Niet elk kind met een atopische constitutie krijgt last van een voedselallergie. Het is niet geheel duidelijk waarom bepaalde voedingsmiddelen vaker tot een allergie leiden dan andere. Wel weten we dat blootstelling aan risicovoedingsmiddelen zoals noten, pinda, maar ook vis en schaaldieren op zeer jonge leeftijd een grotere kans oplevert om bij gevoelige (atopische) kinderen een allergie te veroorzaken.
Steeds meer mensen hebben last van een allergie voor noten en/of pinda’s. Waarom het steeds vaker voorkomt, is niet duidelijk. Factoren die een rol zouden kunnen spelen, zijn:
Allergisch zijn voor pinda’s en/of noten is zeer lastig en kan soms zelfs ernstig verlopen.
Ernstige allergische reactie
De allergische reactie die optreedt, is onvoorspelbaar en kan in de loop van de tijd ook heftiger worden. Dit is mede afhankelijk van de hoeveelheid allergeen voedsel die (per ongeluk) wordt gegeten. Anafylactische reacties kunnen als snel wordt gehandeld (112 bellen!) zonder blijvende schade genezen. Soms echter verloopt een anafylactische reactie dodelijk.
Levenslang op dieet
Sporen van pinda’s en/of noten zijn aanwezig in veel voedingsmiddelen. Mensen met een allergie voor pinda’s en/of noten moeten hun hele leven lang erg kritisch omgaan met hun voeding. Ook cosmetische producten kunnen soms dergelijke eiwitten bevatten. In tegenstelling tot veel andere allergieën lijkt pinda- en/of notenallergie levenslang te blijven bestaan. U moet ook nooit zelf testen of u of uw kind nog een allergie heeft, omdat dit kan resulteren in een levensbedreigende allergische reactie! Hiervoor is verder allergologisch onderzoek en begeleiding door een ter zake kundige arts nodig.
Kruisallergieën
Veel mensen met een pinda-allergie zijn ook allergisch voor noten, en andersom. Zoals eerder gemeld is een pinda een peulvrucht, net zoals soja en erwt. Diverse noten zoals hazelnoot, amandel en walnoot zijn ook onderling verwant. Een opgebouwde allergie voor het één kan tevens klachten geven bij een voedingsmiddel dat hieraan verwant is. Voor veel mensen (soms ook de verkoper in de notenwinkel) is een noot hetzelfde als een pinda. Om verwarring te voorkomen en omdat je nooit zeker weet of er in de fabriek of in de winkel geen sporen van pinda’s tussen de noten zitten en omgekeerd wordt meestal geadviseerd noten én pinda’s te vermijden. Pinda- en notensporen zitten heel vaak als verstopt bestanddeel in chocolade, bonbons, koekjes, maar ook in (zakjes) saus enzovoort.
Er zijn bij het Voedingscentrum speciale merkartikelenlijsten te bestellen, waarin noten- en pindavrije producten staan vermeld. Bij ernstige reacties wordt vaak ook geadviseerd om notenolie en pindaolie te vermijden.
Toekomstverwachtingen
Wetenschappers proberen een vaccin te ontwikkelen waardoor allergische mensen toleranter worden voor de eiwitten uit pinda’s en/of noten Dit is tot op heden helaas nog niet gelukt.
Zodra u het vermoeden heeft dat u of uw kind allergisch is voor pinda’s en/of noten, is het verstandig contact op te nemen met de huisarts. Aan de hand van een aantal onderzoeken kan de huisarts of specialist vaststellen of er inderdaad sprake is van een allergie voor pinda’s of noten. U heeft dan zekerheid. Wanneer blijkt dat er geen sprake is van een allergie, hoeft u of uw kind geen dieet te volgen. Is er wel sprake van een allergie, dan kunt u ernstige reacties voorkomen door kritisch om te gaan met voeding.
Mocht het nodig zijn, dan krijgt u of uw kind medicijnen die gebruikt moeten worden bij een eventuele volgende allergische reactie. Dit kunnen tabletten zijn die de werking van histamine tegengaan bij milde reacties, of een injectiepen met adrenaline. Adrenaline gaat de effecten van de anafylactische reactie in het lichaam tegen. De arts zal u leren hoe en wanneer u deze injectie in geval van nood aan uzelf of aan uw kind moet toedienen. Na het gebruik van zo’n adrenalinepen moet u altijd alsnog direct een arts raadplegen.
U kunt niets doen om een pinda- en/of notenallergie te laten verdwijnen. Wel kunt u een allergische reactie proberen te voorkomen door kritisch om te gaan met voeding en cosmetica. Het voorlichten van uw omgeving of die van uw kind kan misverstanden en ongelukken voorkomen. Mocht er toch een reactie optreden, dan kunt u de symptomen ervan beperken door noodmedicatie toe te dienen.
Kritisch omgaan met voeding en cosmetica
Heel erg veel voedingsmiddelen bevatten (sporen van) pinda- en noteneiwit. Ook voedingsmiddelen waarvan u het niet direct verwacht, zoals kruidenmixen, curry, taart, soep en vitaminepreparaten. Ook bepaalde cosmetica bevatten oliën waarin pinda- of noteneiwit voorkomt. Op de meeste producten kunt u op het etiket lezen of er wel of geen sporen van pinda’s en noten inzitten. Helaas zijn er nog steeds producten met foutieve, onvolledige of helemaal geen meldingen. Via uw arts, diëtist of bij de Stichting Voedselallergie kunt u etikettenhulpen en lijsten aanvragen die u helpen bij het kiezen van veilige voedingsmiddelen. Bij het Voedingscentrum kunt u een merkartikelenlijst bestellen voor producten die vrij zijn van diverse allergene voedselbestanddelen. Het is belangrijk dat u regelmatig controleert of de lijsten zijn aangepast of bijgewerkt. Zo blijft u bij de tijd. Honderd procent zekerheid krijgt u echter nooit. Daarom is het belangrijk dat u of uw kind altijd noodmedicatie bij zich heeft.
Noodmedicatie binnen handbereik houden
Anafylactische reacties kunnen worden doorbroken met medicatie. De arts zal u het medicijn voorschrijven dat het beste bij uw situatie past. Meestal krijgt u of uw kind een adrenaline-pen voorgeschreven. Dit is een injectiespuit in de vorm van een pen die u heel gemakkelijk zelf kunt gebruiken. In de pen zit de stof adrenaline die de verschijnselen van de anafylactische reactie tegengaat. Adrenaline wordt ten tijde van stress, angst en opwinding ook in het lichaam aangemaakt en is derhalve onschadelijk. Op het moment dat u vermoedt dat u of uw kind een anafylactische reactie krijgt, dient u de injectie toe. Het is beter om de pen te vroeg te gebruiken dan te laat. Als uw kind allergisch is en naar anderen toegaat of naar school, geeft u de adrenaline-pen mee aan de verzorgers of de leerkracht. Als het kind oud genoeg is, kan het zelf de pen bij zich dragen. Het kan zinvol zijn om een SOS-medaillon of een medical alert-armband te dragen. Mocht u of uw kind een allergische reactie krijgen en buiten bewustzijn raken, dan weten hulpverleners direct wat er aan de hand is en kunnen zij adequaat reageren.
Omgeving voorlichten
Met name bij allergische kinderen is het belangrijk dat u de omgeving informeert. Een kind dat allergisch is voor pinda, kan bijvoorbeeld al een reactie krijgen wanneer het wordt aangeraakt door een kind dat net pindakaas heeft gegeten. Het is belangrijk dat de leerkracht van uw kind op de hoogte is van de gevaren, de ernst en de verschijnselen van een allergische reactie. Uiteraard instrueert u de leerkracht in het gebruik van de adrenaline-pen en zorgt u ervoor dat de leerkracht altijd één pen ter beschikking heeft. Daarnaast is het uiterst zinvol wanneer u de klasgenoten en vriendjes van uw kind ook vertelt wat er aan de hand is. U kunt ze bijvoorbeeld uitleggen dat ze nooit eten mogen ruilen en dat ze na het eten altijd hun handen moeten wassen voordat ze in contact komen met uw kind. Voor traktaties op school is een lijstje met toegestane producten of een apart trommeltje vaak een handige oplossing.
Lotgenotencontact
Bij de Stichting Voedselallergie kunt u terecht voor informatie, praktische tips en lotgenotencontact.
Kinderen die een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van allergieën, de kinderen met een atopische aanleg, kunnen het beste tot het derde levensjaar geen pinda- en noteneiwit binnenkrijgen. Dus bijvoorbeeld geen pindakaas of hazelnootpasta.
Drs. A.A.H.H Liedtke- van Eijck (auteur)
Drs. A.M.H. Bijl (consulent)